Archief
Maand: juni 2012

Ik ben materie die kan zingen en bidden

Ik ben materie die kan zingen en bidden

Bonhoeffer heeft ons geleerd niet langer uit te gaan een a-religieus apriori. Hij verkoos een a-religieuze wereld. Wij behoren over God te spreken zonder religie, zonder tijdgebonden vooronderstellingen van metafysica. Volgens Bonhoeffer dragen wij God en de hele wereld in ons. God mag niet gebruikt worden om de lacunes s in onze kennis aan te vullen. Het metafysisch verstaan van God raakt op gespannen voet met onze werkelijkheid voorzover we deze kunnen overzien en verstaan. Wij verstaan God niet meer metafysisch. God opent niet de deur van bovennatuurlijk ingrijpen in onze werkelijkheid. Wij mensen moeten onze eigen verantwoordelijkheid nemen zonder God een door ons aangepaste rol toe te kennen. Onze werkelijkheid is een eenheid in die zin dat alle dingen uit dezelfde bouwstenen bestaan. Als gelovige moet ik leren God niet langer binnen het mij vertrouwde kader te beleven Ik moet de God verliezen die vanbuitenaf ingrijpt. God maakt deel uit van mijn werkelijkheid. God is de dragende grond van mijn bestaan. W.B.Drees wiens geschriften ten grondslag liggen aan deze verhandeling citeert Charles Misner die heeft gezegd:”Te zeggen dat God het heelal geschapen heeft,verklaart noch God noch het heelal maar het houdt ons open voor geheimen van ontzagwekkende majesteit die we anders misschien zouden verontachtzamen” .. De werkelijkheid waarvan God de dragende grond is is een compleet geschenk voor ons. Wij mensen willen graag doelen toekennen. God komt ons goed uit. Maar in de evolutie is geen doel te bespeuren. Dingen gebeuren zoals ze gebeuren. Wij mensen zijn er eigenlijk bij toeval. De vernietiging van de dinosaurussen maakte de komst van de mens mogelijk. Mijn geloof is toevallig. God is mij toegevallen. Ik heb God ontdekt of God heeft mij gevonden. Ik zal nooit weten hoe. Ik weet zeker dat ik zelf geen God ben. Mystici als Eckhart beseften dat God het enige zijn is dat in alles werkt. God verenigt zich in zijn liefde met onze ziel. Maar we zullen nooit ten diepste in ons zelf God zijn.

Het ontologisch naturalisme

Alle verschijnselen komen voort uit natuurlijke processen. De natuurlijke werkelijkheid is de hele werkelijkheid die wij kennen,die op ons inwerkt en waar wij op inwerken. Binnen onze werkelijkheid toont zich nergens een spiritueel domein los van de natuurlijke werkelijkheid. De val die ik meemaakte vanuit het vertrouwde scheppingsverhaal in het ontologisch naturalisme was diep. Ik raakte God kwijt. Aan de hand van Teilhard de Chardin,de Procestheologen en tenslotte W.B.Drees c.c. probeerde ik te emigreren naar een andere wereld. Ik moest God verliezen die op willekeurige wijze van buiten af ingreep. Ik werd gefascineerd door de toespraak van Paulus op de Areopagus In God die zich niet door ons mensen laat dienen leven wij,bewegen wij en zijn wij.

