Archief

Maand: oktober 2014
De Calvinistische Familie

De Calvinistische Familie

Rom.3:9-30

We leven in een land met een diversiteit aan protestantse kerken. We kennen de PKN,De Hersteld Hervormden,de gereformeerde gemeenten.Ze behoren allemaal tot de Calvinistische familie Vandaag houden we ons bezig met familiezaken. Onze gesprekken vangen aan met de Romeinenbrief. Het Calvinisme is beroemd geworden door de leer van de praedestinatie. Ik kies voor God maar besef dat God gelijktijdig voor mij gekozen heeft. Ik verwerp God maar dat is niet mijn prestatie.Tegelijktijdig heeft God mij verworpen. Niemand is rechtvaardig. Mensen verkeren door eigen schuld in ellende. Ellendig is uitlandig,in ballingschap. Mensen zondigen. Ze missen de boot. Ze stellen God teleur. Het verhaal van Adam en Eva schildert de zonde. De mens daagt God uit door ook van de boom te eten. De mens wil als God zijn. Hier is sprake van een grensoverschrijding. Dat leidt tot een breuk tussen God en mensen. Mens zijn wordt zo een verloren zaak. Maar God laat Zijn Woord vlees worden in Jezus Christus. Hij wordt de middelaar.Jezus is God maar ook mens. Christus is radicaal. Hij maakt de wet van kracht. De mens wordt ontmaskerd als opstandeling tegen God en hater van zijn naste. Christus wordt middelaar tussen God en mensen. Christus is mens om plaatsvervangend de weg van het kruis te gaan. Paulus diept de betekenis van Jezus kruisdood uit. Jezus draagt de toorn van God.Hij wil de relatie met God repareren. Jezus voelt zich zelfs door God verlaten. Hij sterft en het voorhangsel van de tempel scheurt van boven naar beneden.Jezus voltoot de relatie tussen God en mens. Hij is nu de enige hoogepriester geworden. Jezus als middelaar voldoet aan Gods gerechtigheid. God wekt hem uit de dood. De opwekking uit de dood leidt tot een nieuwe schepping. Het is als met Abraham en Izaak. Op het kritieke moment zal God zich zelf een lam ten brandoffer voorzien. Christus heeft de rol vervuld als profeet,priester en koning. Paulus legt uit dat het geloof in Jezus Christus de basis is van de rechtvaardiging. Er geschiedt vergeving uit genade. Een nieuw verbond wordt opgericht. God en mens beginnen een nieuwe geschiedenis. Niemand is rechtvaardig.Niemand doet wat goed is. Door het geloof in Jezus Christus geschiedt rechtvaardiging. God ziet ons aan in Jezus Christus. Genade is het laatste woord. Paulus getuigt dat Gods genade genoeg is. De eerste vrouw van mijn vader overleed op jonge leeftijd aan kanker.Dat was zwaar maar ze vertelde dat ze woorden van Paulus gehoord had:Mijn genade is u genoeg. Geloof wordt ervaren in de ziel van de mens. Het gaat om bevinding,ondervinding,zekerheid. Niemand kent God alleen door het Woord.Maar hij moet God in zijn hart hebben door bevinding en erkenning. Zonde chaotiseert de schepping. God sprak :er zij licht mar de mens verkoos duisternis. Jezus als middelaar rechtvaardigt zich zelf tegenover God en mensen. Hij wordt tot weg,waarheid en leven. De kruisdood is verzoeningsvol.Dat impliceert een totale omwenteling. Heb je vijanden lief,overwin het kwade door het goede,wees barmhartig als de Samaritaan. Het familiegesprek gaat over zware onderwerpen. Maar de verschillen tussen al die groepen en kerken moeten niet overdreven worden. Calvijn heeft goed geluisterd naar Paulus. Niemand is rechtvaardig. Christus maakt ons bewust van onze zonde die hij heeft gedragen. Genade is en blijft het laatste woord. Maar er is nieuw leven.Wie geleid wordt door Christus geest kan goed doen. Vergeving en verzoening scheppen nieuw leven. Je behoeft niets te presteren.Je geloof alleen. Je kiest voor de middelaar.Dat rechtvaardigt je.God ziet jou in Christus aan. Het Woord is vlees geworden. In ons hart heerst de genade.Bevinding is belangrijk Hoe ervaar je het geloof in je binnenste.Dat schept harmonie.

