Archief
Maand: oktober 2015

Natuur en Mens

Natuur en Mens

Natuur en Mens

Nieuwe Vensters op de werkelijkheid KOO VAN DER WAL

Menselijk handelen wordt immers in niet onbelangrijke mate bepaald door onze kijk op de dingen ofwel door het symbolisch universum waarin we leven. DE auteur houdt een pleidooi voor een eerherstel van de op een nieuwe manier begrepen natuur in de filosofie.

1.De natuurvergetelheid van de moderne filosofie

De natuur is in de hedendaagse filosofie grotendeels buiten beeld geraakt.Kerkvader Augustinus richt de blik op de binnenwereld die zoveel rijkdommen te zien geeft.Hier vindt een wending plaats naar het subject. Bij de filosoof Kant volgt de natuur de rede omdat de hoogste wetgeving van de natuur in ons verstand ligt. Kierkegaard doet de uitspraak dat subjectiviteit en dus niet de objectiviteit de waarheid is.

Mensen zijn naar hun aard interpreterende en dus ook zelf interpreterende wezens.Zij leven altijd in een symbolisch universum,een wereld van betekenissen en termen waarvan zij zichzelf en heel hun omgeving begrijpen en waarnaar zij zich in hun handelen richten. Natuur wordt vaak ontdaan van haar zelfstandige en creatieve karakter. Lowith stelt dat de natuur de echte,scheppende overmachtige,inzichzelf rustende natuur is. Religie is gericht op een stilering van het leven in riten,ceremonieen,vieringen,feesten,een leefwijze en levenshouding. Sartre stelt dat de mens een displaced person is in een hem totaal vreemde werkelijkheid.Jacques Monod ziet de mens als een zigeuner aan de rand van het universum. De mens echter zou zich thuis moeten voelen in de natuur als grote gemeenschap van alle zijnsvormen. Helaas heeft de mens in de geschiedenis zich weggepromoveerd uit de natuur en zich teruggetrokken op een eigen domein buiten de natuur. Koo van der Wal laat Newton los. DE chaos theorie,de theorie van open,complexe,niet lineaire dynamische processen,de ontdekking van zelforganiserende vermogens van de natuur,de idee van emergente fenomenen en eigenschappen hebben geheel nieuwe vensters op de natuur geopend. Van der Wal wil onderscheiden tussen het premodern-mythische natuurbeeld,het klassiek-moderne Newtoniaanse natuurbeeld en het nieuwe klassieke natuurbeeld

2.Het mythische werkelijkheidsbeeld

De moderne cultuur heeft met het mytische werkelijkheidsbeeld gebroken. DE moderne cultuur is seculier terwijl in de premoderne culturen religie bepalend was. .Peter Berger schreef:alle premoderne samenlevingen werden overwelfd door het hemelse baldacijn van de religie. De moderne samenleving denkt in termen van eigen keuze. DE mythe heeft een bepaalde ontologische structuur,ontologie begrepen in de klassiek filosofische zin van een uitleg van de fundamentele zijnswijzen van de dingen in de werkelijkheid. Alle entiteiten hebben subjectkarakter.Dat houdt een soort alverwantschap van alle levens-en zijnsvormen in.Alles hangt met alles samen. Alles wat gebeurt is voor ons van binnenuit toegankelijk. Voor Fransciscus van Assisie zijn zon,maan,wind,water en het vuur broeders en zusters en de aarde is zelfs zijn moeder. De ethiek die bij het mythische werkelijkheidsbesef hoort is een ethiek van verbondenheid en eerbied. Achter de gewone profane tijd gaat een hogere heilige tijdsorde schuil,die van het oergebeuren dat model staat voor de alledaagse werkelijkheid. In alle fenomenen in de gewone wereld schijnt realiteit van hogere orde door . Een ontgoddelijkte natuur waaruit iedere verwijzing naar een hogere dimensie verdwenen is.De zon is zielloos geworden en is enkel een vuurbal.

3.Het klassieke-moderne natuurbeeld.

