Archief

Maand: oktober 2009
Kraken

Kraken

Toespraak voor de demonstratie van de Kraakbeweging Nederland. Op de Mariaplaats in Utrecht op zaterdag 24 oktober 2009. Het is volstrekt onbegrijpelijk dat kraken gecriminaliseerd wordt. We weten al jaren dat speculanten, huisjesmelkers, woningbezitters op schaamteloze wijze de leegstand uitbuiten. De kraakcultuur heeft zich in ons land ontwikkeld tot een contrastcultuur. De belangen van woningzoekenden staan voorop. Wie maakt zich in ons land druk om woningzoekende studenten, alleenstaanden, randgroepen? De Tweede Kamer bekommert zich kennelijk niet om deze groepen. Schreeuwende behoefte aan leefruimte en leegstand vloeken met elkaar. Dat zou de politiek zich moeten aantrekken. We koesteren nog hoop op de Eerste Kamer. De christelijke partijen die zich zo beschamend hebben opgesteld zijn kennelijk tijdens het lezen van de Bijbel in slaap gevallen. Immers hun roerganger riep om mensen in nood (honger, dorst, geen kleding, status als vreemdeling) op te nemen en te verzorgen. In de kraakcultuur hebben de mensen dat beter begrepen. Gedurende mijn werkzame leven heb ik mij enige malen beziggehouden met kraakacties ten behoeve van kunstenaars, daklozen, buitenlanders en verslaafden. In de jaren tachtig waren er zelfs nog wethouders die het kraken zagen als een terechte aanval op de onverantwoorde leegstand. De laatste keer mochten wij bij een kraakactie dankbaar gebruik maken van de dienst van de leden van woonstrijd in Rotterdam. Uiteraard zijn er in het verleden wel eens strategische vergissingen begaan door krakers. Dat vak moet men goed leren. Gelukkig beseften nog velen in dit land dat het kraken van langdurige leegstand niet onder het strafrecht mag vallen. Er golden altijd al regels die het kraakverkeer hebben geleid.Maar nu heeft de Tweede Kamer haar verstand verloren. Straks zullen krakers in de bajes belanden. Volstrekt onbegrijpelijk! Wanneer zullen de speculanten die zich verrijken aan graai cultuur, wanneer zullen de huisjesmelkers met hun tweede huis op de Antillen, wanneer zullen de vast goedbezitters die ver boven de Balkenendenorm hun zakken vullen aangepakt worden door de politiek? Wanneer is er bekommernis om de niet gesitueerde mensen die woonruimte nodig hebben? Hun problemen zijn nog lang niet opgelost. Kraken cirkelt altijd op het zelfde probleem: er is schreeuwend behoefte aan ruimte, er is leegstand van panden en huizen, terwijl er aan leegstand wordt verdiend. Ik wil niet alle politici lokaal en nationaal in de verdachtenbank plaatsen. Onder invloed van de kraakcultuur gaan politici soms wijzer om met leegstand. Maar er is nu een meerderheid van politici (God beter het met mafketels van de PVV) die volstrekt de weg kwijt zijn. Wetgeving die nergens op slaat. Mosterd na de maaltijd. Ik ben ontzettend boos op de politici die geen boodschap hebben aan mensen die vergeefs ruimte bezoeken en die juist de mensen die de helpende hand reiken vercriminaliseren. We wensen de Eerste Kamer veel wijsheid toe bij het ongedaan maken van wat hun collega’s in de Tweede Kamer bedorven hebben in hun onwaarachtig moralisme. Sterkte in de strijd!
Hans Visser

