Archief
Maand: maart 2009

Filosofische grondslagen van het kapitalisme

Filosofische grondslagen van het kapitalisme

In de achttiende en negentiende eeuw hebben filosofen als William Paley, Adam Smith, Jeremy Bentham en John Stuart Mill bijgedragen aan de filosofische grondslagen van ons kapitalisme, dat sedert de kredietcrisis op zijn grondvesten trilt. Paley formuleert zijn stelling :”Wat nuttig is,is goed”. Prive-geluk is het motief van ons handelen. Paley was nog godsdienstig en hechtte aan een schoon geweten, waarin Gods wil korrigerend zou kunnen optreden. Adam Smith,een van de voorlopers van de vrije markt dacht ook in deze lijn. Het summum van geluk is dat een mens gezond is, geen schulden heeft en een schoon geweten heeft. Hij geloofde in de vrije markt waar alle mensen hun persoonlijke geluk konden nastreven. Wel vond hij het noodzakelijk dat de overheid voor het onderwijs verantwoordelijk was en korruptie fel bestreed. Deze filosofen wilden het menselijk egoisme beteugelen. Volgens Bentham streeft ieder mens zijn eigen belang na. Hij wil zoveel mogelijk voordeel,genot en geluk verkrijgen. Hij kiest voor een economie van geluk. Ook hij wil het eigenbelang begrenzen met sancties. Mill hecht aan het sociale element in de menselijke natuur. Hij stelt:het grootste geluk voor het grootste aantal mensen. Dat is de droom van het kapitalisme. Maar de inspiratoren van deze droom hebben gewaarschuwd.De kapitalisten,die alleen weten te graaien,bonussen te ontvangen,abnormaal veel verdienen,gokken om zoveel mogelijk rendement te verkrijgen en door hun gedragingen anderen werkeloos en arm maken,zij allen worden door bovengenoemde filosofen uitgescholden voor varken en dwaas. De regie van de vrije markt is in handen van de overheid.

Hans Visser

10 maart 2009

Verslaving (Lezing GGZ-Delftland Delft 18 februari 2009)

Verslaving (Lezing GGZ-Delftland Delft 18 februari 2009)

Maatschappelijke omgang met en verantwoordelijkheid voor drugs-en drankverslaafden. Halverwege de dag belt hij mij op. Het gaat om K. die woont in de regio Rotterdam. Na mijn pensioen ben ik hem blijven bezoeken,omdat ik hem niet zomaar kan overdragen aan een ander. K.wordt begeleid door een ambulant hulpverlener. K.lijdt aan enkele ziekten als diabetes en slikt een partij medicijnen. Hij woont in een klein gezellig huis. Als ik hem bezoek zorgt hij voor gebak en koffie. We roken een sigaretje en sigaar. De ideale dag voor K.verloopt alsvolgd. In de morgen bijkomen van de vorige dag en nacht. Na 13 00 een aantal glazen Berenburger. Afgewisseld met en partijtje blikjes bier. In de vooravond komt een vriend en gebruiken zij coke. Het absolute hoogtepunt van de dag. Daarna gaat K.over op tomatensap en sinaasappelsap.Er wordt een hap gegeten. Er wordt bij etappes geslapen. In de nacht wordt nog wat gegeten. K.houdt niet van TV en beluistert de radio en taperecorder. Hij ligt op een bed in de kamer.Hij heeft af en toe last van hallucinaties. Tijdens mijn bezoeken spreken we over zijn algehele toestand(gammel),de hallicunaties,het heerlijke coke gebruik,relatie met familieleden(zijn zuster bekommert zich om hem),de toestand in de woonplaats,theologische onderwerpen die hij zelf aandraagt,de zin van dit leven. Ik voel met .de man mee en ik mag hem graag. Uiteraard bespreken we de zorgelijke financieen rond de coke. Ik dring aan op matigheid,zodat het leuk blijft. Maar nu belt hij op. De vriend in coke gebruik is financieel bezweken. K.verzucht : einde coke. Hoe sta ik