Archief
Maand: januari 2011

Omzien naar daklozen

Omzien naar daklozen

Opgedragen aan FRITS

De zorg voor daklozen heeft mij altijd verbonden met Frits. In de loop van de jaren is er veel veranderd in het beleid ten aanzien van dak-en thuislozen. Eind jaren tachtig demonstreerde ik met daklozen voor het stadhuis in Rotterdam om te pleiten voor verbetering. Twintig jaar later deelt het Rotterdamse stadsbestuur mede dat het probleem van de daklozen vrijwel is opgelost. Er is inderdaad de afgelopen decennnia veel veranderd in de zorg voor daklozen. Opvangvoorzieningen zijn uitgebreid. Drempels zijn verlaagd. Er zijn meer netwerken voor opvang geschapen. Er is goed geinvesteerd in de begeleide kamerbewoning. Psychiatrische voorzieningen hebben hun deuren geopend. GGD en Sociale Dienst zijn zich meer en meer gaan bezighouden met daklozenzorg. De politiek was bereid daarvoor geld te reserveren. Dat de zorg voor daklozen ingrijpend is verbeterd kan reden tot vreugde zijn. Maar toch vraag ik mij af of er voldoende respectvol naar daklozen is geluisterd. Dakloosheid werd vaak gekoppeld aan overlast waarvoor geen plaats was en is in het huidige veiligheidsdenken.

Daklozen verschijnen aan de horizon
In januari 1989 woonde ik een daklozenoverleg bij in Anmsterdam.De organisatoren van GGD lieten in hun enthousiasme 12 sprekers op ons los. Een ware verschrikking bij dit soort evenementen. Een psychiather legde uit dat de natuurlijke netwerken van stadsbuurten niet meer functioneren door de vergaande individualisering .De afstand tussen burger en voorziening is groot geworden. De drempels zijn steeds hoger geworden door de meer gespecialiseerde hulpverlening. Door de heersende opvattingen over dwang en drang blijken daklozen hun vrijheid te verkiezen boven verpleging. De cure-druk is groot in de samenleving.,er wordt aandrang uitgeoefend om beter te worden. Elk mens moet gelukkig worden. De behandelcultuur moet daaraan bijdragen. Tijdens het overleg wordt ook het woord gevoerd door de Nijmeegse hoogleraar Heyendaal die in die tijd gold als daklozenexpert. Heyendaal vertelt over mensen die van binnen naar buiten willen. Zij houden van het vreemde en gevaarlijke en voelen zich tot chaos aangetrokken. Zij zijn graag onderweg en op reis. Ze houden niet van rust maar van beweging. Deze mensen kunnen gerekend worden tot de thuislozen. Een dergelijke definitie kan leiden tot enorme aantallen van dak-en thuislozen. Ik zelf reken me ook tot dit soort mensen zodat duidelijk werd dat ik me ook gedijst moest houden. In dit verband is het noodzakelijk daklozen en thuislozen te onderscheiden. Daklozen beschikken door omstandigheden niet over een gegarandeerde slaapplek.De thuislozen zijn kwetsbaarder.Zij worden geplaagd door achterliggende problematiek als psychische en sociale factoren. Ze voelen zich niet thuis in de samenleving.