Dialoog Rotterdam Lezing Burgerzaal Stadhuis

Dialoog Rotterdam Lezing Burgerzaal Stadhuis

Het beschavingsoffensief om van ons WIJ te maken is mislukt omdat ik graag ik wil blijven en jij graag jij wilt zijn…………………totdat ik en jij ontdekken dat we met lege handen tegenover elkaar staan en elkaar nodig hebben om verder te gaan. Lieve mensen, ik moet u teleurstellen. Het debat over integratie, de discussie over identiteit, de hunkering naar Rotterdam gevoel, dat doen wij allemaal zo rationeel. Onze wereld van emoties, driften, angsten, onzekerheden is toch van meer doorslaggevende betekenis. Er wordt gevraagd naar een nieuw WIJ. Maar we hebben geen gemeenschappelijke geschiedenis die ons verbindt. Affiniteit met de stad is er niet. Ons verlangen naar eenheid in identiteitsbeleving als Rotterdammer is een rationele moralisering die buitengewoon gevaarlijk is als beleidsinstrument van de overheid. De overheid kan geen maatschappelijke samenhang scheppen. De overheid kan geen cultuur voortbrengen. Wij zijn hier bijeen op de verkeerde plaats. We moeten de straat op en de pleinen bevolken. Dan wordt duidelijk dat er een ingrijpend conflict gaande is. Ik wil ik blijven en jij wilt jij blijven. Wij botsen op elkaar. De vreemdeling raakt op tilt door wat hem opgelegd wordt aan visie op het gezin, de bedoeling van arbeid, het nut van onderwijs. De oorspronkelijke bewoners van de stad voelen zich vreemdeling in hun eigen stad. Ze ontvluchten de stad en gaan in Berkel wonen om daar mijn Somalische vriend te ontmoeten die snel doorheeft dat hij als inwoner van Berkel niet welkom is. Vervreemding is het woord. Er geschieden in onze stad onomkeerbare veranderingen. De kampioen van onze integratiediscussie, Paul Scheffer, lanceert rationele argumenten. Hij wil niet horen van gedoogbeleid en cultuurrelativisme. Hij wordt geïnspireerd door negatieve stadsbeelden. Altijd gaat het weer om desintegratie, multicultureel drama, verval van cultuur. De parlementaire commissie dacht er toch ook goede dingen plaats vonden onder de mensen in de wijken werd weggehoond. Laten we eerlijk zijn. Het leven is onredelijk. We staan met lege handen tegenover elkaar. We hebben elkaar niets te zeggen en niets voor te schrijven. Ons leven wordt niet alleen door de rede geleid. Daar is in ons de wereld van gevoel, emotie, drift, daar zijn de ontoegankelijke wegen, daar is geloof in Allah=God, daar is godloosheid, daar is verlies van contact met jezelf. Daar is dood, onzekerheid en zorg. Daarom vlucht ik in eerwraak, homohaat, ik voel me slachtoffer, ik haar die kanker Hollanders die mij en mijn ouders de weg blokkeren. Maar zij die mij wegjagen zullen van de troon gestoten worden. Zij willen scoren in de politiek. Dan verschijn de overheid ten tonele die de boodschap verkondigt: ” Wij gaan elkaar bijschaven om tot een WIJ te geraken”. Dat is het WIJ van anderen. Niet mijn WIJbeleving. Het stadsburgerschap wordt een farce omdat ieder zich miskend voelt, inbegrepen en onveilig. Laten wij erkennen dat we met lege handen tegenover elkaar staan. Laten wij onze onmacht en ons onvermogen aanvaarden. Wij vragen elkaar wat onze beweegredenen zijn waarom we in deze stad zijn. Welke zijn de betekenissen die wij toekennen aan de toekomst van onze stad.?Wat is het solidaire gevoel dat ons samen kan binden? Als we kiezen voor het doel van samenzijn, in warmte en menselijkheid, dan ontdekken wij het waarachtige veiligheidsgevoel: ik heb de ander nodig die mij nodig heeft. Laten we wederzijds afhankelijk van elkaar willen zijn. We willen van deze stad iets moois maken. Laten we in vreemdheid het eigene zoeken dat ons bijeenhoudt. Identiteit is wat jou en mij uniek maakt. Ik wil niet langer een democratie die met de helft plus een uitmaakt wat goed is voor voor mij. Ik wil gehoord worden. Naar mij zal moeten worden geluisterd. Maar dat geldt ook voor de ander. Ik wil niet geconfronteerd worden met repressie,mariniers,task forces, interventieteams, camera’s etc. Ik wil vrij zijn. De godloze kan kiezen voor humaniteit. De zoeker van Allah=God weet dat openbaring een pijl is die het hart van de mens raakt. Dan komt er een mens-cultuur-en tijdgebonden proces op gang. Religie staat altijd aan verandering bloot. Die openbaring kan ons helpen homo’s te accepteren, wraakgevoelens te relativeren, ons individualisme te begrenzen ( niet alles moeten mogen en kunnen), vrouwen te waarderen op basis van gelijkwaardigheid(het gelijk van Hirsi Ali die alleen een verkeerde strategie en partij koos) etc. Met zijn allen vertegenwoordigen we patronen van cultuur en identiteit. Soms zijn deze toegankelijk, soms zijn ze onbegrijpelijk. Er zijn lange wegen van debat, dialoog en conflict te gaan. De overheid kan spelregels ontwerpen om het mozaïek van patronen bijeen te houden in een raamwerk. Kinderen zijn onze gemeenschappelijke toekomst. Voorrang aan de kansarme kinderen. Let op hun opvoedingsachterstand, taalachterstand, scholingskansen, werkmogelijkheden, hun gezondheid, hun financiën. Uiteraard zullen onze kinderen ook weer geconfronteerd met onmacht en onbegrip. Ze zullen van zich af leren bijten. Ze zullen knokken maar de overheid zal aan hun kant staan. Zij worden niet buitengesloten. Een politieman die in de wijk de kleur aanneemt van de omgeving en zijn instructies soepel en vrijzinnig hanteert zal bondgenoot worden van de kut Marokkaan en de rot Antilliaan. We trotseren de storm op de Erasmusbrug. Ons wacht de uitdaging aan de andere kant. We gaan er tegen aan en houden de voeten op de grond. We kijken omhoog naar de pyloon van de brug. Deze symboliseert onze hoop en ons vertrouwen in elkaar ondanks alles.