hierin??Ik voel mee,jammer de coke beleving mist hij nu,aan de dag ontvalt het hoogtepunt. Ik heb met hem te doen. Hij is een aardige man die ondanks al zijn handicaps wat van zijn leven gemaakt heeft..Natuurlijk heb ik wel eens een arts geraadpleegd,die verbijsterd raakte over de hoeveelheid medicijnen en geen uitweg bood. Ik heb geprobeerd zijn coke gebruik te helpen reguleren of zo nodig te staken. In een vriendschappelijke relatie heb je het beste met elkaar voor. Ik heb leren accepteren dat zijn situatie is zoals deze is. We maken er wat van.Ik laat K.weten dat ik binnenkort weer eens langs kom..Als dominee ben ik geen psychiather,verpleegkundige,maatschappelijk werker etc.Een dominee is een geestelijk raadsman voor onderweg. Onderweg ben ik hem tegengekomen,omdat hij wist dat ik hem niet zou afwijzen. K.wil ook dat ik hem begraaf. Ik doe u het verhaal van K.omdat ik altijd geprobeerd heb zo met mensen om te gaan die aan drugs en drank verslaafd waren.Het begon allemaal voor mij in het begin van de jaren tachtig wanneer de wegen van Nico Adriaans(toen voorzitter van de Junkiebond) en mij elkaar kruisten. Nico was een getalenteerde actievoerder met een breed maatschappelijk en politiek inzicht. Hij werd mijn gids. Gezamenlijk gingen we er tegen aan:het scheppen van eigen ruimten voor druggebruikers in de Pauluskerk en enkele dependances(zoals later ook Perron Nul),waar ze konden eten,drinken,gezellig samen zijn,slapen en gebruiken. Daarom heen weefde ik medisch en sociaal werk. Een kerk is een markt die je producten aanbiedt die belangrijk zijn voor de mensen zelf maar ook voor de kerk.Bijbelstudie,gespreksgroepen,kerkdienstjes etc waren vrijblijvend. De een vond het leuk,de ander prefereerde gebruik en gezelligheid.Niks geen gezeur over zonde(coke als sloper,drugs zijn van de duivel).Jezus zelf hield van wijn. Natuurlijke de individuele maat is belangrijk. Altijd dronken zijn of stoned of onder invloed is een donkere kant van het druggebruik. Ruud Heinsius schreef onlangs een boek met de titel Flarden. Hij beschrijft de dood van zijn dochter(verkeersongeluk) en zoon(overmatig druggebruik).Voor psychiathers een interessant boek om vast te stellen dat hun werk vaak bestaat uit briefjes aan collega’s,die uiteindelijk niks opleveren dan de vaststeling van zijn dood. Over Evangelische Hulpverlening is de auteur teleurgesteld(de Hoop).Over mij is hij tevreden(uitgezonderd Perron Nul).Hij prijst de lage drempel van de kerk. Met angst in je ogen,vertwijfeld,je kunt geen kant meer uit..De verantwoording kan even bij een ander gelegd worden(maaltijd,slaapplaats)..Met Nico Adriaans liepen we te hoop tegen de hoge drempels van de hulpverlening.het beleid van de burgerlijke gemeente en politie. Bezettingen,demonstraties en een illegaal methadon programma werden uitgevoerd om bepaalde doelen te bereiken. Een toenmalige arts die optrad als drugsadviseur van de gemeente prees zich bijna letterlijk uit de markt toen hij verklaarde dat wie met druggebruikers spreekt bij de duivel te biecht gaat./ In het begin van de jaren tachtig werd o.l.v.Nico Adriaans e.a. gepleit voor de medisch sociale heroine verstrekking. Dat riep alleen verzet op hoewel ik dacht dat deze verstrekking een uitnemende oplossing zou zijn. We moesten nog 16 jaar wachten toen deze verstrekking geaccepteerd werd door de overheid. Ik weet nog dat ik 1997 toen de diskussie in de Kamer stagneerde de minister meedeelde dat ik er zelf mee ging beginnen. Ik kende dealers die het experiment