De nachtmerrie van het ziekenhuis

De nachtmerrie van het ziekenhuis

In september kwam ik terecht in het ziekenhuis voor een knieoperatie. Het verblijf liep uit op een nachtmerrie. Ik kwam zelf in opstand. De operatie had een gunstig verloop. Maar narcose, morfine en zuurstof en bovendien volslagen gebrek aan eetlust teisterden mij. Daar kwam bij dat de suiker chaotisch ontspoorde en het nachtfalen opbrak. Ik was er gewoon beroerd aan toe. Maar het ziekenhuis kent de regel dat je na 5 dagen zo moet zijn opgeknapt dat vertrek aanstaande is.
Ik had het gevoel dat met mijn belabberde toestand geen rekening werd gehouden. Zo werd ik op waterrantsoen gezet.Dat betekende dat je overdag geen thee, koffie of karnemelk kon krijgen.Ik beschouwde het personeel als vochtpolitie. Ik moest stilletjes waterflesjes importeren. Medicijnen en eten ik krijg ik alleen weg met water. Een probleem was dat voor de operatie de infuusnaalden in mij rechterhand verkeerd gekozen waren. De eerste dagen had ik daar last van. In de nacht nodigde ik een verpleegkundige uit.Deze bleek mij lastig te vinden. Op een zeker moment zei ze dat ik gek was geworden.Ik antwoordde slechts:wie is gekker:u of ik? Ik heb de vrouw niet meer gezien. Er kwam een man die het voortreffelijk deed.
Op de IC waar ik eerst belandde was ook een verpleegkundige die overdag met veel humor met je omging. Ze kon relativeren. Terug op de afdeling zette de ellende zich voort. De fysiotherapeute verscheen. Ze was correct maar ik kon niet in haar systeem mee. Ik was met name door de suiker en volslagen zwakheid tot niets in staat. Ik kon het bed nog niet uit op weg naar een rolstoel. Ze was voortvarend en liet een takelmachine aanrukken waarmee ik vanuit bed getakeld werd in de rolstoel. Vervolgens werd ik afgevoerd naar de oefenzaal. Deze zal ik nooit meer vergeten.We waren tezamen met allerlei lotgenoten die vanuit verschillende disciplines hier gedropt werden. Ik zie nog de gezichten van deze mensen. Ze werden gekoppeld aan diverse toestellen. Ik zag hun gezichten die misere uitstraalden. Ik kon geen woord uitbrengen. Ik voelde me in een gevangenis. Goddank trof ik de eerste keer een fysiotherapeute die zich verplaatste in mijn situatie. We oefende wat met de benen en zij zag een vooruitgang richting 90 graden.
Er waren ook twee meer bazige types die de leiding hadden. Met hen moest ik oefeningen doen aan de rekstokken. Het was verschrikkelijk omdat ik zo gammel en beroerd was. Terug op zaal viel ik in diepe slaap. Ik herinner me van een vorige knieoperatie dat ik een toestel in bed waarmee ik de knie kon oefenen richting 90 graden.Het toestel werd nog maar zelden gebruikt.Ik sprak daarover met de big boss Prof.Dr Verhaar. Hij vond het toestel niks Patienten moeten op eigen kracht er tegen aan. Ik zei hem dat ik daar mijn twijfels over had. Ik kreeg het toestel wel maar niet van harte. Ik was niet in staat kracht op te brengen. Aan de wandelstokken kwamen we niet toe.Alleen hekwerkje. Er waren verpleegkundigen die met begrip met je omgingen. Ze gaven extra water,koffie en een correkte behandeling. Zeer vermoeiend was het voortdurend in zwachtelen van mijn voeten die te dik werden. Nou weet je nooit waar je aan toe bent. Mijn eigen orthopeed maakte er geen zaak van. Maar anderen wel.De zaalarts was een goedwillende man aan wie je niets had. Ik legde hem wel eens een probleem voor.Maar dat speelde hij door naar het personeel.Wel dra bleek dat het hoofd van deze club mij wilde aansturen. Daartegen kwam ik in verzet.Er was totaal geen invoelingsvermogen tav mijn situatie. Achter mijn rug met mijn familie en vriendin werd gesproken over opname in een verpleeghuis. Dat weigerde ik kategorisch. Mijn verzet nam toe. Ik kondigde zelfs een hongerstaking aan. De fysiotherapeuten oefenden ook druk uit. In de oefenzaal moest ik dit en moest ik dat. Ik voelde me solidair met mijn lotgenoten. Alle mensen moeten passen in protocollen. Later ontmoette ik in huis van mijn vriendin Cristina in Brielle een fysiotherapeute die het voortreffelijk deed.Ze vertelde mij zich te specialiseren in ouderen als ik: wat is hun leeftijd,wat zijn hun kwalen(hartfalen,suiker). Protocollen houden daar volgens haar geen rekening mee. Verpleegkundigen in het ziekenhuis worden geacht zich aan de regels te houden.Maar houden de regels rekening met de afzonderlijke toestand van de patient. Bovendien is het management niet door zichtig.Er zijn artsen,fysiotherapeuten,verpleegkundigen in rangen en standen,Zelf ben ik in opstand gekomen tegen regels en ondoorzichtig management. Het zieken huisverblijf was een nachtmerrie. Weken daarna heb ik daarvan moeten bijkomen: labiliteit, opstandigheid, zwakheid, neiging om veel te huilen Ik voel nu weer vooruitgang.

Het ziekenhuis ligt achter me. Ik zie er op terug als nachtmerrie. Ik denk aan al dit patienten in de oefenzaal.Dat beeld zal ik niet snel loslaten. Aan medepatienten bewaar ik dierbare herinneringen. De nachtmerrie was niet allesbeheersend.