Jezus liefde voor kinderen en Michael Jackson

Jezus liefde voor kinderen en Michael Jackson

Michael Jackson aan wie wij ondermeer in dit relaas aandacht willen geven heeft eens gezegd dat hij sterk is aangesproken door Jezus liefde voor kinderen (Mattheus 18:1-5). De theoloog Karl Barth heeft in zijn laatste geschrift voor zijn dood veel interesse getoond voor deze passage uit het evangelie van Mattheus in verband met de kinderdoop.. Barth is geen voorstander van de kinderdoop. Volgens hem kent het Nieuwe Testament(NT) geen gebod of verbod voor het dopen van kinderen. Barth beroept zich op passages uit het boek Handelingen 22:16.Hier is sprake van uitnodiging om zich te laten dopen,het wegwassen van zonde en het aanroepen van de Naam van Jezus. We krijgen toch vaak de indruk dat wanneer huisgenoten gedoopt werden kinderen meegerekend werden. Kinderen werden gedoopt op basis van het geloof van de ouders. Toch zet Jezus kinderen als voorbeeld neer. Kinderen zijn nog onmondig,kwetsbaar,positief,harmonisch en hoopvol. De oproep is dus:word als de kinderen. In het gesprek met Nicodemus spreekt Jezus over wedergeboorte. Jezus is er voor de kinderen. Daarin had Michael Jackson gelijk. Jezus licht valt ook op kinderen. Jezus vereenzelvigt zich met de kinderen. Jezus staat niet toe om kinderen weg te sturen. Hij stelt ze ten voorbeeld. Hij zegent de kinderen. Jezus: zegt: verhindert de kinderen niet,houd ze niet tegen. Volgens een andere beroemde theoloog Oscar Cullmann is dat nu juist een dooptekst. Bij de intocht van Jezus in Jeruzalem zijn het de kinderen die zingen:Hosanna voor de Zoon van David. Als de kinderen dat niet zingen dan zullen de stenen het uitschreeuwen.