wilden dragen. Dat gaf weer commotie zodat ik een en ander moest kortsluiten met het parket in Rotterdam. Inmiddels was iedere heroineverslaafde in die zestien jaar aangevangen met cokegebruik. Jammer. De opiumwet heeft nooit mijn goedkeuring genoten. Mensen en drugs horen bij elkaar. Drugs zijn stoffen die het menselijk bewustzijn beinvloeden. Ze worden gebruikt met het oog op gezondheid,genot,roes,extase,troost,vlucht,grensoverschrijding en meditatie. De overheid is geroepen de risiko,s te onderscheiden. Drugs met een verhoogd risiko zijn wat verkrijgbaarheid,leeftijdsgrenzen aan voorwaarden verbonden. Geen coke bij Albert en tabak alleen in een speciale zaak. Sommige drugs alleen bij de apotheek. Laat de volksgezondheidinstanties de regie voeren .Verbieden van drugs is heilloos Wij zoeken daarom naar het smalle pad tussen enerzijds het verbod van drugs en anderzijds het zomaar vrijgeven van drugs Natuurlijk hebben we altijd met overheden gestoeid en gedeald over het drugbeleid. De overheden moesten de opiumwet handhaven terwijl lieden als ik daar geen boodschap aan hadden. Het gedoogbeleid werd geboren, Ik ben daar een warm voorstander van. Gedoogbeleid is noodzaklelijjk om langs de weg van experiment nieuwe regels en wetten uit te vinden Gedogen is niet de verkeerde kant uitkijken maar geschiedt uit mededogen met mensen,die dreigen vast te lopen in hun drugscultuur, Het gedoog beleid vierde hoogtij in Rotterdam aan het einde van de jaren negentig. De burgemeester verdedigde het beleid. De wethouders gaven ondersteuning.,ambtenaren van stadhuis,GGD en het parket hielden vergaderingen die nooit zijn gehouden. Er werd onderzoek gedaan.Het bleek dat de door mij gerunde basements het goed deden(toegankelijkheid voor politie en hulpverlening).Er was toegangsbeleid met pasjes en er werd geinvesteerd in een goede relatie met de woonomgeving. Het blijft jammer dat Pim Fortuyn in 1993 geen voorzitter van Perron Nul werd. Was dat wel gebeurd dan hadden we nog mooie tijden kunnen meemaken en was Fortuyn wellicht niet gevallen in de handen van de malloten die de afgod veiligheid aanbeden. In 2003 wordt het gedoogbeleid beeindigd. Het positieve rapport over de basements verdwijnt voor goed in de burolade. De betrekkingen met de politie keren terug naar het nivo aan het begin van de jaren tachtig. De politiek laat afweten. De burgemeester moet zich in allerlei bochten wringen. Het parket handhaaft haar hypocriete beleid. Nog eenmaal heb ik een treffen met de hoofdofficier wanneer hij gewichtig meedeelt dat ik niet langer verdachte ben in twee drugszaken. Onder mijn bezoekers in de Pauluskerk,die getreiterd worden door repressie houd ik een enquete.Vijftig proce nt van de bezoekers neemt deel aan straatkrant,Topscore en het klusserswerk in de Pauluskerk. Vijftig procent maakt gebruik van hulpverlening(geldbeheer,begeleide kamerbewoning) Twintig procent laat zich betrekken in de export en import van balletjes.Ze leveren zich uit aan katvangers. Sommigen houden hun verslaving onder redelijke kontrole met zelfhulp en hulp van anderen. Anderen stellen vast dat hun leven ondermijnd wordt door verslaving. Het gebruik van drugs in de Pauluskerk hebik zoveel mogelijk gereguleerd:huis dealers,kontrole van de stoffen,beslissende stem aan bezoekers over de kwaliteit,toezicht op prijzen,het scheppen van een ontspannen sfeer,grenzen stellen aan het gebruik,toezicht op gezondheid, uitnodigen deel tenemen aan andere actitiviteiten, het propageren van snuiven