Archief

Categorie: In de pers
Hoe ongelijk is Nederland?

Hoe ongelijk is Nederland?

Hoe ongelijk is Nederland? (Wetenschappelijke Raad voor het regeringsbeleid)

Volgens Obama is ongelijkheid de uitdaging voor onze tijd. Met name onder kinderen is er sprake van toename van armoede in de westerse wereld. Een groeiende middenklasse in landen als Maleisie, China en India lijkt samen te gaan met een krimpende middenklasse in de ontwikkelde landen. In de VS worden rijken rijker en armen armer. Ongelijkheid wordt steeds vaker opgevoerd als bron van socialereconomische en politieke problemen. Grofweg gezegd kende Nederland tussen 1975 en 1985 een lage inkomende gelijkheid. Ten aanzien van inkomendeongelijkheid is Nederland een middenmoter.Sinds het einde van de jaren negentig is de kloof tussen de hoogste en laagste inkomensgroepen aanzienlijk gegroeid. De lonen zijn sinds 1990 bevroren en blijven achter bij de mediane lonen.

De lonen aan de bovenkant zijn aanzienlijk gegroeid. Hoogopgeleiden werken met computers en laag opgeleiden worden door computers vervangen.Een verdieners worden een kwetsbare groep. Piketty heeft aangetoond dat het kapitalisme zo functioneert dat het tot een steeds grotere concentratie van vermogen leidt. Een groeiend deel van de mensen heeft schulden en een zesde deel van de huishoudens heeft problematische schulden. Een toenemende ongelijke verdeling van geld leidt tot toename van geweld en stress, gezondheidsproblemen en een lagere levensverwachting. Bij grote ongelijkheid blijven de mensen thuis bij verkiezingen. De topinkomens worden niet in toom gehouden. Nederland staat aan de top als het gaat om vermogensongelijkheid. De rijkste Nederlanders hebben hun vermogens relatief ongeschonden door de recente crisis geloodst. Sociaal vertrouwen neemt af wanneer inkomendsongelijkheid toeneemt. Loonmatiging is niet altijd heilzaam.

In ons land lukt het niet de bonussencultuur te beëindigen.Er zijn teveel mensen die teveel verdienen. Loonmatiging moet bij ons beëindigd worden.Het is niet acceptabel dat lonen en inkomens gelijk blijven terwijl prijzen stijgen in de huren die mensen moeten betalen,verhoging van zorgpremies voortgaat. Naar Piketty wordt nog slecht geluisterd.Mensen die nog een redelijk pensioen hebben merken dat hun inkomen stilstaat terwijl belastingen, premies, huren toenemen. Vrijheid, gelijkheid en broederschap. Liberalen prefereren vrijheid, sociaal demokraten gelijkheid en christendemocraten broederschap. Gelijkheid is echter een groot goed dat niet verwaarloosd mag worden.

Armand

Armand

Armand is dood.
Tijdens mijn eerste werkkring in Leek/Marum leerde ik Armand kennen via een lid van een van mijn jeugdgroepen Joop Inia. Ik genoot later in de oude Pauluskerk opnieuw van Armand. Hij kwam regelmatig in de kerk. De bezoekers vonden het prachtig. Armand vroeg me nauwelijks om geld. Hij apprecieerde mijn opvattingen over drugs. Altijd zong hij weer ‘Ben ik te min’. Het was een man die zich zelf trouw bleef. Dat kon ik in hem zeer waarderen. Met Boudewijn de Groot ging het anders. Hij veranderde, bleef goed spelen en zingen maar liet het verleden  (Mijnheer de president) rusten. Bij Armand was dat niet zo. Ik bleef van zijn persoon en zang houden. Zelf wil ik ook vasthouden aan mijn verleden. Na zovele jaren kon hij de mensen nog aanspreken. Ik voel me met hem verbonden. Het was een fijne man.

Hans Visser: Zonder Bijbel wordt het drie keer niks

Hans Visser: Zonder Bijbel wordt het drie keer niks

Wat is uw houvast in leven en sterven? Dat is de kern van de eerste vraag uit de Heidelbergse Catechismus.

In deze serie geven bekende Neder­landers – christenen en niet-christe­nen – antwoord op deze vraag die zicht geeft op het perspectief in hun leven. Vandaag: Hans Visser (72), emeritus predikant in de Protestantse Kerk in Nederland, vooral bekend vanwege zijn werk als predikant van de Pauluskerk in Rotterdam.