De evolutie heeft een wezen voortgebracht:de homo sapiens die zin zoekend en zin scheppend is. Volgens Philip Hefner is de homo sapiens een knooppunt waar twee informatiestromen samenkomen en naast elkaar bestaan. De ene stroom bestaat uit overgeerfde genetische informatie. De andere stroming bestaat uit culturele informatie. Beide stromen komen samen in het centraal zenuwstelsel. De informatie die we cultuur noemen blijft niet opgeslagen in het zenuwstelsel. Deze informatie wordt opgeslagen buiten het menselijk lichaam als zogenaamde extra somatische informatie. De homo sapiens is voortgekomen uit een deterministisch proces dat teruggaat tot de oorsprong van het heelal. Binnen dit proces is vrijheid ontstaan. De mens wordt uitgedaagd tot reflectie. Deze vrijheid is verbonden met verantwoordelijkheid. De mens beschikt over het vermogen om betekeniskaders te vormen waar binnen de concrete gegevens van de ervaring en de implicaties daarvan zin krijgen. De menselijke hersenen onderscheiden zich door hun vermogen informatie te verwerken,waaronder ook valt het construeren van kaders die de gegevens interpreteren die de hersenen ontvangen. De kaders en interpretaties die we construeren kennen betekenis toe aan de gegevens van onze ervaring. Betekenis draagt een uitzonderlijk karakter. Zonder betekenis is menselijk leven onmogelijk. Wij zijn geroepen om met ons brein te geloven. Wij mensen kennen de betekenissen toe. Ons geloof speelt zich af in onze hersenen.

WIJ ZIJN MATERIE

De mens is een mogelijkheid van materie die op bijzondere wijze is georganiseerd. Ons brein is complex en niet gemakkelijk te verstaan. Alle cellen in onze hersenen,het gaat om miljoenen,onderhouden connecties met elkaar. God is een menselijke vondst die ons leven kan leiden. Religie is een verschijnsel binnen onze werkelijkheid. Religie confronteert ons met de verantwoordelijkheid voor wat wij doen met deze wereld. Wij gebruiken metaforen,concepten en beelden met het oog op een moreel en spiritueel leven.

God kan op velerlei wijze voorgesteld worden. God kan een onpersoonlijk wezen zijn. God kan allesomvattende samenhang zijn. God kan alles bepalende kracht zijn of een onachterhaalbare oorsprong van dingen,een vonk van inspiratie. Eckhart hield vast aan de gedachte dat God niet samenvalt met ons diepste zelf. In het conflict met de Paus raakt Eckhart aan de problemen die Martin Buber had met Jung..Buber wil dat mensen zich beleven als personen die zich tot God verhouden van IK tegenover JOU. Jung heeft evenals Eckhart volgehouden dat God en mens met elkaar en naast elkaar bestaan dus niet samenvallen. Ik verenig mij met Buber. God is een tegenover. Zo beleven wij God in ons brein. We dragen God in ons mee maar tegelijkertijd geloven we dat God ons draagt. Wie denkend wil geloven zal niet voorbij gaan aan de resultaten van wetenschappelijk onderzoek. De mens is stoffelijk. De mens is en blijft materie. Maar zo zegt W.B.Drees dat haalt ons mensen niet naar beneden maar de materie omhoog. Materie op de juiste wijze georganiseerd kan vliegen,zwemmen, graven maar ook praten,bidden,mediteren en denken. Denken komt in conflict met geloven als er geloofsvoorstellingen zijn die een ongeloofwaardige breuk veronderstellen in de natuurlijke processen. Als materie kan ik reflecteren over andere werelden die soms een breuk impliceren. . Daar moet ik lang over nadenken. Ik moet God niet manoeuvreren in de hoek waar hij de gaten moet vullen in mijn kennis. Hoop kan een motor zijn in mijn reflectie . Mijn werkelijkheid is niet vanzelfsprekend. Wetenschappelijke bevindingen hebben een open eind. John Fowles zei: zoals de stilte een sonate mogelijk maakt en het witte papier een tekening draagt,zo denk ik over God als grond van mijn bestaan. Jezus is het voorbeeld van een mutatie die nieuwe aspecten van onze werkelijkheid toegankelijk maakt. Jezus trapt vanuit de wereld gevangen in het recht van de sterkste,de slimste die alles selecteert de deur open naar solidariteit mat de minste en compassie met de zwakke. . W.B.Drees introduceert God als hypothese waarin uitgedrukt wordt dat er spanning is tussen de werkelijkheid en het wenselijke,waarbij wij op onze weg in de werkelijkheid ons willen orienteren op het wenselijke. Voor ons is God DE ANDER,het TEGENOVER die ons uitnodigt tot de wenselijke werkelijkheid. Zo wordt bidden wensen, uitzien naar een identiteit die er nog niet is,verwachten vanuit onvrede met wat is. God bestaat in ons. Wij dragen God met ons mee. Gods voorstellingen zijn altijd menselijke voorstellingen. God kan als mysterie worden ervaren