boven basen etc. Ik ben een tegenstander van moralisering in de verslavingszorg. Medicalisering is goed/.Voor veel druggebruikers is medische hulp in hun gehandicapt leven goed. Het gaat me te ver ze hersenziek,voor gek te verklaren..De meeste druggebruikers kunnen zich goed uitdrukken,kunnen communiceren en functioneren in vele opzichten zeer behoorlijk. In hun hersens vindt het proces craving plaats,dat je er niet zo uitramt. Bepaalde stoffen die het lichaam behoort aan te maken worden niet geproducerd,andere stoffen worden toegevoegd en leiden tot ontwrichting.. Christian Marzahn heeft gepleit voor een algemeen te aanvaarden drugscultuur. De druggebruiker maakt deel uit van een groep waar de mensen op basis van afspraken met elkaar proberen op verantwoorde wijze te gebruiken. De kroegbaas stuurt zijn klanten zodanig aan dat ze niet van hun kruk tuimelen van dronkenschap. Gebruikers van bruin en wit kunnen elkaar adviseren,.in geval van overdosis kan vlot worden ingegrepen. Mensen weten hoe te handelen. Voordat de gebruikersruimten er waren stierven er meer mensen in een portiek of nis of gewoon thuis Elk mens is in zijn brein beinvloedbaar van buiten af maar gelijktijdig zijn er ook invloeden die van binnen uit komen. Ik wil niet absoluut deterministisch denken.Ik geloof niet in het verslavingsgen. Wel kan er sprake zijn van erfelijkheid of predispositie.Er is sprake van wisselwerking tussen genetische en culturele factoren. Verslaving is multifactorieel bepaald.Niet vergeten mag worden dat de mens lot en daad is. Een mens kan sommige dingen die lotmatig bepaald worden niet veranderen. Maar de mens kan ook kiezen. Hij kan zich dan vergissen maar ook succes scoren.Met Wim van der Brink kan ik het eens zijn dat sprake is van een bio-psycho-sociaal ontwikkelingsmodel. Ontstaan en beeindiging van verslaving zijn het resultaat van een continue interaktie tussen aangeboren kwestbaarheid,persoonlijke ontwikkeling en de omstandigheden,omgevingsfaktoren.. In de Pauluskerk heeben we in de loop der jaren alle mogelijke hulpverleners geintroduceerd:verslavingsartsen, psychiathers, verpleegkundigen,maatschappelijk werkers,maar ook aanhangers van healing en reiki, guru,’s van genezers etc,Ik vind dat elke behandeling met waardigheid dient te geschieden. We beginnen waar de mensen zijn. Een maatschappelijke kontekst kunnen we niet zomaar veranderen. Wij gaan niet mensen opbergen en verkassen. Het resultaat daarvan stelt vaak teleur. De overlastpsychose ope nt de weg naar vele plekken waar het gebruik afgedekt wordt of gedwongen beeindigd. Overlast is geen criminaliteit. Daarin moet je sturen. Er zijn verslaafden die redelijk goed functioneren. Zij moeten op een fatsoenlijke wijze hun dope verkrijgen. Er zijn mensen die de kontrole over hun gebruik verliezen. Ik wil altijd gebruik-verslaving -en verloedering onderscheiden. Ik moet voorkomen dat verslaving overgaat in verloedering.De hulpverlener kan wel eens drang uitoefenen .Mensen hebben het recht een behandeling te weigeren. We moeten alles uit de kast halen om dat te voorkomen maar we kunnen niet dwingen. Er is recht op aanvaarding,er is recht op weigering. Wat dat betreft leven we onder een bevoogdende overheid die ten aanzien van de genotscultuur(koffieshops,cafe’s waar gerookt wordt,drank gebruik,sexbeleving etc)allerlei ingrepen doet met het oog op het welzijn van jongere en oudere. Het gaat mij te ver.Ik ben er voorstander van dat de overheid gebruik en handel in alle drugs(inclusief de