In Memoriam Jan van Lieburg

In Memoriam Jan van Lieburg

Een zeer dierbare vriend

IN MEMORIAM JAN VAN LIEBURG

Een zeer dierbare vriend is ons ontvallen.Ik leerde Jan en zijn vrouw Lyda bijna 35 jaar geleden kennen.Ze waren het kostersechtpaar van het Trefpunt(een kerkgebouw dat helaas gesloopt werd).Ik stelde hen voor een groep Marokkanen te huisvesten.Zij gingen accoord met mijn voorstel. Dat schiep met een band tussen ons. We bezochten elkaar regelmatig in het Trefpunt. In latere jaren werd het kostersechtpaar actief in de Pauluskerk. Hoewel Jan niet officieel lid was van de kerk meende ik Jan als diaken in de kerkeraad op te nemen.Een paar keer per jaar kwamen we bijeen om een programma te ontwerpen voor het eerst volgende half jaar. Met elkaar samen lukt het ons sprekers te bedenken en uit te nodigen. Jan had hierin een gewichtig aandeel..Vaak leidde hij ook de avonden. Jan was er ook altijd ter ondersteuning van de kerkdiensten. Zijn technische bekwaamheid kwam ons goed uit. In de loop der jaren ontving ik veel invitaties voor lezingen in binnenland en buitenland. Ik werd bang in de late avond in slaap te vallen. Ik vroeg Jan of hij met mij meewilde. Zo trokken we gezamenlijk opJe kon met Jan altijd heel serieuze onderwerpen bespreken. Het was een waar genoegen met hem te reizen.We trokken op naar Hamburg,Bonn,Stuttgart,Saarbrucken,Vlaanderen en we bezochten vele plaatsen in Nederland van den Helder tot Maastricht,van Zeeuws Vlaanderen tot Friesland en Groningen. Onderweeg dineerden we vaak in restaurants. We kregen een sterke band. Jan reed altijd terwijl ik soms in slaap verzonk.
Jan was een randgelovige,een twijfelaar die kritisch doorvroeg. Ik kon met hem meevoelen. Hij was een uiterst betrouwbaar kerkeraadslid. Hij voelde zich verantwoordelijk voor de Pauluskerk uit zijn dagen. Jan haalde vaak gasten van huis..Dat maakte indruk.Gasten vroegen mij soms:hoe kom je aan zo,n man.Hij werd zelfs uitgenodigd voor lezingen.Men wilde weten wie toch eigenlijk deze man was.
Jan was zeer gesteld op zijn vrouw Lyda en hun beide kinderen Caspar en Danielle. Hij was trots op hen.Caspar zette eigenlijk de traditie van zijn vader door. Jan kon vaak boeiend vertellen over de ervaringen van Caspar die net als vader geen blad voor de mond nam. Zo bezocht ik eens de bajes in Zwolle.Er werd geklaagd over de vaak defecte alarm knoppen.Caspar onderzocht de toestand en maakte aan de direkteur duidelijk dat het personeel te traag reageerde ,zodat de klanten gingen blijven bellen en het apparaat forceerden. Jan was in de kerk onmisbaar,hij wist alles van geluid en licht Jan zorgde voor optimale geluidsapparatuur bv bij demonstraties bij het stadhuis.
Onze gemeenschappelijke reizen,onze gezamenlijke activiteiten,onze bezoeken bij hem thuis verdiepten onze vriendschap.Ik heb van deze man genoten.Natuurlijk kon Jan soms een lastpak zijn. Hij was niet snel tevreden.
Na mijn pensioen in 2007 bleeef alleen het huisbezoek over.Met Jan ging in het in de loop der jaren slechter. Veel kwalen troffen hem. Er werden ook vergissingen gemaakt maar die konden gelukkig worden hersteld. Maar longen hart braken Ja n op. Op het laatst was het voorbij met autorijden en fietsen. Jan kon er niet meer uit. Dat verzwaarde zijn bestaan. Eind augustus bezocht ik Jan nog voordat ik zelf in het ziekenhuis belandde. Hij was nog steeds helder.Ik kende zijn medeleven met wereldoorlog2 Nooit zal ik vergeten hoe Jan in1940 door de wijken die gebombardeerd waren door de Duitsers als kind rondtrok. Hij zag nog de lichamen van mensen in het puin. Jan was in staat tot medeleven. Hij heeft me daarvan verteld. Heel ontroerende verhalen.
In het ziekenhuis tijdens zijn verjaardag kregen we een warme maaltijd met voor ons heerlijke gerechten. Het herinnerde ons aan de vele maaltijden die we gezamenlijk gebruikt hadden.We genoten nog van onze herinneringen.
Jan is er niet meer. We denken aan Lyda, Danielle en Caspar. We verliezen een o zo goede vriend. Ik ben God dankbaar deze man te hebben mogen ontmoeten.