AL WAT IS, IS IN GOD (SPINOZA)

Gods openbaring volgt de weg van menselijke ervaring. Openbaring toont zich in een lang proces van gebeurtenissen,ervaringen en interpretaties en niet in een bovennatuurlijke ingreep als het ware bij toverslag,terwijl zij toch geenszins een menselijk product is. Niet uit maar in onze ervaringen manifesteert zich de zelfopenbaring van God als innerlijke verwijzing naar wat die ervaring en interpretatieve geloofstaal in het leven heeft geroepen. (Schillebeeckx en Houtepen) God gaat ons bevattingsvermogen te boven. Gods gedachten zijn niet onze gedachten. Karen Amstrong stelt terecht dat de onbeschrijflijke realiteit van God correspondeert met onze ontoereikende voorstellingen van God. Jan van Kilsdonk vertelde dat er geen andere openbaring van God is dan de mens. God is nergens anders. God treedt ons tegemoet in de medemens die ons pad kruist. Safranski vertelt van de cultfilm Blow Up. Twee mensen spelen overtuigend tennis. Maar we nemen geen bal waar. De fotograaf krijgt de bal voor zijn voeten. De spelers verzoeken de bal terug te sturen. Hij pakt de bal die er niet is. De spelers bedanken hem’ Over de bal kan men net zo weinig zeggen als over God . Maar het spel is er en zijn dynamiek verandert de toeschouwers ook ons in medespelers. Dat wil zeggen: begin te spelen en dan merken jullie wel hoe echt de bal is. Wanneer jullie van te voren willen weten of de bal er is,zullen jullie nooit beginnen. Dan zal er nooit een spel zijn. De Oosters-Orthodoxen leren dat de wereld in God is .Een icoon maakt God present. Zij die een icoon kussen kussen eigenlijk God. Van zo,n grandioos spel kun je genieten in een orthodoxe kerk. De mens is een betekenisgevend wezen. Wij hebben geen andere toegang tot de wereld en de natuur,tot elkaar en tot God dan langs de weg van betekenisgeving. Van Sallie McFague leerden we dat de wereld Gods lichaam is. Op deze wijze kunnen we ook beter begrijpen wat de Chassidim bedoelden toen ze zeiden dat alles(eten,drinken,slapen,dansen,feesten,driften,bidden en zingen)vraagt om verenigd te worden met God. In de chaos die deel uitmaakt van onze werkelijkheid zetelt God zoals A.A.van Ruler zo treffend onderwees. God wil niet alleen echte kosmos:de afgeronde gestalte,het gave voltooide geheel,het volledige evenwicht,de pure harmonie,de gesloten eenheid,welke zich zelf genoeg is. De mens is er zo maar,hij is een stuk met lot en daad gevulde tijd. God schept chaos. God speelt er mee. De mens houdt van rede,verstand,geest,klaarheid,doorzichtigheid. Maar een mens houdt ook van chaos:bloed,driften,leven. Chaos is het spel van God. Wij mensen zijn de chaos. Wij zijn het spel van God