thans verboden drugs)reguleert met regel-en wetgeving. De overheid verricht preventie en waarschuwt de burger,De overheid voert een gunstig beleid voor omgevingsfaktoren(bestrijding schooluitval,werkeloosheid,gebrek aan goede recreatie voorzieningen etc.) Door bepaalde drugs te verbieden houdt de overheid een maffiose cultuur in stand met drugsbendes in Mexico,liquidaties in Amsterdam,zwarte handel in drugs,de ondergrondse aktiviteiten per scooter,huisbezorging,afspraak onderweg thans verspreid over het hele land. In de caren van Perron Nul heb ik moeten vaststellen dat hulpverlening,GGD en overheid ernstig tegenvielen,dat de kriminalisering van druggbruikers een ernstige vorm van hypocrisie veroorzaakte in de samenleving. Ik bepleit geen open drugscene maar een gereguleerde. Zie lezing over Van Verzorgingsstaat nar Veiligheidsstaat Zie Een hulpzoeker is nog geen hulpvrager
Hans Visser

Verslaving

Verslaving

(Lezing GGZ-Delft 18 feruari 2009)

Maatschappelijke omgang met en verantwoordelijkheid voor drugs-en drankverslaafden. Halverwege de dag belt hij mij op. Het gaat om K. die woont in de regio Rotterdam. Na mijn pensioen ben ik hem blijven bezoeken,omdat ik hem niet zomaar kan overdragen aan een ander. K. wordt begeleid door een ambulant hulpverlener. K. lijdt aan enkele ziekten als diabetes en slikt een partij medicijnen. Hij woont in een klein gezellig huis. Als ik hem bezoek zorgt hij voor gebak en koffie. We roken een sigaretje en sigaar. De ideale dag voor K. verloopt als volgt. In de morgen bijkomen van de vorige dag en nacht. Na 13 00 een aantal glazen Berenburger. Afgewisseld met en partijtje blikjes bier. In de vooravond komt een vriend en gebruiken zij coke. Het absolute hoogtepunt van de dag. Daarna gaat K .over op tomatensap en sinaasappelsap. Er wordt een hap gegeten. Er wordt bij etappes geslapen. In de nacht wordt nog wat gegeten. K. houdt niet van TV en beluistert de radio en taperecorder. Hij ligt op een bed in de kamer. Hij heeft af en toe last van hallucinaties. Tijdens mijn bezoeken spreken we over zijn algehele toestand(gammel), de hallucinaties, het heerlijke coke gebruik, relatie met familieleden(zijn zuster bekommert zich om hem), de toestand in de woonplaats, theologische onderwerpen die hij zelf aandraagt, de zin van dit leven. Ik voel met .de man mee en ik mag hem graag. Uiteraard bespreken we de zorgelijke financiën rond de coke. Ik dring aan op matigheid,zodat het leuk blijft. Maar nu belt hij op. De vriend in coke gebruik is financieel bezweken. K. verzucht : einde coke. Hoe sta ik hierin?? Ik voel mee,jammer de coke beleving mist hij nu,aan de dag ontvalt het hoogtepunt. Ik heb met hem te doen. Hij is een aardige man die ondanks al zijn handicaps wat van zijn leven gemaakt heeft. Natuurlijk heb ik wel eens een arts geraadpleegd,die verbijsterd raakte over de hoeveelheid medicijnen en geen uitweg bood. Ik heb geprobeerd zijn coke gebruik te helpen reguleren of zo nodig te staken. In een vriendschappelijke relatie heb je het beste met elkaar voor. Ik heb leren accepteren dat zijn situatie is zoals deze is. We maken er wat van. Ik laat K. weten dat ik binnenkort weer eens langs kom..Als dominee ben ik geen psychiater,verpleegkundige,maatschappelijk werker etc. Een dominee is een geestelijk raadsman voor onderweg. Onderweg ben ik hem tegengekomen,omdat hij wist dat ik hem niet zou afwijzen. K. wil ook dat ik hem begraaf. Ik doe u het verhaal van K. omdat ik altijd geprobeerd heb zo met mensen om te gaan