In de joodse godsdienst voltrekt zich de desacralisering van de aardse werkelijkheid. Men is gericht tegen de natuurgodsdiensten. DE grote profeten richten zich tot de onvergelijkbare God(Jesaja 40:15-18). De griekse filosofen vragen naar de archai,de grondbeginselen van de natuur. In dit verband spreken we met Max Weber over de onttovering van de wereld. In de late middeleeuwen wordt gebroken met de mytische denk vorm. In het denken sinds Descartes komt het tot vervreemding van mens en natuur. De these van zinloosheid en zelfs absurditeit van de werkelijkheid zet zich door. De mens vestigt zich in de profane ruimte In de schilderkunst wordt het Hollandse landschap totaal werelds en aards.De werkelijkheid in modern perspektief is normloos. Schoonheid,waarheid,goedheid en rechtvaardigheid worden thans van buitenaf aan de dingen toegekend. Orde kan slechts van buiten komen. Zij veronderstelt een buiten de natuur staande ordende instantie. .In het vroegmoderne deisme was God werkzaam als grote klokkenluider Newton was van mening dat zijn bewegingswetten voorwaarden voor het ontstaan van toenemende wanorde in de natuur inhielden. God zou regelmatig moeten intervenieren om de orde te herstellen en de natuur gaande te houden. Menselijk handelen wordt mede in tegenstelling tot alleen reactief gedrag bepaald door ideeele determinanten,door voorstellingen die mensen er op na houden over de aard van de werkelijkheid.De grondhouding is faustisch of Prometheisch.De moderne mens spiegelt zich aan Faust die bereid was zijn ziel aan de duivel te verkopen in ruil voor buitengewone kennis die hem macht en wereldlijk succes zouden opleveren. Voor Descartes zijn alle geestelijke vermogens z oals willen,waarnemen en voelen vormen van denken. Kant leert ons dat de mens als het enige redelijke wezen zich van iedere kosmische orde heeft geemancipeerd ofwel niet langer is ingebed in een overkoepelend verband. De mens maakt zich zelf,ontwerpt zich zelf. De mens is het enige werkelijk actieve wezen dat ontdekkend,grensverleggend en herscheppend in de wereld staat,die aan niemand verantwoording is verschuldigd dan aan zich zelf.De natuur wordt gepercipieerd onder het aspect van de kneed-en maakbaarheid.

4.Barsten in het klassiek moderne natuurbeeld

Een wetenschapper die een belangrijk aandeel heeft gehad in de totstandkoming van een nieuw zicht op de natuur is Ilya Prigogine.Prigogine komt tot een doorbrak door de thermodynamica te verbreden tot de situatie van open,niet in evenwicht zijnde systemen.Hij doet dat in twee ook voor zijn eigen ontwikkeling kenmerkende stappen:a) verbreding tot lineaire systemen die niet in evenwicht verkeren maar niet ver daarvan zijn en b)stopt niet-lineaire systemen ver van het evenwicht. We kennen thans een pluralisering van het tijdsconcept. Dat staat in scherp contrast tot de tijd van het gemechaniseerde wereldbeeld .Een onoverkomelijk struikelblok van het klassiek-moderne wereldbeeld is het verschijnsel leven. Het onderscheidt zich al intuiitief duidelijk van het domein van het anorganische door eigenschappen als groei,regeneratie bij beschadiging,doelstrevendheid,actiefinspelen op omgevingsfactoren,voortplanting,evolutie van levensvormen. Al deze kenmerken lijken volkomen vreemd aan een natuur bestaande uit dode,inerte bouwstenen die slechts door krachten van buitenaf in beweging gezet worden. Hans Jonas noemde deze werkelijkheidsopvatting een ontologie van de dood. Newton legt het leven op een procrustusbed waarbij de eigen aard ervan niet of onvoldoende gehonoreerd wordt.Dat geldt nog in sterkere mate voor hogere organisatrieniveaus ervan,waar het gaat om verschijnselen zoals bewustzijn,gedrag,zelfbewustzijn,wilsvrijheid.Talrijk zijn de pogingen om ze tot blinde fenomenen en processen van fysisch-chemische aard te herleiden. John Seasrle zegt dat het bewustzijn a natural bilological phenomenion is dat uit de neurologische activiteit van het brein verklaard kan worden.Hij stelde vast dat er ontraadseling van het mysterie van het bewustzijn nog maar nauwelijks vooruitgang is geboekt.

5.De enorme invloed van het mechanistische natuurbeeld

De thermodynamica werpt een nieuw licht op de natuur. Er wordt gebroken met het richtingeneutrale tijdsbegrip van de mechanica. Darwin kwam met zijn evolutierleer niet los vande onversneden mechanistische theorie. Ook Freud bleef bevangen in een natuurwetenschappelijk mechanistisch denken. Zelfs Einsteins relatviteitstheorie beweegt zich nog in de banen van de klassieke natuurkunde Einstein meende dat God niet dobbelt. Daarmee houdt hij dan onverkort vast aan het determinisme van het wereldbeeld van Newton. De kwantumtheorie slaat een andere weg in dan Einstein.De kwantumphysica spreekt niet over eigenschappen zoals zij los van een waarneming of meting aan systemen toekomen,maar alleen als gemeten eigenschappen. Het gaat nu om relationele eigenschappen zoals die z ich vertonen in het samenspel van kwantumsysteem en meetapparatuur. Niet langer kan de klassieke fysica uitspraken doen over de natuur zoals zij in zichzelf is onafhankelijk van waarneming en meting. John Bell liet zien dat de kwantummechanica een zeer veel hogeregraad van correlatie voorspelt dan zich met een theorie laat verklaren die de deeltjes als van elkaar onafhankelijk bestaande en aan de lokaliteit onderworpen beschouwt.Niels Bohr redeneerde dat beide deeltjes ook al zijn ze ruimtelijk van elkaar gescheiden toch tot hetzelfde kwantumsyswteem met een bepaalde golffunctie behoren. Het totaal van de betreffende systemen bevindt zich samengenomen in een welbepaalde toestand. De totaaltoestand kan als zuivere toestand beschouwd worden. Daarom spreekt men met betrekking tot de kwantumtheorie van holisme. De kwantumsystemen zijn aan elkaar geketend door relaties die op geen enkele wijze tot iets herleidbaar zijn dat aan de afzonderlijke kwantumsystemen onafhankelijk van elkaar toekomt. Paul Davies stelde dat hij gelooft dat de door de moderne fysica getoonde werkelijkheid fundamenteel vreemd is aan het menselijk verstand en zich te weer stelt tegen alle pogingen van een rechtstreekse voorstelling. De mens begrijpt niet alles in de wereld.