GELOVEN MET MIJN BREIN

Onder betrekkelijkheid van ons brein versta ik het feit dat mijn brein in betrekking staat met mijn milieu,mijn opvoeders,mijn naasten die ik ontmoet maar ook met mijn geschiedenis,het appel dat uitgaat naar mij,wat mij ziek en gezond maakt. Vergeleken met Swaab en Lamme vind ik dat Antonio Damasio meer recht doet aan deze betrekkelijkheid. In de hersenen van Damasio is het beter toeven. Er is meer ontvangst en communicatie. Niets ligt dogmatisch vast, Swaab is vaak wat te deterministisch. Iemand kan genetisch gezien gedoemd zijn A.te doen maar toch besluiten om B uit te voeren Cultuur verkrijgt meer ruimte bij Damasio. Het is echter onontkoombaar:wij vallen samen met onze hersenen. Wij zijn ons brein. In ons brein vindt geloven plaats. Dat betekent niet dat ik geloof in de ziel als vonk van God , die buiten mijn brein operationeel is. Ik geloof ook niet in een bewustzijn buiten mijn lichaam. God als het ANDERE is het wenselijke dat verweven moet worden met onze werkelijkheid. De evolutie van de menselijke soort is een symbiotische co-evolutie van genetische informatie en culturele informatie(taal,religie). .We moeten niet God,wereld,natuur en schepping laten samenvallen. De aangetroffen werkelijkheid is niet altijd mooi((ziekte,tragiek,dood,oorlog,ruzie)Religie heeft een kritische functie. Het ANDERE,het GEWENSTE heeft betrekking op de marge waar God ontbreekt. Het gewenste verwijst naar God die we in ons meedragen maar die ook ons blijkt te dragen. Onze werkelijkheid is ooit gemaakt van de as van dode sterren. Onze zon zal eens doven. Maar hier en nu participeren wij in het leven met God. Ons einde zal het begin zijn:God zelf . God is MEANING waaraan ons leven ontspringt(Peacocke). Met zijn beleving en verbeelding kent de mens betekenissen toe. Mensen onderling discusseren over de betekenissen. Er is verscheidenheid.Er is behoefte aan waarheid. Het leven is mooi en huiveringwekkend.I k houd aan God vast die mij draagt. God lijdt mee maar berust niet in wat mensen kapot maakt. Betekenissen zijn mij overgeleverd In het licht van wetenschap zal ik bijbelse verhalen ontmythilogiseren. . Aan de God van Mozes,de beeldloze God ken ik de betekenis toe van Vader,Moeder,Vriend,Bondgenoot en Metgezel toe. Ik vertrouw mij aan God toe .Ik verlaat de betoverde wereld en laat het geloof los in God ter verklaring van alle dingen,God die van boven en van buiten ingrijpt. Ik ben mijn brein,denk en geloof. Ik besef dat ik materie ben. Maar ik kan als materie zingen en bidden tot God die me uitdaagt de gewenste werkelijkheid(bv Het koningschap van Christus) te verweven met de mijne. Hans Visser, is emeritus predikant.Hij studeerde aan de Universiteit van Utrecht waar hij ook promoveerde over de rol van de kerk in de stad. Hij werkte in Wijk aan Zee,St Laurens,Leek.Hij was werkzaam in Indonesie(Sulawesi Tengah). en was werkzaam tot zijn pensioen in 2007 bij de Stichting Kerkelijk Sociale Arbeid & Pauluskerk in Rotterdam

Martijn verboden: dat is dom

Martijn verboden: dat is dom

De rechtbank heeft de vereniging MARTIJN verboden. Dat betekent dat pedofielen maar ook hun vrienden,kennissen en familie niet mogen samenkomen in verenigingsverband. Ik vind dit verbod dom. Pedofielen zijn mensen die juist moeten leren op verantwoorde wijze om te gaan met kinderen. Kinderen zijn kwetsbaar en behoeven bescherming. Pedofielen moeten nu volstrekte maatschappelijke afwijzing aanvaarden. Ze kunnen nauwelijks met anderen daarover praten. Ze worden ingedeeld bij psychiatrische patienten en worden abnormaal bevonden. Het gaat echter om hun gecompliceerde geaardheid,die juist contact met anderen noodzakelijk maakt. Er zijn grenzen in het seksuele verkeer van alle geaardheden. Opvoeding is geboden. Een verenigingsverband kan ondersteunen. Onze samenleving is dol op moraliseren. Dat loopt uit in het vercriminaliseren. Dat levert zware straffen op. Dat alles wortelt in maatschappelijke afwijzing. Juist de rechterlijke macht moet de overheid helpen in het hanteren van nuance,voorzichtigheid,respect.