‘De Heidelbergse Catechismus is in de zestiende eeuw ontstaan en daarom natuurlijk een tijd- en cultuurgeboden document. Toch is het een waardevol geschrift in de traditie en ik beschouw het als een van de basisdocumenten van het protestantisme. Of ik er ooit uit gepreekt heb, weet ik niet. Ik denk het niet. In mijn jeugd heb ik in de Oranjekerk in de Haagse Spoorwijk wel catechismuspreken gehoord. Er staan natuurlijk discutabele dingen in: over dat er zonder de wil van de Vader geen mus van het dak valt – maar dat staat er oorspronkelijk niet: er staat “zonder de Vader”. Maar goed, dat neemt niet weg dat we de catechismus serieus tot ons moeten nemen en dat doe ik ook. Het is geen belijdenisgeschrift dat je zomaar bij het afval zet.

nieuwe catechismus

Er zijn pogingen gedaan een nieuwe catechismus te schrijven. In de jaren zestig is dat in de Rooms-Katholieke Kerk gebeurd. Dat was een aardige poging om er een eigentijds document van te maken. Maar dingen raken snel achterhaald. Geloven is altijd een zoektocht, dat moet je niet in dogma’s willen vatten. Daarom voel ik me tot de vrijzinnigheid aangetrokken, daar is ruimte om te zoeken. In Zondag 1 van de catechismus gaat het over “mijn getrouwe Zaligmaker”. Daar heb ik niet zoveel mee. Ook met een begrip als zonde kan ik niet veel. Wat mij houvast geeft, is de naam van God: Ik zal er zijn voor u. Op die naam heeft Israël vertrouwd en die naam heeft God ten diepste in Jezus van Nazareth getoond: Immanuel, God met ons.

Kijk, geloof is een heel ingewikkeld gebeuren. Het kan ook zijn dat God zwijgt, ook al geloof je heilig in die God. Er zijn kritieke momenten, de nachten van het leven. Dan geeft alleen de naam van God je troost en houvast. Het aardige van geloven is dat het je op de been houdt op kritieke momenten. Zo heb ik dat vorig jaar zomer zelf ervaren. Ik ben toen drie maanden behoorlijk ziek geweest, een combinatie van suikerziekte, hartfalen en een knieoperatie. Je wordt dan op jezelf teruggeworpen. Het raakt je niet alleen lichamelijk, het raakt ook je psyche. Het Bijbellezen werd wat minder in die tijd, maar ik ben blijven bidden. Toen herstelde het Bijbellezen zich vanzelf ook weer. Grappig hè?

mens

De openbaring van God loopt altijd via de mens. Via mijzelf kom ik tot God. Uiteindelijk is het idee van God in ons brein opgekomen. Wij hebben het verzonnen. Zo wordt God deel van het leven van alledag. De Bijbel is daarbij mijn bron. Zonder Bijbel wordt het drie keer niks. Ik lees in de regel elke ochtend uit de Bijbel en ik bid dan. Dat is een ritueel dat me houvast geeft. De verhalen uit de Bijbel zijn bedoeld om ons te corrigeren en tot de orde te roepen. Het inspireert mij om mijn mond open te doen en tegen onrecht te strijden. Dat heb ik geleerd tijdens mijn werk in Indonesië, van 1970 tot 1978. Ik was daar een van de weinige mensen die zijn kritische mond opentrok als mensenrechten werden geschonden.

Ik sprak de gouverneur aan op het onmenselijke gedrag van militairen die politieke gevangenen onder stroom zetten. Ik stond alleen in die kritiek en kreeg te maken met tegenwerking. Dat heeft me gevormd. Ik wilde licht brengen op plekken waar mensen in het donker zitten. Ik ben opgekomen voor illegalen, drugsverslaafden, asielzoekers en daklozen. Hun situatie wilde ik wat verbeteren. Het is een bewuste keuze geweest daarin mijn eigen koers te varen en op mijn manier de boodschap van de Bijbel te gehoorzamen. Ik kwam in opspraak toen ik het opnam voor pedofielen. Ook al doen zij domme dingen, dat is geen reden ze af te schrijven. Dat valt in het huidige klimaat niet in goede aarde, maar dat vind ik geen reden het niet te zeggen.