die aan drugs en drank verslaafd waren. Het begon allemaal voor mij in het begin van de jaren tachtig wanneer de wegen van Nico Adriaans(toen voorzitter van de Junkiebond) en mij elkaar kruisten. Nico was een getalenteerde actievoerder met een breed maatschappelijk en politiek inzicht. Hij werd mijn gids. Gezamenlijk gingen we er tegen aan:het scheppen van eigen ruimten voor druggebruikers in de Pauluskerk en enkele dependances(zoals later ook Perron Nul),waar ze konden eten,drinken,gezellig samen zijn,slapen en gebruiken. Daarom heen weefde ik medisch en sociaal werk. Een kerk is een markt die je producten aanbiedt die belangrijk zijn voor de mensen zelf maar ook voor de kerk. Bijbelstudie,gespreksgroepen, kerkdienstjes etc waren vrijblijvend. De een vond het leuk,de ander prefereerde gebruik en gezelligheid. Niks geen gezeur over zonde(coke als sloper,drugs zijn van de duivel).Jezus zelf hield van wijn. Natuurlijke de individuele maat is belangrijk. Altijd dronken zijn of stoned of onder invloed is een donkere kant van het druggebruik. Ruud Heinsius schreef onlangs een boek met de titel Flarden. Hij beschrijft de dood van zijn dochter(verkeersongeluk) en zoon(overmatig druggebruik).Voor psychiaters een interessant boek om vast te stellen dat hun werk vaak bestaat uit briefjes aan collega’s,die uiteindelijk niks opleveren dan de vaststelling van zijn dood. Over Evangelische Hulpverlening is de auteur teleurgesteld(de Hoop).Over mij is hij tevreden(uitgezonderd Perron Nul).Hij prijst de lage drempel van de kerk. Met angst in je ogen,vertwijfeld,je kunt geen kant meer uit..De verantwoording kan even bij een ander gelegd worden(maaltijd,slaapplaats)..Met Nico Adriaans liepen we te hoop tegen de hoge drempels van de hulpverlening. het beleid van de burgerlijke gemeente en politie. Bezettingen,demonstraties en een illegaal methadon programma werden uitgevoerd om bepaalde doelen te bereiken. Een toenmalige arts die optrad als drugsadviseur van de gemeente prees zich bijna letterlijk uit de markt toen hij verklaarde dat wie met druggebruikers spreekt bij de duivel te biecht gaat./ In het begin van de jaren tachtig werd o.l.v.Nico Adriaans e.a. gepleit voor de medisch sociale heroïne verstrekking. Dat riep alleen verzet op hoewel ik dacht dat deze verstrekking een uitnemende oplossing zou zijn. We moesten nog 16 jaar wachten toen deze verstrekking geaccepteerd werd door de overheid. Ik weet nog dat ik 1997 toen de discussie in de Kamer stagneerde de minister meedeelde dat ik er zelf mee ging beginnen. Ik kende dealers die het experiment wilden dragen. Dat gaf weer commotie zodat ik een en ander moest kortsluiten met het parket in Rotterdam. Inmiddels was iedere heroïneverslaafde in die zestien jaar aangevangen met cokegebruik. Jammer. De opiumwet heeft nooit mijn goedkeuring genoten. Mensen en drugs horen bij elkaar. Drugs zijn stoffen die het menselijk bewustzijn beïnvloeden. Ze worden gebruikt met het oog op gezondheid, genot, roes, extase, troost, vlucht, grensoverschrijding en meditatie. De overheid is geroepen de risico’s te onderscheiden. Drugs met een verhoogd risico zijn wat verkrijgbaarheid,leeftijdsgrenzen aan voorwaarden verbonden. Geen coke bij Albert en tabak alleen in een speciale zaak. Sommige drugs alleen bij de apotheek. Laat de volksgezondheidinstanties de regie voeren .Verbieden van drugs is heilloos Wij zoeken daarom naar het smalle pad tussen enerzijds het verbod van drugs en anderzijds het zomaar vrijgeven van drugs