Symbolisch geweld
Geeske Hoogeboezem heeft met haar dissertatie “Wonen in een verhaal” en belangrijke bijdrage geleverd aan het onderzoek van daklozen. Zij onderscheidt de volgende groepen. In de eerste plaats de zorgmijders,die volstrekt elke zorg afwijzen. In de tweede plaats onderscheidt zij de zorgwekkende zorgmijders, die niet kunnen kiezen maar verdwaald zijn. In de derde plaats onderscheidt zij de zorgzoekers,die uiteenvalllen in drie groepen.De eerste groep zijn de cynici,die kiezen voor afhankelijkheid. De tweede groep zijn de instellingsdaklozen,die zich schikken en hospitaliseren. De derde groep zijn de zorgwekkende zorgzoekers,die geen inzicht hebben,de weg kwijt zijn en niet kunnen handelen. De grondvraag betreft de mate van verantwoordelijkheid van elke dakloze. We gaan ervan uit dat verantwoordelijkheid kenmerkend is voor het menszijn. De hulpverlener zal mensen op verantwoordelijkheid aanspreken maar moeten beseffen dat hij of zij niet de agenda kan opleggen aan de dakloze mens. De autonomie van een mens kan verzwakt zijn zodat het maken van een eigen keuze niet altijd lukt. Vaak is de invloed van Giddens te groot.Hij stelde:geen rechten zonder verantwoordelijkheid. Dat kan leiden tot verharding in de hulpverlening. De dakloze die niet meewerkt wordt de deur gewezen. De Sociale Dienst kan strenge sancties toepassen. De dakloze raakt geisoleerd. Hij wordt slachtoffer van symbolisch geweld. De tragiek is dat hij wordt uitgesloten. Zijderveld heeft in deze moeilijke discussie ervoor gepleit om het recht op dakloosheid te erkennen. Mensen kunnen niet gedwongen worden zich aan te passen. Natuurlijk zullen hulpverleners proberen om met drang en bemoeizucht hun doel te bereiken. Er zijn situaties waarin gehandeld moet worden. De overlast is ondragelijk.De dakloze vernietigt zich zelf. Dan kan zelfs dwang worden uitgeoefend. Maar de hulpverlener zal moeten erkennen dat de dakloze het recht heeft om de weg te gaan,die wij niet gaan.

Non-problem solving attitude
De hulpverlener in onze tijd zal moeten beseffen dat hij geen instrument wordt in handen van de overheid die de overlast van dakloosheid wil uitroeien De hulpverlener zal zoals Andries Baart heeft gestipuleerd ervan doordrongen zijn dat hulpverlening betekent dat je je bloot stelt aan wat een ander jou aandoet. De hulpverlener emigreert naar de wereld van de dakloze. Hij bekijkt de werkelijkheid door de bril van de ander. De hulpverlener kent de spanning tussen maken en laten. Hij wil niet alleen zijn eigen inbreng laten gelden op basis van zijn deskundigheid maar wil de ander betrekken in het beraad over zijn leven. Soms kan hij weleens het besluit aan de ander overlaten.

Martin Buber verdiepte zich in de relatie van jij en ik die elkaar niet objectiveren maar juist elkaar willen bevestigen. We trekken in goed vertrouwen met de ander op die we alle ruimte gunnen. Ik en jij ontvangen elkaar in gastvrijheid. De hulpverlener moet zich oefenen in gelijkwaardige omgang met de ander(die dakloos is).Ik en jij voelen ons samen. We zijn geen eilandjes voor elkaar. Habermas heeft gewaarschuwd tegen de kolonisering van het leven.Regels,wetten,experts dringen door in het leven van mensen,zodat er geen verantwoordelijkheid overblijft. Als socialist ben ik altijd voorstander geweest van overheidsbemoeienis met de sociale problematiek in onze samenleving. Doch de overheid is te ver gegaan in haar bemoeizucht. De overheid wil ons laten dromen van een luilekkerland waar alles veiligheid,bestrijding van overlast,vooruitgang voor mensen met eigen initiatief,argwaan ten opzichte van andersdenkenden en andersgelovigen,harde aanpak,uitsluiting van illegalen etc ademt. Solidariteit als cement van de samenleving wordt aan gort geschoten.