6 Contouren van een nieuw natuurbeeld.

Een systeem is een samenstel van interdependente componenten dat gekenmerkt is door een gemeenschappelijke organisatievorm en functiewijze. Alle natuurverschijnselen hebben systeem karakter. Het gemechaniseerde natuurbeeld van Newton stond in het teken van het gesloten,stabiele lineaire systeemmodel. Davies meldt dat systemen ver van het evenwicht,aangeduid als dissipatieve structuren,proceskarakter hebben gekenmerkt door abrupte,onvoorspelbare omslagen,open zijn voor hun omgeving,en een vermogen tot zelforganisatie vertonen. In de natuur liggen creatieve capaciteiten. De natuur wordt gekenmerkt door een hoge mate van onbepaaldheid,radicaal toeval maar vooral ook door complexe netwetrken van proccessen die in wederkerigheid en cooperatie hun eigen orde creeeren De natuur toont ons en reeks van niveaus van opklimmende structurele complexiteit. De natuur is als systeem van systemen een steeds hogere graad van organisatie en orde Structuur,configuratie,organisatiepatroon,vorm,lijkt zo gezien het meest basale kenmerk van de werkelijkheid. De natuur bestaat uit een ladder van kwalitatief verschillende tot elkaar niet herleidbare zijnsvormen. De natuur maakt sprongenDe systeembiologie verzet zich tegen genetisch determinisme. Het organisme is een systeem dat een hele serie van niveaus omvat,opklimmend van het niveau van de genen via dat van de proteinen,de banen,de subcellulaire mechanismen,de cellen,de weefsels,de organen naar het niveau van het organisme als geheel.

7.Het fenomeen leven

Leven wordt gekenmerkt door groei,voortplanting,ofwel zelfreplicatie,aanpassingsvermogen,flexibiliteit ,regeneratie,stofwisseling,doelgerichtheid,evolutie van levensvormen ,zelftranscendering. Durr vond dat materie moet worden gedacht in termen van potentialiteit. Potentialiteit heeft veeleer iets van de openheid en veelvoudigheid van het levende. Potentialiteit is betrekking,verandering,procesor,operator,vorm,gestalte zonder materiele drager. Het orgasnisme is een open complex systeem met alle eigenschappen vandien. Jonas vertelt dat met de komst van het leven een zijnsvorm op het toneel verschijnt,die gekenmerkt wordt door een dimensie van innerlijkheid.Dat het organisme zich als een zelf tegenover de omgevende werkelijkheid opstelt en zich daarvan onafhankelijk maakt ,kan ook op de noemer van vrijheid gebracht worden.Leven is met andere woorden een actief proces dat zich zelf instand houdt door en voortdurende wisseling van het substraat heen. In de eerste plaats is het leven in die optiek een verschijningsvorm van de natuur.Als twijgen aan dezelfde stam van de natuur zijn leven en anorganische werkelijkheid elkaar dus niet wezensvreemd. Davies stelt terecht dat “a good case can be made that life and mind are fundamental physical phenomena “. Davies noemt niet alleen het leven maar ook mind,de geest het mentale domein. Het mentale verschijnt hier dus als dimensie van de natuur. Het mentale is een natuurlijke zijnsvorm,geen fenomeen dat tot een heel andere orde behoort dan de materiele werkelijkheid. Het leven is een fysisch fenomeen.Karl Jaspers zei dat de wereld bodemloos is.Achter elk opgelost probleem rijzen nieuwe open vragen.Ons theoretisch weten bereikt nooit een laatste vaste bodem. Het leven maakt een evolutionair proces door. Bij levensverschijnselen komt het principe van de zelforganisatie duidelijk in het vizier.Het is dus een feit dat het leven van binnenuit actief zijn eigen vorm en functiewijze organiseert Volgens Portmann betekent de idee dat het leven een fenomeen met een binnenzijde is,dat het zich als actief zelf van de omgeving afgrenst en daarop actief inspeelt.Het leven gehoorzaamt aan interne ordeprincipes. De natuur blijkt een voorliefde te hebben voor regelmatige figuren zoals de spiraalvorm van schelpen of van virussen zoalsa het tabaksvirus.