Natuurlijk hebben we altijd met overheden gestoeid en gedeald over het drugbeleid. De overheden moesten de opiumwet handhaven terwijl lieden als ik daar geen boodschap aan hadden. Het gedoogbeleid werd geboren, Ik ben daar een warm voorstander van. Gedoogbeleid is noodzakellijk om langs de weg van experiment nieuwe regels en wetten uit te vinden Gedogen is niet de verkeerde kant uitkijken maar geschiedt uit mededogen met mensen,die dreigen vast te lopen in hun drugscultuur, Het gedoog beleid vierde hoogtij in Rotterdam aan het einde van de jaren negentig. De burgemeester verdedigde het beleid. De wethouders gaven ondersteuning.,ambtenaren van stadhuis,GGD en het parket hielden vergaderingen die nooit zijn gehouden. Er werd onderzoek gedaan. Het bleek dat de door mij gerunde basements het goed deden(toegankelijkheid voor politie en hulpverlening).Er was toegangsbeleid met pasjes en er werd geïnvesteerd in een goede relatie met de woonomgeving. Het blijft jammer dat Pim Fortuyn in 1993 geen voorzitter van Perron Nul werd. Was dat wel gebeurd dan hadden we nog mooie tijden kunnen meemaken en was Fortuyn wellicht niet gevallen in de handen van de malloten die de afgod veiligheid aanbeden. In 2003 wordt het gedoogbeleid beëindigd. Het positieve rapport over de basements verdwijnt voor goed in de bureaulade. De betrekkingen met de politie keren terug naar het niveau aan het begin van de jaren tachtig. De politiek laat afweten. De burgemeester moet zich in allerlei bochten wringen. Het parket handhaaft haar hypocriete beleid. Nog eenmaal heb ik een treffen met de hoofdofficier wanneer hij gewichtig meedeelt dat ik niet langer verdachte ben in twee drugszaken. Onder mijn bezoekers in de Pauluskerk,die getreiterd worden door repressie houd ik een enquête. Vijftig procent van de bezoekers neemt deel aan straatkrant,Topscore en het klusserswerk in de Pauluskerk. Vijftig procent maakt gebruik van hulpverlening(geldbeheer,begeleide kamerbewoning) Twintig procent laat zich betrekken in de export en import van balletjes. Ze leveren zich uit aan katvangers. Sommigen houden hun verslaving onder redelijke controle met zelfhulp en hulp van anderen. Anderen stellen vast dat hun leven ondermijnd wordt door verslaving. Het gebruik van drugs in de Pauluskerk heb ik zoveel mogelijk gereguleerd:huis dealers, controle van de stoffen,beslissende stem aan bezoekers over de kwaliteit,toezicht op prijzen,het scheppen van een ontspannen sfeer,grenzen stellen aan het gebruik,toezicht op gezondheid, uitnodigen deel te nemen aan andere activiteiten, het propageren van snuiven boven basen etc. Ik ben een tegenstander van moralisering in de verslavingszorg. Medicalisering is goed/.Voor veel druggebruikers is medische hulp in hun gehandicapt leven goed. Het gaat me te ver ze hersenziek,voor gek te verklaren..De meeste druggebruikers kunnen zich goed uitdrukken,kunnen communiceren en functioneren in vele opzichten zeer behoorlijk. In hun hersens vindt het proces craving plaats,dat je er niet zo uitramt. Bepaalde stoffen die het lichaam behoort aan te maken worden niet geproduceerd, andere stoffen worden toegevoegd en leiden tot ontwrichting.. Christian Marzahn heeft gepleit voor een algemeen te aanvaarden drugscultuur. De druggebruiker maakt deel uit van een groep waar de mensen op basis van afspraken met elkaar proberen op verantwoorde wijze te gebruiken. De kroegbaas stuurt zijn klanten zodanig aan dat ze niet van hun kruk tuimelen van dronkenschap. Gebruikers van bruin en