gelukkige tijd

De periode dat ik voor de Pauluskerk werkte, heb ik als een gelukkige tijd ervaren. We hebben als kerk veel mensen geholpen. Ik kwam in contact met mensen die niet-gelovig waren. Ik werd ook gevraagd om niet-gelovigen te begraven. Dan probeerde je bij zo’n rouwdienst hen niet de hemel in te praten en niet te vroom over hen te doen. Dat zou niet passen. Ik liet in het midden waar zij na hun dood terechtkwamen. Zelf geloof ik niet zo in een leven na de dood. Je zult misschien bij God zijn, maar daar kan ik me niet zo bar veel bij voorstellen. Ik heb geen angst voor de dood, hoor. Ik geloof dat niets ons kan scheiden van God, ook de dood niet. In het Johannes-evangelie staat dat wie in Jezus gelooft, het eeuwige leven al heeft. Je neemt daar nu al aan deel. Dat vind ik een mooie gedachte.

Alle dingen zijn tijdelijk. Je raakt na je dood in vergetelheid. Je bent er, en dan ben je weer weg. We zijn als bloemen die groeien, bloeien, verdorren en dan door de wind worden meegenomen. Wat ik nalaat interesseert me niet zo. Kijk, dat schilderij met de Jeremia van Rembrandt heeft mijn moeder geborduurd. Ik heb het gekregen na haar dood, het is een goede herinnering aan haar. Zo zal het gaan, denk ik. Je zult herinnerd worden. Dat is wat overblijft na je dood. Meer niet.’

Nederlands Dagblad 26 maart 2015, auteur: Roeland van Mourik

Nelson Mandela

Nelson Mandela

Deze grote man is niet meer onder ons. Hij wordt terecht geprezen en bewonderd door velen. Een inspirerend wereldleider. Van jongs af aan was hij vertrouwd met”ubuntu”. Dat betekent menselijkheid die ten grondslag ligt aan democratie:leren luisteren naar anderen. Dat was zijn uitzonderlijke kracht. Nelson was geinspireerd door Ghandi maar keurde geweld toe. Het was onontkoombaar. Hij prefereerde burgerlijke ongehoorzaamheid. Maar in 1964 belandt hij op Robbeneiland. Daar ondergaat hij vernedering. Toch volhardt hij in zijn uitgangspunt: luisteren,praten,onderhandelen en verzoening niet uit het oog verliezen. Zijn vrouw Winnie die een tragisch leven had hield zich niet aan”ubuntu”. Wraak,geweld en kuiperij kregen de overhand. Dat stemde Nelson tot droefheid. In 1990 komt hij vrij. Hij beleeft jaren van geweld maar blijft onderhandelen. Het komt tot een vergelijk met de blanken die apartheid afwijzen. Nelson verkiest verzoening en probeerde partijen tot elkaar te brengen. Waarheid en verzoening bracht hij samen. Deze man was standvastig,trouw,betrouwbaar en slaagde erin het drama van apartheid te beeindigen. In de jaren tachtig heb ik me met vele anderen verzet tegen het apartheidsregime.De akties tegen Shell. Dat leverde naast vrienden ook vijanden op. We zijn Nelson Mandela veel dank verschuldigd . Een unieke persoon is ons ontvallen. Hij slaagde erin te blijven geloven in waarheid en verzoening.