8 Het bewustzijn

De vraag is of het bewustzijn slechts een bijverschijnsel of nevenproduct is van het brein.De centrale stelling zal hier,in zake het bewustzijn,dezelfde zijn als bij de levensverschijnselen hetgeval was namelijk dat we met een emergent fenomeen van doen hebben. Het bewustzijn is een kwalitatief nieuw verschijnsel dat optreedt na overschrijding van een bepaalde drempel van complexiteit van levende systemen die met een centraal zenuwstelsel zijn uitgerust. Het bewustzijn is een fenomeen in eigen recht met eigen specifieke kenmerken en niet slechts een causal inert bijverschijnsel of inactieve toeschouwer De term bewustzijn is de samenvattende aanduiding van een verscheidenheid van mentale toestanden zoals gewaarwordingen,gevoelens van pijn,hoop,angst,verdriet,vreugde,wroeging,stemmingen van wanhoop,verveling,euforie,ervaringen van allerlei aard zoals honger,dorst,koude maar evenzeer van religieuze,esthetische,erotische en andere aard,verwachtingen,bedoelingen,verlangens,dromen Bewustzijnstoestanden zijn wezenlijk subjectief in de zin dat het altijd iemands innerlijke toestanden zijn.Er is met andere woorden een type verschijnselen die niet objectief zijn in die zin dat ze niet voor competente toeschouwers van buitenaf toegankelijk zijn. Een wezenlijk kenmerk van het bewustzijn is verder de intentionaliteit. ervan. Bewustzijnsverschijnselen zijn naar de aard ervan ergens op gericht. De intentionaliteit van het bewustzijn houdt op haar beurt in dat er altijd een betekenismoment in het spel is. Betekenissen vragen om interpretatie. In deze optiek is de vereniging van twee onafhankelijke substanties met volkomen verschillende eigenschappen-de een,het lichaam, behorende tot de fysische wereld van uiterlijke objecten en gehoorzamend aan de daar geldende wetmatigheden,de ander horend tot een totaal andere orde,waarvoor vrijheid,eigen spontane activieit,luisteren naar redenen,innerlijke ervaring en dergelijke kenmerkend zijn. Het is evident dat er relatie is tussn lichaam en ziel. Mentale toestanden worden in het fysicalisme benaderd van de kant van de breinprocessen. In een dergelijk gev al worden bewustzijnsverschijnselen herleid tot niets anders dan breinprocessen.Er zijn echter talloze voorbeelden te geven van een werking van de geest op het lichaam. Denk bv aan de positieve invloed van de medewerking van de patient aan zijn genezingsproces. Het betekenismoment is een fundamenteel kenmerk van de bewustzijnsverschijnselen. Searle betoogt met nadruk dat het bewustzijn gekenmerkt is door niet te eliminern subjectiviteit,innerlijke eerstepersoons-kwalitatieve toestanden dus,en door intentionaliteit,zaken die voor een derdepersoons-objectieve natuurwetenschappelijke benadering ongrijpbaar zijn.Het bewustzijn is een mysyterie. Volgens van der Wal is het bewustzijn een emergent fenomeen dat in verschijning treeedt bij hoog ontwikkelde levende wezens met een centraal zenuwstelsel dat een bepaalde graad van complexiteit bereikt heeft. Het fysische vertoont zich in eenveelheid van verschijningsvormen met bijbehorende eigenschappen,gedragswijzen,vormen van causaliteit Het bewustzijnsfenomeen is een verschijningsvorm van het fysische.Leven en bewustzijn moeten serieus worden genomen als fysische verschijnselen. Het mentale en het culturele zijn niet vreemd aan de natuurHet bewustzijn is niet zozeer een fenomeen dat veroorzaakt is door door een materiele werkelijkheid die in hoogontwikkelde breinen een bepaalde graad van complexiteit bereikt heeft. Het bewustzijn is de uitingsvorm deze complexe structuren. Ziel en lichaam vormen een onlosmakelijke eenheid.

9.De ecologie De ecologie is de blikvanger van een nieuwe kijk op de werkelijkheid geworden.Ecologie bestudeert de relaties van organismen tot hun milieu. Het gaat dus om relatie. Ecologische systemen zijn bij uitstek specima van het open,complex georganiseerde,niet lineaire,min of meer ver van de evenwichtsstoestand verwijderde systeem dat als het normale geval in de natuur beschouwd kan worden. Ecosystemen zijn er dus in soorten en maten. De fenomenen geven een scala te zien van waarbij systemen deel uitmaken van omvattender eenheden. Het gaat dus om gebieden die gekenmerkt worden door bepaalde klimatologische en geografische eigenschappen en die een daarbij behorende flora en fauna bezitten. Er vindt een grote aanslag plaats op de ecosystemen.Alleen de mens neemt explosief toe. Dat is als een spel Russische roulette. Ecosystemen hebben alle kenmerken van dissipatieve structuren zoals openheid,complexe organisatie,dynamiek,metastabiliteit,zelforganisatie.

