Jesaja 11:1-10

Jesaja 11:1-10

Tijdens de jaarlijkse actie “Nederland leest” verscheen dit jaar ERIK of het kleine insectenboek door Godfried Bomans. Bomans die leefde van 1913-1971 schreef dit boek in 1939. Hij ontving nooit een literaire prijs. In de oorlog bood hij onderdak aan twee joodse onderduikers. Na de oorlog werkte hij als journalist en in de jaren zestig ontpopte hij zich als TV artiest. De humor van deze moderne katholiek was lichtvoetig en ironisch. Erik is een jongen van 9 jaar. Hij ligt op bed. In zijn kamer hangen schilderijen die zijn grootvader en grootmoeder afbeelden .Bovendien hangt daar het schilderij Wollewei waar je witte schaapjes ziet grazen in een groene wei. Overal ontwaar je insecten:rupsen,vlinders,kevertjes,spinnen,mieren,wespen,bijen,slakken etc. Alle schilderijen komen in zijn droom tot leven. Grootmoeder moedigt hem met een reuzenzwaai terecht te komen in het zachte gras van Wollewei. Erik wordt nu een nietig mensje. Hij maakt allerlei avonturen mee met de insecten. De insecten vragen met wie hij praat tijdens het bidden. Erik vertelt dat hij praat met God die hem gemaakt heeft. Toch moet Erik vaststellen dat het rijk van de insecten gevaren en risico’s kent. Hij dreigt opgepeuseld te worden. Met een dennennaald moet hij zich verweren. Erik komt vast te zitten aan de kleverige vliegenlijm van een webdraad Maar deze kan hij gelukkig breken. Op een bepaald moment raakt Erik buiten westen en wordt hij wakker van de doodgravertjes die op het punt staan hem te begraven. Erik raakt betrokken in een oorlog tussen mieren. Hij wordt getroffen door mierenzuur dat hij wrijft uit zijn ogen. Dan wordt hij wakker in zijn eigen bed. De natuur is prachtig en indrukwekkend. Erik geniet ervan. De insecten zijn fascinerend. Maar de natuur is toch wreed. De een eet de ander op. Er is strijd,achtervolging en voortijdige dood. De wereld van mensen is niet veel beter
Ook op Darwin maakte de natuur aanvankelijk een vredige indruk. Alles leek gelukkig,harmonieus. De natuur leek op een uitgebalanceerd systeem dat diepe indruk maakte. Vogels zingen. De zon verschijnt aan een strak blauwe hemel. De natuur groei en bloeit. Maar onder het oppervlak overheerst een minder geruststellend beeld. Er vloeit bloed en er is geweld. Pijn en leed zijn resultaten van natuurwetten. Vogels vreten vlinders op, Vogels belagen elkaar. Honger is bedreigend. Dieren verscheuren elkaar. Een klaverbloem wordt bevrucht door hommels,die worden opgevreten door veldmuizen. Deze worden verslonden door de katachtigen. Darwin raakte meer en meer in twijfel over de rol van God. Darwin was verbijsterd door het feit dat de sluipwesp geboren wordt in het levende lichaam van een rups en deze vervolgens van binnenuit opvreet.
Jesaja 11 is in dit verband boeiend. De messiaanse vorst verschijnt ten tonele. Hij is begiftigd met Gods Geest,de Geest van wijsheid. De messias ziet om naar de onderdrukte,arme mens. Hij roeit het kwaad uit .Korruptie bant hij uit. De messiaanse vorst staat voor betrouwbaar bestuur. Hij beschermt de zwakken. Opvallend zijn de passages over vrede in de natuur. De wolf verkeert bij het schaap. De panter is bij het bokje. Kalf en jonge leeuw verkeren samen. Een klein jongetjes hoedt de wilde dieren. Koe en berin gaan samen. Een zuigeling speelt bij het hol van een adder. Elders in het Oude Testament bij Ezechiel,Jesaja en Leviticus komen we passages tegen waarin wilde dieren verwijderd worden. Geen verscheurende dieren meer. Wat elkaar bijt en opeet zal met elkaar in vrede verkeren. Ook in buitenbijbelse bronnen(Hammurabi,Ramses IV en Vergilius) komen we verhalen tegen over messiaanse gestalten die vrede stichten onder mensen en in de natuur.
De mens voelt zich soms als vreemdeling en vraagt zich af wat God te maken heeft met de wanorde onder mensen en in de natuur. Had God niet iets leukers of beters kunnen bedenken. Er is duisternis. Oceanen van water bulderen in de duisternis. Er heerst chaos. Volgens de verteller omvat de Geest van God het geheel. In de chaos gaat God scheppen. Scheppen is scheiden. Licht wordt gescheiden van duisternis. Dag wordt gescheiden van nacht. Aarde en water worden gescheiden. God maakt leven mogelijk in de chaos. In de mens ziet God zijn medewerker. Later bij voorbeeld in de middeleeuwen zullen monniken dijken opwerpen tegen het wassende water om droge aarde te beschermen. Dat Woord wordt belichaamd in Jezus Christus. In de chaos schept God orde door het Woord. De chaos wijkt niet .De aarde blijft vol van ziekten,rampen oorlogen en natuurgeweld. God is daar niet blij mee. Als schepper ontpopt hij zich ook als heelmeester. Jezus continueert deze rol. Hij geneest zieken en roeit onheil uit. Het is de verantwoordelijkheid van zijn volgelingen om ziekten,rampen,natuurgeweld en oorlogen te bestrijden. Daarin werken wij met God mee. Het scheppingsverhaal is een duiding van de werkelijkheid. Simone Weil heeft ons geleerd dat de werkelijkheid op zich zelf niet zo mooi en schoon is. Dieren en mensen kunnen elkaar afmaken.,Volgens Weil kan de mens de schoonheid van de werkelijkheid beleven als een tedere glimlach van het vlees geworden Woord in Jezus Christus door de werkelijkheid heen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.