Archief
Maand: maart 2010

Zelforganisatie in de zorg

Zelforganisatie in de zorg

In de filosofie van Martin Buber zijn IK en JIJ belangrijk. Ik en jij kunnen met elkaar communiceren.. Ik en jij kunnen er voor elkaar en met elkaar zijn. JIJ bevestigt mij en IK wil jou bevestigen. IK en JIJ kunnen liefde voor elkaar koesteren. Voor sommige mensen kan JIJ worden tot de eeuwige JIJ die met ons meegaat en ons niet verlaat(de joodse God).. God moet nooit een wezen worden met eigenschappen. Het gaat niet om denkbeelden over God en de ander. De gelovige zegt: IK ga waar JIJ mij zendt en doe wat JIJ,onbekende,mij opdraagt. We moeten ons niet overgeven aan het totaliserende denken. Mensen zijn pas echt mensen door de aanwezigheid van de ander,door de bevestiging dat ik er mag zijn. De ander heeft er recht op door mij in gastvrijheid te worden ontvangen Levinas leerde in de ander God als de Ander te herkennen.

De cruciale relatie in een organisatie vormen IK en JIJ. Ik werkte eens samen met een Spaanse gastarbeider in de zestiger jaren op een wagon vanwaar we rollen staal per hijskraan deponeerden in schepen. Onze wereld was niet groter dan die wagon. We kenden vijf gemeenschappelijke woorden en glimlachten naar het contact met elkaar. We lachten en geraakten vermoeid..We vonden elkaar aardig IK en JIJ waren een hecht team. Nooit meer zal ik deze man vergeten.

De Spaanse gastarbeider en ik koesterden zorg voor elkaar(being in charge) en we speelden niet de baas over elkaar(not in control) Inge Hoogeveen schreef hierover een studie. In een organisatie proberen we in beweging te komen. Ik wil het gevoel krijgen dat ik er bij hoor. Je leert invloed uit te oefenen op wat je doet. Je bent een blij mens in het leveren van je kwaliteiten. Je geeft de ander complimenten. Je leert met de ander de gemeenschappelijke aandacht te richten op de doelen van de organisatie Het gaat om binding en verbinding. JIJ en IK zijn geen eilandjes maar we voelen samen mee. JIJ en IK praten over wat niet goed gaat binnen onze organisatie. We kijken naar de toekomst. We vragen ons af wat goed is voor de mensen. We kijken kritisch naar regels en protocollen. Subject/object modellen vervangen we door subject/subject modellen. We handelen en denken intersubjectief.

Toelichting op hulpverlening n.a.v. Andries Baart en het scheppen van terreurvrije ruimten

Ik verkies adhocratie. Management moet niet verworden tot manipuleren. we proberen met zorg voor de mensen het werk van een organisatie te runnen. Vrijheid moet worden bevorderd. Ik prefereer chaos die te maken heeft met een zekere onevenwichtigheid,een permanente drang naar vernieuwing en verandering. Het samenleven en samenwerken met mensen is een open systeem dat in relatie staat met de omgeving. Probeer een balans te scheppen tussen geweten en berekening,tussen principes en pragmatisme. Het succes van een organisatie is af te meten aan de compassie die mensen met elkaar koesteren.

Het spanningsveld tussen geweten en berekening moeten we niet uit de weg gaan. Je wilt gewetensvol handelen maar aan de zuigkracht van berekening kun je niet altijd ontkomen Zelf ben ik voorstander geworden van sociocratie. Hierin wordt gewerkt met kringmodellen. Aan mensen gun je macht om het werk op hun manier uit te oefenen. De kringmodellen zijn met elkaar verbonden in een netwerk. Daarin nemen de functionele leiders deel aan verwante kringen,gesecondeerd door iemand die door de kring wordt aangewezen. Er wordt besloten met consent zodat meerderheden niet heenwalsen over minderheden.

In zijn dissertatie heeft Humanitas directeur Hans Becker zich voorstander betoond van een samengaan van een dyonische en apollinische benadering. De apollinische benadering is gericht op controle,maat houden,rust,het rationele,het reflectieve denken. De nadruk ligt op orde en regels De dionysische benadering wordt geassocieerd met wijn,zang,feest.muziek,plezzierier en wellust Het gaat nu om onmatigheid.,ontsnappen aan regels,uitbundigheid,zich laten gaan,het afreageren op spanningen. Ook hier moet een balans gevonden worden. Becker bepleit de ja-cultuur.Deze is te kenschetsen als een positieve houding:geen nee zeggen,niet vervelend doen,niet zeuren. een ja-cultuur bevordert creatviteit en vindingrijkheid

Ik voel wel voor het anarchisme. Dat is het zelfregulerend vermogen om het kostbare goed van vrijheid in te vullen in verantwoordelijkheid voor de mensen met wie ik leef. Ik ben wel een opportunistische anarchist. Soms moet je een deal met je tegenstander sluiten om een gewenst doel te bereiken. Van Henry Kissinger heb ik geleerd wat appeasement is:de voltrekking van een soort kalmerende verzoeningspolitiek waarin je concessies doet,drukmiddelen gebruikt,een hoog waarheidsgehalte tracht te scoren en ziet hoe dicht je het gestelde doel kunt benaderen. . Top-down structuren haat ik.

U begrijpt dat ik me verzet heb tegen het markt-en product denken. Het subject/object schema keert weer terug. Wie in producten denkt gaat analyseren,objectiveren,investeren en manipuleren. De ander wordt voorwerp van mijn zorg. Niet langer staat de dialoog centraal. Dialoog houdt in dat mensen van elkaar trachten te weten te komen welke betekenissen zij toekennen aan inzichten,ervaringen en handelingen. Je bent geroepen je te verplaatsen in de leefwereld van de ander Hans Visser, 31maart 2010