Michael Jackson was een toptalent. Hij maakte diepe indruk. Hij oogstte over al roem. Hij was kwetsbaar en een prooi van mensen. Hij moest worden afgeschermd. Als jong broertje moest hij met zijn broers optreden(Jackson 5). Michael verlangde naar echt leven. Eens zei hij “Ik zag de kinderen spelen in het park,ik begon te huilen,ik moest weer werken”. Michael kon geen kind zijn.. Hij wilde kind zijn,bewonderde kinderen. Dat wil zeggen dat hij door verdriet werd aangetast van binnen. Hij was gewond. Niemand reikte hem de hand.
Michael schiep een fantasiewereld. Hij wilde een plek hebben waar hij alles kon creeeren wat hij als kind niet had gehad. Hij beschikte over het talent om overtuigend blijdschap en verdriet te vertolken. Hij moest altijd in studio’s leven. Hij was niet in staat contact te leggen met leeftijdsgenoten.”Alle dingen die andere kinderen doen,doe jij niet,zoals vriendjes hebben en pyamafeestjes houden”. Zijn relatie met zijn vader was gespannen. Niet met zijn moeder.

Michael had talent,gratie,professionaliteit,toewijding. Hij introduceerde danspassen die bekend werden als moonwalk. Hij beschouwde zijn landgoed Neverland als een grote speeltuin voor(zieke) kinderen. Hij was gefascineerd van kinderen. Michael was eenzaam en perfectionist. Het bleken van zijn huid hield verband met een huidziekte. Zijn vriendschap met een dertien jarige jongen leidde tot de beschuldiging van kindermisbruik. Wellicht werd hij financieel misbruikt en kocht de aanklachten af.
Michael werd niet altijd goed geadviseerd. Een vrouw beweerde van hem een kind te hebben. Hij ontkende en bracht meteen de song uit”Billie Jean”. Hij zingt het uit: het kind is niet mijn zoon,Billie Jean is niet mijn geliefde “.
Michael was gehuwd met Lisa Mau Presley(dochter van Elvis Presley) en met Debbie Rowe(een verpleegkundige).De laatste schonk hem twee kinderen. Een derde kind verscheen via een draagmoeder. Michael vond het leuk zijn bed te delen met kinderen. Elkaars hand vasthouden. Er was geen sprake van sex..Zoals gezegd was hij getroffen door Jezus liefde voor kinderen.

Michael is een tragisch figuur. Beroemd maar kwetsbaar. Hunkerend om kind te zijn met de kinderen. Jezus hield toch ook van kinderen. De filmregisseur Polanski is ook een tragisch figuur,die ook een verhouding had met een dertienjarig meisje. Als jood belandde hij in het getto van Krakau. Hij ontsnapte,werd beschoten in zijn voet mar gelukkig opgevangen door een boer.Zijn moeder overleed in Auschwitz. Hij wordt filmmaker. Zijn vrouw Sharon Tate wordt vermoord. Hij geraakt depressief en heeft in 1974 een sexueel contact met een dertienjarig meisje. Achteraf niet zo handig door hem aangepakt. Een rechter speelt een onduidelijke rol. De zaak wordt niet juridisch afgewikkeld. Na 35 jaar moet dat dan alsnog gebeuren. Michael en Polanski zijn terecht gekomen in de wereld van pedofielen. We hebben besloten pedofilie tot psychiatrische stoornis te verklaren. Ook niet zo verstandig,pedo’s moeten maar gecastreerd worden of opgeborgen. Het ware beter pedofielen te leren omgaan met hun geaardheid. Relaties met boven twaalf jarigen moeten individueel bekeken worden.. Gezocht moet worden naar het smalle pad tussen volstrekte autonomie(mensen doen waarin ze zin hebben) en afwijzing(impliceert veroordeling,) Ik wil Michael Jackson en Polanski niet vaan de schandpaal.Zij hebben hun eigen tragische levensgeschiedenis. Jezus was duidelijk: houd van kinderen en heb respect voor ze.