Martijn is verboden:dat is dom. Het impliceert schade voor zowel kinderen als pedofielen.

Rotterdam, 28 juni 2012.

Drank

Drank

DRANK (VAN ZONNESTRAAL TOT DONDERSTRAAL EN OMGEKEERD)

Lezing Seminar Alcoholverslaving door Directzorg Nederland BV in Arminius Rotterdam op 4 juni 2012

Een meisje schrijft over haar vader. “Mijn vader is verslaafd aan alcohol. Hij wil dat niet horen. Gemiddeld een fles per dag. Woedeaanvallen en stiekem drinken. Hij is ziek. Hij zou er misschien wel vanaf willen,maar heeft de kracht niet. Ik weet niet beter of mijn vader heeft zijn hele leven al gedronken en is regelmatig dronken. Als kind weet je niet beter. .Als je ouder wordt ga je je verzetten. Je houdt het angstvallig voor je. Je neemt zo weinig mogelijk mensen naar huis. Als je mijn vader goed kwaad wilt hebben moet je hem vragen of hij niet eens een keer met zijn huisarts wil gaan praten over zijn en ons probleem. Die moed hebben we reeds allang opgegeven. Mijn dronken vader is een donderstraal “ De IJslandse schrijfster Asta Sigurdoardottir die zelf alcoholiste was,heeft op meeslepende wijze haar dronkenschap beschreven in het verhaal”De straat in de regen “Zij vertelt daarin hoe zij een dronken man ontmoet die zegt”God wil dat ik zijn zonnestraaltje ben en steeds voor hem schijn”Op onnavolgbare wijze geeft deze dronken man uiting aan zijn overtuiging. De vrouw beschrijft haar eigen belevenissen.. Deze zijn positief . Ze voelt zich dan ook ongelukkig als een politieman zich over haar ontfermt. Zij beschrijft haar geluk als volgt: ”Ik bleef achter,bedwelmd door de sterke drank en in zalige vergetelheid. Ik vond het heerlijk de druppels te voelen die een voor een zwaar neervielen. Een aangename loomheid trok door mijn ledematen. Ik hoorde een groot orkest spelen in de dakgoten en op de deksels van de asvaten. Het tintelende geluid van vallende druppels werd een symfonie met dalende en stijgende tonen. Het onsterfelijke genie speelde een pianosolo ter begeleiding van dit voltallige orkest. Een aarzelend zoekend staccato. Toen ging het harder regen ,de trommels ruisten en de trommelstokken sloegen als razenden op de vellen . Ik was helemaal gelukkig,merkte geen honger of kou en had een halve sigaret. Dat deed het er niet toe of ik een beetje dorstig was en geen lucifers had?Het leven was werkelijk de moeite waard

 

Van zonnestraal tot donderstraal en omgekeerd

Ik heb in mijn leven vele alcoholisten gekend.Er was een man die zomaar ophield met drinken en tot verbazing een ander leven begon.. Er waren er die probeerden balans te houden(niet steeds onder invloed van zwaar kaliber).Maar ik herinner me ook de vriend die ik onlangs moest begraven..Ook zijn leven was bekort.Hij begon altijd in de middag te drinken en snuifde tussen door met een trouwe vriend coke. Soms was het leven een zonnestraal.Soms viel het orkest uit. Het leven was niet altijd de moeite waard. .Maar hij had een vriend.

 

Ik wil nooit die politieman zijn met zijn nobele bedoelingen..De belevenis van de afzonderlijke individu is doorslaggevend. Drank :het is van zonnestraal tot donderstraal en ook omgekeerd

Ik heb getracht me te verplaatsen in de levens van alcoholisten en non-alcoholisten. Ik wil geen waardeoordeel vellen. Soms weet ik het niet precies. dNoach overleefde de zondvloed maar raakte in dronkenschap .

Ik weet het niet. Hans Visser