wit kunnen elkaar adviseren,.in geval van overdosis kan vlot worden ingegrepen. Mensen weten hoe te handelen. Voordat de gebruikersruimten er waren stierven er meer mensen in een portiek of nis of gewoon thuis Elk mens is in zijn brein beïnvloedbaar van buiten af maar gelijktijdig zijn er ook invloeden die van binnen uit komen. Ik wil niet absoluut deterministisch denken. Ik geloof niet in het verslavingsgen. Wel kan er sprake zijn van erfelijkheid of predispositie. Er is sprake van wisselwerking tussen genetische en culturele factoren. Verslaving is multifactorieel bepaald. Niet vergeten mag worden dat de mens lot en daad is. Een mens kan sommige dingen die lotmatig bepaald worden niet veranderen. Maar de mens kan ook kiezen. Hij kan zich dan vergissen maar ook succes scoren. Met Wim van der Brink kan ik het eens zijn dat sprake is van een bio-psycho-sociaal ontwikkelingsmodel. Ontstaan en beëindiging van verslaving zijn het resultaat van een continue interactie tussen aangeboren kwetsbaarheid, persoonlijke ontwikkeling en de omstandigheden, omgevingsfactoren.. In de Pauluskerk hebben we in de loop der jaren alle mogelijke hulpverleners geïntroduceerd: verslavingsartsen, psychiaters, verpleegkundigen, maatschappelijk werkers, maar ook aanhangers van healing en reiki, guru,’s van genezers etc,Ik vind dat elke behandeling met waardigheid dient te geschieden. We beginnen waar de mensen zijn. Een maatschappelijke context kunnen we niet zomaar veranderen. Wij gaan niet mensen opbergen en verkassen. Het resultaat daarvan stelt vaak teleur. De overlastpsychose opent de weg naar vele plekken waar het gebruik afgedekt wordt of gedwongen beëindigd. Overlast is geen criminaliteit. Daarin moet je sturen. Er zijn verslaafden die redelijk goed functioneren. Zij moeten op een fatsoenlijke wijze hun dope verkrijgen. Er zijn mensen die de controle over hun gebruik verliezen. Ik wil altijd gebruik-verslaving -en verloedering onderscheiden. Ik moet voorkomen dat verslaving overgaat in verloedering. De hulpverlener kan wel eens drang uitoefenen .Mensen hebben het recht een behandeling te weigeren. We moeten alles uit de kast halen om dat te voorkomen maar we kunnen niet dwingen. Er is recht op aanvaarding,er is recht op weigering. Wat dat betreft leven we onder een bevoogdende overheid die ten aanzien van de genotscultuur (koffieshops, café’s waar gerookt wordt, drank gebruik, sexbeleving etc)allerlei ingrepen doet met het oog op het welzijn van jongere en oudere. Het gaat mij te ver. Ik ben er voorstander van dat de overheid gebruik en handel in alle drugs(inclusief de thans verboden drugs)reguleert met regel-en wetgeving. De overheid verricht preventie en waarschuwt de burger,De overheid voert een gunstig beleid voor omgevingsfactoren (bestrijding schooluitval,werkeloosheid,gebrek aan goede recreatie voorzieningen etc.) Door bepaalde drugs te verbieden houdt de overheid een maffiose cultuur in stand met drugsbendes in Mexico,liquidaties in Amsterdam,zwarte handel in drugs,de ondergrondse aktiviteiten per scooter,huisbezorging,afspraak onderweg thans verspreid over het hele land. In de caren van Perron Nul heb ik moeten vaststellen dat hulpverlening,GGD en overheid ernstig tegenvielen,dat de criminalisering van druggebruikers een ernstige vorm van hypocrisie veroorzaakte in de samenleving. Ik bepleit geen open drugscene maar een gereguleerde. Zie lezing:  Van Verzorgingsstaat naar Veiligheidsstaat. Zie Een hulpzoeker is nog geen hulpvrager.
Hans Visser