In Memoriam Henk Teekens

In Memoriam Henk Teekens

Gecremeerd op 3 januari 2013

Voor deze toespraak stelde Henk voor stil te staan bij de geschiedenis van Jacob’s worsteling bij de Jabbok. Het betreft hier een oud oosters verhaal. In het verleden maakte Jacob zich tegenover zijn broer Ezau schuldig aan bedrog. Jacob deed alsof hij Ezau was en verkreeg zo het eerstgeboorte recht van zijn vader Izaak. Hij moest vluchten maar keert nu terug naar het land Kanaan. Hij neemt allerlei voorzorgsmaatregelen door met geschenken zijn broer Ezau te weerhouden van wraak. Jacob zet zijn kudden en gezin over de rivier de Jabbok. Tenslotte blijft Jacob alleen achter. Dan volgt een tamelijk ontoegankelijk verhaal dat wel nooit helemaal doorgrond zal worden. Iemand begint een worsteling met Jacob. Deze worsteling zal duren tot zonsopgang. Vraag doet zich voor wie die iemand is die met Jacob vecht. We kunnen alleen gissen. Misschien een demon door Ezau opgeroepen. Of wellicht een demon uit de omtrek van de Jabbok. Misschien wel God zelf die door middel van een demon of engel strijdt met Jacob. De worsteling wordt niet beslecht door een overwinning. De persoon die worstelt met Jacob wil tegen zonsopgang ophouden. Hij wordt niet verslagen door Jacob. Alleen het heupgewricht van Jacob wordt beschadigd. Jacob wil de worstelaar(God??!!) niet loslaten tenzij deze hem zegent. Jacob ontvangt een nieuwe naam:Israel. Hij heeft gestreden met God en de mensen. Jacob ontvangt de zegen. De worstelaar maakt zijn naam niet bekend Jacob concludeert dat hij God van aangezicht tot aangezicht heeft gezien en toch het leven heeft mogen behouden. De volgende dag vindt de ontmoeting met Ezau plaats. Deze is helemaal niet wraakzuchtig. Hij valt Jacob om de hals. Beiden zijn ontroerd. Jacob zegt:ik heb jouw aangezicht gezien zoals men het aangezicht van God ziet. Voor Henk zijn de woorden:ik laat u niet los tenzij gij mij zegent doorslaggevend geweest in zijn leven.

Ik leerde Henk kennen in de laatste fase van zijn leven(na zijn pensioen).Hij maakte zich actief in de nachtopvang van de Pauluskerk waar Henk geconfronteerd werd met een breed samengestelde groep van mensen(Hollanders,Marokkanen,Turken,Antillianen,Surinamers,talloze Afrikanen en Arabieren etc.).Hij deed dit werk met verve. Later zette hij zich in voor asielzoekers. Daar hadden we vaak gesprekken over. Henk begreep wat Fransciscus bedoelde toen hij zei dat gastvrijheid geldt voor vriend,tegenstander en bandiet. Henk probeerde achtergronden te verstaan. Hij was trouw an mensen en hij zette zijn gastvrijheid om in financiele steun .Henk,vroeg ik dan,moeten we nu niet ingrijpen,deze man tilt ons en jou in het bijzonder. Henk persisteerde. Bij mijn afscheid heb ik hem toch om deze eigenschap van trouw geprezen. Henk had een boeiend leven. Hij specialiseerde zich in tuinbouw,maatschappelijk werk,voeding en gezondheid,community development etc. Eerst was Henk tijdens de politionele acties actief als begeleider van telefoonverkeer en codering in Jakarta. Na de watersnoodramp troffen we Henk bij de wederopbouw van Zeeland. Na opleidingen in Engeland vertrok Henk in 1960 naar Marokko. De aardbeving in Agadir zorgde dat hij zich concentreerde op hulpverlening. Hij vertrok later naar Zuid Vietnam om kinderen op te vangen. Henk heeft te maken met het TET offensief in Vietnam. Hij ondergaat oorlogshandelingen. Vervolgens reist Henk af naar India voor de opvang van Tibetaanse vluchtelingen. Hij moet er voor zorgen dat het verblijf van kinderen formeel geregeld wordt. Hij ontmoet de Dalai Lama. Begin jaren zeventig vertrekt Henk op verzoek van de FAO naar Zuid Korea waar hij werkt aan verbetering van de voedselvoorziening. Dan vertrekt Henk gezonden door Save the Children Fund naar Opper Volta. Eind jaren zeventig vinden we Henk in Somalie en Ethiopie.Vervolgens vertrekt Henk op verzoek van FAO naarTsjaad. Zijn laatste standplaats is Botswana. Henk sluit een rijk leven af. Gelukkig is een boekje verschenen van Henk over zijn werk:Avondrood in Agadir. Henk was poetisch,dromerig,idealen koesterend,nadenkend over tegenvallers. Henk is helder en nuchter. Vaak kwam hij terecht in inferno’s. Hij besefte:het inferno bleef bestaan,waarin doden zullen wenen omdat de levenden voor eeuwig voorbij zijn. Bruggen bouwen van donker naar licht. Henk kende en doorleefde de worsteling van Jacob. Wie waren toch de worstelaars:tegenstanders,vijandig gezinde mensen,onbekenden,bureaucratie etc. Henk concludeerde in het donker tot licht:ik sta voor Gods aangezicht. Soms zijn daar de veelzeggende zinnetjes van Henk:Human lives terminated in the earthquake seem scattered into the blue of the ocean. Henk loopt langs ruinen en zegt hij dan: many mental prints are pictured on my memory. In zijn comunity development verkoos Henk de comprehensive approach(de alles omvattende benadering). Werkend onder barre omstandigheden die de ziel van de mensen beroeren ja zelfs vernietigen wenst hij ons a happy christmas toe.Henk heeft wel ontdekt dat ons begrip met betrekking tot ontwikkeling niet altijd het begrip dekt van mensen in ontwikkelingslanden. Henk kan dat nuchter vertolken zonder vlijmscherp of arrogant te worden Henk heeft zijn leven lang gevochten. Hij geloofde:ik laat u o God niet los voordat u mij zegent. Henk heeft zijn werk gedaan in grote liefde voor mensen,hij solidariseerde zich met de lijdenden. Ik geloof stellig dat de Eeuwig Betrouwbare die barmhartig is voor mensen,zoals Henk op zijn wijze barmhartig was voor medemensen, hem zal zegenen