10 Verdiepende beschouwingen

Structuren van open systemen zijn systemen die met de omgeving in een uitwisselingsrelatie staan en afhankelijk zijn van de toevoer,doorvoer en afvoer van energie en/of materie. Steeds meer is het inzicht doorgebroken dat de natuur allerminst een oord van passiviteit en inertie is. Zij is een dynamisch geheel waar orde en dynamiek allereerst van binnenuit komen. Zelfordening is met andere woorden een eigenschap van een systeem als geheel. Kauffman stelt dat zelforganisatie “ a great undiscoverd principle of nature “is.Dan kan dat niet anders dan een nieuw licht werpen op het vraagstuk van de evolutie van het leven. Benz meent dat niet toeval het leven heeft voortgebracht maar de zelforganisatie. Kelkvin sprak van “sources now unknown”. Met de doorbraak van de kernfysica is duidelijk geworden wat de onbekende bron van de zonne-energie was nl kernfusieprocessen. De primaire factor in het proces van ontstaan en evolutie van het leven is de zelforganisatie. Het fenomeen van de zelforganisatie maakt twee zaken zichtbaar:1.dat zelforganisatie verbonden is met dynamiek,niet-stabiliteit en zelfoverschrijding van een systeem,en chaos als voorwaarde voor nieuwe orde en 2. dat orde desalniettemin,als zij eenmaal tot stand gekomen is,een vorm van stabiliteit vergt die het systeem dan ook poogt te hanhaven. Alles in de natuur heeft zijn geschiedenis. Bij tijd,wording en gebeuren gaat het om een fundamenteel en onherleidbaar fenomeen. Tijd is een essentieel kenmerk van het heelal. Het normale geval in de natuur is het open,complexe,niet lineaire,niet stabiele systeem min of meer verwijderd van de evenwichtstoestand. Dat impliceert op zich zelf het procesmatige en dynamische karakter van de werkelijkheid. Het universum is in voortdurende beweging. Symmetriebreking is een fenomeen dat zich op alle niveaus van de werkelijkheid voordoet Synmetriebreking vindt plaats bij explosievan sterren,ontwikkeling van planeten uit wolken materie en gas.Davies zegt dat het universum bio-friendely is.Het universum is aangelegd op de komst van leven en mens. . Er zijn meer factoren.Bv de leeftijd van het universum die lang genoeg geweest moet zijn voor de vorming van galaxieen waarbinnen zich sterren met planetenstelsels als de zon konden ontwikkelen. Ons zonnestelsel bevindt zich in de leefbare zone van het melkwegstelsel.Deze zone bevat precies de juiste concentraties van de chemische elementen die voor het leven nodig zijn. We laten het determinisme los.De natuur vertoont zelf een mate van onscherpte,onbepaaldheid of spontaniteit. Zonder twijfel is er veel toeval in de werkelijkheid. Echter door oog t e krijgen voor het vermogen van zelforganisatie van het leven bleek de rol van toeval in de evolutie beperkter

11 Eenheid en verscheidenheid van de natuur.Het fenomeen emergentie

De natuur ontvouwt zich als een actieve,creatieve natuur,die zich zelf organiseert in een uitbundige rijkdom van zijnsvormen. Het natuurbeeld is dat een veelgelaagde werkelijkheid waarbij steeds weer opnieuw door overschrijding van complexiteitsdrempels emergent nieuwe typen verschijnselen met nieuwe eigenschappen en functiewijzen optreden. Tot voorkort was er een scherpe tegenstelling van de aan de mens totaal vreemde uiterlijke wereld van de natuur en de doorleefde binnenwereld van de mens. Thomas Nagel erkent de eigen aard van the mental en keert zich tegen filosofen,die geest,bewustzijn,innerlijkheid en intentionaliteit ofwel eenvoudig als non-existent beschouwen ofwel van bijverschijnselen van breinprocessen.Hij breekt een lans voor de eigen zijnswijze van de geest. Popper en Ekless menen dat geest en lichaam twee zelfstandige vormen van werkelijkheid zijn die wederzijds op elkaar werken. Van der Wal hanteert de centrale stelling dat de natuur bestaat uit een opklimmende reeks van systemen van steeds toenemede complexiteit en hogere vormen van orde.Dat impliceert dat het spreken in termen van het fysische en het mentale een enorme simplificatie is. Van der Wal meent dat de natuur tegelijk eenheid en verscheidenheid te zien geeft Emergentie is herleidbaar tot het latijnse woord emergo,opduiiken,te voorschijnkomen,zich vertonen. De evolutie ontwikkelt zich niet via kleine aanpassingen ten gevolge van toevallige variaties maar min of meer door plotselinge omslagen. Het evolutieproces vertoont majeure discontunuiteiten en brengt daarbij emergente eigenschappen voort. Van der Wal wil in zijn natuurconceptie continuiteit en discontonuiteit met elkaar verbinden. De eenheid van de natuur houdt dus in dat op bepaalde manier alles fysisch is,ook het leven,de geest,het socialeDavies wil leven en geest als fysische verschijnselen serieus nemen. Durr zegt dat we de materie niet langer moeten denken in termen van stoffelijke punten maar eerder in termen van potentialiteit.Potentialiteit heeft veeleer iets van de openheid en veelvoudigheid van het levende. Potentialiteit is betrekking,verandering,processor,operator,vorm gestalte zonder materiele drager.De levende en niet levende werkelijkheid zijn slechts verschillende structuren van dezelfde materie,een materie echter die in de grond van de zaak helemaal geen materie is maar zoals moderne natuurkunde al aangeeft meer op een embryonale vorm van leven lijkt. De natuur moet worden gedacht als een dynamisch vlechtwerk dat door zijn configuratie of organisatiepatroon wordt gekenmerkt. De materie is een van de verschijningsvormen van de natuur op een bepaald niveau van organisatie namelijk. Zij is dus niet de drager van de werkelijkheid waarvoor zij vaak gehouden wordt. De materie heeft niets van de inerte,geestloze materie van de klasssiek-moderne natuurconceptie.Zij draagt de disposities voor bewustzijn,geest,socialiteit in zich. Het psychische,mentale en sociale zijn volstrekt natuurlijke dimensies van het fysische in de brede betekenis. De geest is een manifestatie van de natuur.

12 Causaliteit en finaliteit

Causaliteit speelt een belangrijke rol bij het begrijpen van natuurverschijnselen. Causaliteit is zelfs het cement van het universum genoemd. De verschillende werkelijkheidsniveaus bezitten hun bijbehorende bijzondere vormen van causaliteit. De eerste bres in het klassiek-moderne bastion werd geschoten met de invoering,aanvankelijk in de thermodynamica,van probalistische natuurwetten. De kwantummechanica stelt de ongeldigheid van de causale wet vast. We zouden kunnen zeggen dat de biologie geen wetten kent,echter wel degelijk een corpus van inzichten inzake regelmatigheden van levensverschijnselen,inzake eigen vormen van causaliteit dus. Als causaliteit een belangrijke rol speelt bij het verklaren van standen van zaken en gebeurtenissen,en verklaren op zijn beurt afhankelijk is van wat wij willen weten,dan krijgt causaliteit een verschillend gezicht al naar gelang van ons kennisbelang. Popper spreekt over causaliteit in termen van propensites,tendensen of wel objectieve waarschijnlijkheden. Deze worden dan gedacht als inherent aan situaties in plaats van gebonden aan processen.Bijzonder interessant is het in dit verband nu echter dat teleologisch spraakgebruik ook met een zekere regelmaat opduikt in de fysica en chemie als wetenschappen van de anorganische natuur.Wie de uiteenzettingen van Von Weizacker doorleest met betrekking tot causaliteit en finaliteit ziet dat hij het grof mechanische causaliteisbegrip van de klassiek moderne fysica oplost in mathematische vormen,daarin een soort causa formalis in de zin van Aristoteles ziet,die dan zelfs de geest in de materie belichaamt

13 De sociale werkelijkheid

De natuur is een veel minder lijdzaam object van verklaarbaarheid,voorspelbaarheid en manipuleerbaarheid dan in de klassieke-moderne natuuropvatting werd aangenomen. Morris veronderstelde dat socialiteit en cultuur inherent zijn aan het evolutieproces en er daarom vroeg of laat uit te voorschijn moesten komen. De door van der Wal voorgestane benadering van natuurverschijnselen doet opgeld voor het gebied van het menselijke sociale leven-maar dan wel op de voor dat domein specifieke manier. De menselijke sociale werkelijkheid moet zich laten beschrijven in termen van het open,complexe,niet lineaire,niet stabiele zelforganiserend systeem.

Max Weber meldt dat het kapitalisme ontstaan is in protestantse landen met een puriteinse inslag. Hij zocht de wortels in het puriteinse ascetische ethos dat mensen gebood een arbeidzaam leven te leiden zonder dat zij de opbrengsten van hun arberid mochten genieten. Het drijvende motief was met andere woorden authentiek religieus ethisch. We konstateren dat na een periode waarin de oude orde op losse schroeven komt te staan een nieuwe orde zich aftekent,orde uit chaos dus Zo kan zich zelforganisatie zich voor doen. De natuur toont zich keer op keer veel minder voorspelbaar,beheersbaar en lijdzaam dan aangenomen werd. In de moderne samenleving heerst het primaat van het complex van wetenschap,technologie en economie.