Schaken op een dambord
Er zijn mensen die geluk hebben .Zij dammen op een schaakbord. Er is de mogelijkheid dat het leven beantwoordt aan de verwachtingen. Hulpverleners zijn vaak bevoorrecht. Maar het kan in de samenleving anders uitpakken. De dakloze schaakt op een dambord en geraakt in permanente verwarring. De mens wordt er dol van. Op geen enkele manier passen de stukken bij elkaar. Het leven draait uit op een fiasco. Alles gaat fout. Verwachtingen kunnen niet worden waar gemaakt. Sommige mensenlevens verlopen zo. Hoe verhouden we ons tot de onaangepasten.. Onaangepast gedrag kan een bron van creatviteit zijn maar ook een bron van onheil/. Enerzijds moeten we ons verplaatsen in de positie van de onaangepaste en goed naar hem luisteren,anderzijds dienen we de onaangepaste in zijn turbulentie als bondgenoot te begeleiden. Wij geloven vaak in de volgorde van oorzaak en gevolg. Maar dat klopt niet. We kunnen niet elk gevolg tot een oorzaak herleiden. Dat betekent dat voorspellen,plannen en analyseren niet altijd leiden tot het gewenste resultaat. Het management is in onze dagen geliefd, Men wil graag analyseren,beleidsplannen ontwerpen,voorspellingen doen,zaken berekenen,negatieve gevolgen voorkomen,oorzaken van misere krachtig aanpakken. Wij zullen echter oog moeten krijgen voor de onderlinge samenhang in plaats van de lineaire aaneenschakeling van oorzaak en gevolg. Het gaat om veranderingsprocessen,niet om allerlei momentopnamen. Hulpverleners willen moeilijke gedragingen herleiden tot oorzaken die aangepakt kunnen worden. Maar het is wijzer te letten op onderlinge verbanden. Bescheidenheid is geboden.. Een mens valt niet te berekenen en heeft iets raadselachtigs.

Nog altijd onderhoud ik contact met verslaafden.. Ik probeer hen te volgen. Zij vertellen over de werking van drugs.Zij onderkennen de negatieve kanten .Maar zij trachten zich zelf te zijn,zich overeind te houden,hun kamer/huis te handhaven. Ze hechten aan vriendschappen. Ze genieten soms van het leven. Natuurlijk wil ik een kritisch gesprekspatrner blijven van hen. Maar van Graham Greene heb ik geleerd van Gods genade(God als JIJ met hoofdletter die met mensen meesjouwt) in mensenlevens..Van mildheid,vergevingsgezindheid,tolerantie,zachtmoedigheid,begrip aanvaarding. Geen afrekeningen,geen wraak,geen uitstoting,geen afschrijving,geen illegaliteit,,niet opgegeven worden,niet weggestuurd worden. Het veiligheidsbeleid in onze dagen benadrukt afwijzing en repressie. Maar ik bepleit nog steeds gedogen dat te maken heeft met mededogen.Je trekt je het lo aant van de ander. Je hebt bekommernis om de ander,Gedogen is een remedie voor een onoplosbaar probleem. Gedogen impliceert dat je een voorschot neemt op de toekomst.

Onderhandelen is behandelen
Behandelen is vaak sleutelen aan mensen. Mensen worden niet in hun eigenheid en raadselachgtigheid erkend. Behandelen getuigt niet altijd van respect. Van Anna Enquist heb ik geleerd dat wie langdurig omgaat met daklozen geconfronterd wordt met eigen machteloosheid. Het is gemakkelijk om mensen zodanig te beinvloeden dat ze zich voegen naar het in jouw ogen normale leven van het wonen in een huis of kamer,het regelen van geld overeenkomstig het vermogen. Mensen die dat niet kunnen labelen we met het woord deviant. In de wereld van de zorg kennen we een gigantische behandelcultuur. We behandelen mensen van hier tot ginder.Vraag is alleen of dat behandelen gebaseerd is op onderhandelen met de betrokkene. Daar gaat het om. .Onderhandelen wij met de daklozen.??Hebben daklozen het leven in eigen hand??.In de fim A Beautyful Mind blijkt dat de schizofrene man kan overleven omdat zijn vrouw en kinderen hem accepteren en omdat er een samenleving is die hem niet uitsluit maar erkent.Liefde doet deze man overleven. Tijdens mijn Rotterdamse tijd heb ik me verzet tegen het veiligheidsbeleid,tegen het productdenken in de burokratische zorgverlening,thans volg ik met zorg het zorgbeleid en veiligheidsbeleid van dit kabinet(weedpassen,uitsluiting dakloze illegalen). MichelFoucault heeft me geinspireerd.Hij vertelt dat mensen in gewenste vormen moeten worden geslagen,Mensen moeten worden gecorrigeerd en zo lang onder toezicht gesteld dat ze normaal bevonden worden Het systeem van de staat moet hen onder controle krijgen,in de greep houden,dresseren en volgzaam maken.

Ik dank Frits voor zijn inspiratie. Het ga hem goed. Met vreugde heb ik dit artikel aan hem opgedragen. Rotterdam,januari 2011,Dr Hans Visser

.