Goedemorgen Nederland

Goedemorgen Nederland

Autobiografie dominee Visser
Dominee Visser. ‘Wereldberoemd werd ‘ie omdat hij daklozen en verslaafden een plek gaf in zijn Rotterdamse Pauluskerk. In de jaren ’80 ging hij een stapje verder en startte het omstreden project ‘Perron Nul’ waar hij heroïneverslaafden methadon verstrekte. Genoeg stof voor een autobiografie, met de titel ‘God’.
Bij het programma Goedemorgen Nederland moet u kijken in het tweede deel van de uitzending. Visser is de laatste gast van die dag.

Interview Algemeen Dagblad

Interview Algemeen Dagblad

Ds.Visser: Gelovige niet per se opdringerig of vervelendHans Visser. Foto ANPROTTERDAM – ,,Privé zweef ik nu tussen hemel en aarde.” Van voormalig predikant van de beruchte Rotterdamse Pauluskerk Hans Visser verschijnt maandag een autobiografie. ,,Autobiografie is een groot woord. Met mijn boek wil ik laten zien dat een gelovig mens niet per se vervelend en opdringerig hoeft te zijn.” Hans Visser zet zich sinds de jaren tachtig als dominee en hulpverlener in voor de marginalen, of zoals hij het zelf zegt, ,,onaangepasten” in de maatschappij. Daklozen en verslaafden ving hij op in de Pauluskerk en bij het project Perron Nul. De gemeente Rotterdam sloot de kerk in 2007 onder druk van Leefbaar Rotterdam. Een nieuwe kerk komt er in 2012, maar de verslaafden moesten weg. De ‘revolutionaire dominee’ ging met pensioen.

‘In God, Soms vond ik de weg, soms raakte ik de weg kwijt’, schrijft Visser over zijn geloofscrises, de conflicten met gezagsdragers en zijn polygame levenswandel. ,,Na mijn emeritaat in 2007 werd ik tot mijn eigen verrassing buitenkerkelijk”, vertelt Visser.
De kerken in Rotterdam trokken hem al nooit aan, vertelt hij, hij kon er geen prettige sfeer vinden. Toen de Pauluskerk sloot, zette hij maar helemaal een punt achter de kerkgang. ,,Maar dan hoor je nergens meer bij hé. Ik dacht, ik kan wel Doopsgezind worden maar dat vind ik ook wat overdreven. Ik kom nog wel eens in de kerk, maar ik hang er nu een beetje tussenin.”
In christelijk Nederland waait volgens Visser een andere wind. ,,Die wind vind ik niet lekker. Het christenfundamentalisme lijkt te groeien. Vroeger was er nog wel eens sprake van revolutie binnen de theologie. Dan was er nog wel eens wat herrie in de tent. Nu is het allemaal wat behoudend. De kerk loopt zeker niet meer voorop bij veranderingen. Daar was ik altijd voorstander van. Maar daarin was ik de laatste jaren rijkelijk alleen.”Hij ziet het atheïsme eenzelfde soort fundamentalistische beweging maken. ,,Mensen met verbitterende ervaringen in de kerk, die werden voeger atheïst. Nu voert een groep ongelovigen die helemaal geen ervaring met de kerk heeft de boventoon.

Dan gaan atheïsten mij dingen vertellen over zaken die ze niet kunnen weten. