Bonhoeffer

Bonhoeffer

Deze maand is het zestig jaar geleden dat Diettrich Bonhoeffer werd opgehangen in een gevangenis in Duitsland. Hij behoorde tot de Duitsers, die Hitler vanaf den beginne niet zagen zitten en zich tegen zijn gedachtegoed hebben verzet. Dat bracht Bonhoeffer in de gevangenis waaruit hij niet meer bevrijd is. Hij is beroemd geworden door de brieven die hij schreef vanuit de gevangenis. Het zijn ook deze brieven, die mij persoonlijk altijd zeer geïnspireerd hebben tot de keuze van mijn werk gedurende mijn loopbaan als dominee. Ik zou het werk in de Pauluskerk niet hebben kunnen volbrengen zonder de inspiratie van deze man, ontleend aan zijn brieven.

Ik wil graag nog even aandacht vragen voor een vijftal componenten in die brieven:
In de eerste plaats nodigt Bonnhoeffer iedereen uit om goed te communiceren met zijn medemens. We leven in deze wereld en zijn op elkaar aangewezen. We behoren te weten wat er leeft bij een ander, het gaat om dialoog met de wereld. Wij moeten niet omhoog gericht zijn naar de hemel of God diep in ons hart zoeken, neen, we zullen altijd in gesprek moeten zijn met die ander. We zullen dan ook de meest aanvechtbare dingen moeten bespreken, want wij mensen zijn in het contact met elkaar vrij oppervlakkig.
Bonhoeffer nodigt ook uit om na te denken over de vraag wat de rol van God is in het leven van alledag. Hij hield zich ook bezig met de relatie tussen geloven en weten. Er moet een balans zijn tussen geloven en weten. Er zijn mensen die alleen willen geloven en niets willen weten. Er zijn mensen die alles willen weten, ook de dingen die niet geweten kunnen worden, en gooien het geloof aan de kant waar het gaat om een balans tussen beide.

In de tweede plaats besefte Bonhoeffer dat er in het leven dingen zijn die een onherroepelijk verloop hebben. Dat duiden wij altijd aan met het lot. Hoe verhoudt zich nu het lot tot God? Je kunt God en lot niet laten samenvallen, maar je kunt ze ook niet scheiden. In God schuilt ook lot. Op God kun je een beroep doen, maar er is ook iets in God waar we niets mee kunnen. We krijgen de mededeling dat we dodelijk ziek zijn. Het is een aflopende zaak met ons leven. Dat is een onherroepelijk lot waarin geen keer gebracht kan worden. Daarom is Bonnhoeffer gefascineerd door verzet en overgave. Een mens moet op een bepaalde manier met dat lot omgaan. Hij moet er niet altijd in berusten, hij moet ertegen tekeer gaan. Hij moet een strijdbare houding aannemen, maar er is een moment dat hij de strijd zal staken en zich overgeeft aan God. Bonhoeffer gaf daarvan zelf het voorbeeld. Vlak voor zijn dood was hij in gebed verzonken. Hij wist dat zijn dood nu onherroepelijk was, maar het verzet blijft.

Bonhoeffer was ook gefascineerd door de persoon van Don Quichote, die wist dat deze wereld anders moest. Vaak wordt Don Quichote wat belachelijk gemaakt, dan gaat het om mensen die idealen hebben die toch niet gerealiseerd kunnen worden. Nee, Bonnhoeffer wilde graag dat wij allemaal willen behoren tot die mensen die zien wat nog niet is en die geloven wat nog niet kan. Daar gaat het ten diepste om. Ook in zo’n gemeenschap als de Pauluskerk; dat je ziet wat er nog niet is en dat je gelooft wat nog niet kan. Dat je dat nooit opgeeft.

Dat brengt mij bij een derde aspect. Bonhoeffer bepleitte een religieloze benadering van het christendom. Onder religie verstaat hij een instituut dat samengesteld is uit dogma’s, leerstellingen, heilige boeken, geestelijken, gebouwen, machthebbertjes, moralisme. Religie is een manier om de wereld te willen verklaren. God wordt vaak gehanteerd als een werkhypothese. God moet de gaten vullen in onze kennis. Mensen verschuilen zich achter God en ze beseffen daarbij niet dat ze toch betrekkelijk autonoom zijn. Mensen zullen zelf hun problemen moeten oplossen, zelf de knopen moeten doorhakken, keuzes moeten aangaan. Wij laten dat niet in gemakzucht aan God over, zo in de trant van: wat God doet, is goed. Bonhoeffer wil ook niet dat we gaan bidden voor dingen die wij zelf moeten opknappen. Een mens heeft intellect gekregen om het ook goed te gebruiken. Deze religieloze benadering van het christendom maakt ons ook wat onverschillig ten opzichte van het instituut. Je wordt teruggeworpen op je persoonlijk geweten. Je kunt je niet verschuilen achter een paus of een synode, achter een geestelijke of achter een leerstelling. Jij moet zelf zin geven aan je leven door te strijden voor humaniteit.

Dat brengt ons bij een vierde punt. Waar zullen wij God vinden in deze wereld? God is niet in de hemel, God is niet diep in ons hart. Nee, zegt Bonhoeffer, God ontmoeten wij in de ander, in de ontmoeting met de ander. Gods naam luidde toch ook altijd, dat hij er wilde zijn voor de mensen? Jezus werd Immanuël genoemd: God met ons. Ook Jezus had als enige pretentie dat hij een mens wilde zijn voor andere mensen. Zo, zegt Bonhoeffer, is God in de wereld. Dat betekent dat God ook lijdt aan de wereld. Soms lijkt het alsof God bezwijkt aan de wereld. Dat is gedemonstreerd in het leven van Jezus. Maar toch blijft God middenin het leven staan. Waar mensen met elkaar samen willen zijn en waar mensen er voor elkaar willen zijn, daar zal God bloeien en groeien. Daar zal een mens uiteindelijk het transcendente beleven. Natuurlijk kan een mens mystieke ervaringen hebben door een icoon te kussen, door een kaars te branden in een kerk, maar uiteindelijk is God op straat, zal God zich vereenzelvigen met de mensen die ons pad kruisen, die ons nodig hebben, die wij misschien nodig hebben.

Dat brengt
ons bij de laatste component: wat is dat dan, christen zijn in de samenleving? Voor Bonhoeffer is dat eenvoudig: een mens bidt en hij werkt. Een mens geeft zich over aan God en tegelijkertijd zet hij zich in voor een ander en probeert hij het goede te doen voor anderen. Een mens is ook bereid om deel te nemen aan het lijden. Humaniteit heeft dus ook een goddelijke dimensie. Waar mensen er voor elkaar zijn, met het oog op de toekomst, daar zal God in hun midden zijn, daar zal God ook beleefd worden.

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.