14 Intrinsieke waarde van natuurlijke entiteiten

Een van de bijzonderheden van het moderne wereldbeeld is de radicale scheiding van feiten en waarden. Waarden bestaan alleen in de beleving van subjecten worden door hen zogezegd in de feitelijke werkelijkheid ingelezen. Subjecten zijn de enige bron van waarden. Realiteit en idealiteit worden ontkoppeld. In de filosofie werden onderscheiden fysis,logos en ethos. Van der Wal wil volhouden dat ook voor de moderne wijsbegeerte die samenhang van werkelijkheidsopvatting,kenleer en ethos nog steeds geldt-zij het op een specifieke wijze namelijk van een wederzijdse uitsluiting. De mens ervaart zichzelf toch als een wezen met een binnenkant,met bewustzijn,zelfbesef en gevoel,als begiftigd met een wil als bron van eigen activiteit,als actor die gericht doelen nastreeft,als uitgerust met redelijke vermogens die hem samenhangen doet begrijpen en hem zo in staat stellen daarvan voor de realisering van zijn aspiraties gebruik te maken. Dit alles is de reden dat de mens niet langer deel uitmaakt van een natuur zoals die in klassiek-modern perspektief begrepen werd. De mens hoort met andere woorden tot een volstrekt andere orde van de realiteit dan de natuur. De mens is op die manier ook niet langer verwant aan andere wezens-juist niet:zij zijn hem volkomen wezensvreemd. Menszijn is subject zijn in een werkelijkheid die verder enkel objectkarakter heeft De mens heeft zich in de kwaliteit van subject geemancipeerd van de orde die in de wereld der dingen heerst. Subject kan men slechts zijn wanneer men autonoom is,zich zelf de wet stelt,sterker,wanneer men tot zelfcreatie in staat is. Werkelijk autonoom is dat subject slechts wanneer het niet alleen de eigen normen maat voluit zich zelf schept. Het zijn de ideeen van de zelfschepping en zelfbepaling van het subject die hun meest zichtbare uitdrukking in de moderne idee van vrijheid gevonden hebben. Vrijheid betekent dus dat vanuit het zelf en de ontplooing daarvan gedacht wordt. Van der Wal stelt dat bij het ruimen van dieren deze totaal geinstrumentaliseerd worden met het oog op economische belangen We moeten op zoek naar een andere relatie van feitelijkheid en normativiteit. De scheiding tussen zijn en behoren in de vorm die voor het moderne denken typerend is wordt verworpen. Voor de moderne werkelijkheidsopvatting is kenmerkend dat de realiteit geen inherente norm bezit. Waarden maken onderdeel uit van de manier waarop de wereld is De mens staat in en zeer afstandelijke relatie tot de natuur,tot dieren,planten,landschappen en niet in de laatste plaats tot zijn eigen lichaam en emoties. De mens moet zichzelf als radicaal van de natuurvervreemd begrijpen,terwijl hij feitelijk,in zijn lichamelijkheid,behoeftigheid,in zijn relatie tot dieren elk ogenblik ervaart hoezeer hij deel uitmaakt van de natuurlijke werkelikheid en daarmee met talloze draden verbonden is. De menselijke subjectiviteit is door de natuur bemiddeld,de geest daarom naar zijn aard niet anders dan als geincarneerd gedacht kan worden.. Het leven als zodanig verschijnt is een zijnsvorm met een innerlijke dimensie op het toneel. Het leven heeft zelfkarakter. Bij levende wezens wordt de identiteit gevormd door door een innerlijke principe of zelf zoals Jonas dat zegt. Albert Schweitzer zei: ik ben leven dat leven wil,temidden van leven dat leven wil.

15 Kentheoretische kwesties

Als echter de natuur het beeld biedt van een ladder van zijnsvormen met steeds hogere complexieteitsniveaus en bijbehorende emergente eigenschappen en vormen van rationaliteit,dan is een open universum dat ook in kentheoretisch opzicht. De kennissociologie heeft zeer aannemelijk gemaakt dat typen van kennis in een interne relatie staan tot cultureel-maatschappelijke situaties.In positief opzicht betekent dat dat bepaalde typen samenlevingen met de daarvoor kenmerkende voorstellingswijzen en mentaliteiten een speciale affiniteit tot daarbij horende typen van kennis hebben. Eddington bedoelt te zeggen dat wat wij te zien krijgen in sterke mate afhangt van onze manier van kijken en van het daarbij gebruikte categoriale schema. Dit maakt de dingen grijpbaar maar tegelijk ook ongijpbaar.,als ze namelijk niet met de dat categoriale schema corresponderenHij noemt het voorbeeld van de viskundige die konkludeert tot een bepaalde vangwijze. Hij vangt werkelijkheid maar we weten dat alle werkelijkheid het hele spectrum van de in zeeen levende vissen is. Binnen een en de zelfde wetenschap kunnen anders geknoopte netten een ander zicht op de desbetreffende verschijnselen en zelfs op nieuwe aspecten ervan openen. .Alle wetenschappelijke kennis is paradigmagebonden. De filosofie van de 20e eeuw laat het beeld zien van een ontwikkeling van een unifortm naar een naar een meervoudig rationaliteisconcept en daarmee corresponderend van een-naar een meer dimensionale werkelijkheidsvisieDavies zei dat wie moderne fysica bedrijft zijn gezond verstand thuis moet laten. Het universum is niet alleen vreemder dan wij ons het voorstellen,het is vreemder dan wij het ons kunnen voorstellen. Van der Wal concludeerde ten aanzien van de bewustzijnsverschijnselen er aan een ziel als separate entiteit en draagster van de psychische verschijnselen geen behoefte meer besttaat. Maar de verbreidheid van het geloof aan zon zelfstandige ziel laat al zie hoe voor de hand liggend gezien vanuit de alledaagse ervaring zon voorstelling is. Eddington noemt hetvoorbeeld van de twee tafels.De ene tafel is die van de alledaagse ervaring,een massief ding dat niet meegeeft.De andere tafel is die van de wetenschap De ruimte daarvan is bijna leeg.Eddington stelt dat de moderne fysica door nauwkeurige proeven en onverbiddelijke logica hem verzekerd heeft dat de tweede tafel de enige i s die werkelijkheid is.. Maar zegt hij:ik hoef u aan de andere kant niet te vertellen dat de moderne natuurkunde er nooit in zal slagen de eerste tafel uit te bannen-dat vreemde samenstel van uitwendige natuur,geestelijke voorstelling en geeerfd vooroordeel dat zichtbaar voor mijn ogen ligt en tastbaar voor mijn greep. De alledaagse aanschouwelijkheid biedt een onbetrouwbaar kompas voor het begrijpen van vele natuurverschijnsdelen,sterker stuurt ons vaak in een verkeerde richting en blokkeert een adeaquaat inzicht in die verschijnselen. Jonas is van mening dat een onvooringenomen onderzoek uitwijst dat slechts het concrete lijfelijke leven,waarvan de krachten die zich zelf voelen tegenspel tegen de wereld leveren,de bron van de voorstelling van kracht en daarmee van die van de causaliteit kan zijn.De causaliteit is geen apriorische grondslag van de ervaring maar zij is zelf een basale ervaring. Jonas houdt vast aan de grondthese dat al onze werkelijkheidskennis uiteindelijk is vastgemaakt aan onze directe lichamelijke omgang met de dingen. Ronald Graham zegt dat ons brein in de evolutie zo is gevormd dat het doet schuilen als het regent,ons bessen doet zoeken als we honger hebben en ons doet vluchten als er gevaar dreigt. .De mens is naar zijn zijnswijze,naar zijn lichamelijke uitrusting,zintuigen en voorstellingsvermogen en denkvermogen verweven met met de op aarde heersende omstandigheden-en zelfs met een selectie daaruit

16 Afsluitende beschouwingen

Het mechanische wereld bood voor de mens geen plaats.De mens werd zigeuner aan de rand van het universum. Evenmin was er plaats voor de immateriele verschijnselen zoals leven,bewustzijn,socialiteit en cultuur,normativiteit en de hele geestelijke sfeer van voortbrengselen van kunst,spiritualiteit en niet vergeten de filosofie zelf. Innerlijk doorleefde ervaringen en de ideeele liggen niet buiten de natuur maar vertegenwoordigen potenties die in de natuur zijn aangelegd Het leven is een binnenkant van de dingen.Natuur kan niet meer in termen van pure exterioriteit en passiviteit worden begrepen. Leven betekent het hebben van een binnendimensie of innerlijkheid. Het geeft daarmee blijk een zelf te zijn dat van zich uit actief op de omgeving inspeelt. Hoger opklimmend op de ladder van de natuur uit zich de binnendimensie van de dingen als bewustzijn,als innerlijkheid die nu ook van binnen beleefd wordt. Bewuste levende mensen zijn dan niet alleen subjecten maar beleven in hun waarnemingen gevoelens en strevingen nu ook hun subject zijn. Interioriteit en subjectiviteit zijn uitdrukking van het geesteskarakter van de natuur. De geest verschijnt dan niet alleen in het medium van de materie als belichaamde geest uiteraard doet hij dat. Maar omgekeerd bezit de materie of wel het lichaam een dimensie van geest-zijn. Jonas zegt dat de materie slapende geest isBetekenissen maken deel uit van de natuurlijke werkelijkheidKortom innerlijkheid,subjectiviteit,bewustzijn,zelfbesef,betekenissen,behoren alle tot de fabric of reality en vertonen zich onder voor hem gunstige voorwaarden. De hele teneur van door van der Wal voorgestelde natuurfilosofie gaat in die richting,door het leven met zijn innerlijkheid,het bewustzijn met zij betekeniedimensie,door verschijnelen ls socialiteit,cultuur en moraal,door voortbrengselen van ku nst en wetenschap als manifestaties van een in de natuur aangelegde orde te beschouwen. Het verstand met zijn alledaagse ervaring is ons bruggenhoofd in de natuur,de enige toegangspoort die we tot haar hebben. Als lichamelijke subjecten voeren wij juist via de lichamelijkheid een stille conversatie met de ons omgevende werkelijkheid We leven in een rijk en diep universum met een verscheidenheid aan dimensies die ons niet alle in dezelfde mate toegankelijk zijn.De wereld is niet gesloten maar wijst uit naar bovenzichzelf. Einstein zei dat het mooiste wat wij kunnen beleven het mysterieuze is. De ervaring van het raadselachtige heeft ook de religie voortgebracht.Het weet hebben van het bestaan van het voor ons ondoordringbare,van de manifestaties van diepste rede en schitterendste schoonheid die aan onze rede slechts in hun primitiefste vormen toegankelijk zijn, dit weten en voelen maakt ware religie uitNatuurwetenschap zonder religie is mank en religie zonder natuurwetenschap is blind. Goethe leerde ons reeds dat het vergankelijke slechts een gelijkenis is. Het was zijn diepste overtuiging dat in de processen van de eeuwig scheppende natuur zich het goddelijke te kennen geeft. De natuur noemt hij het levende kleed van God Goethe zegt: ik ben er om mij te verbazen.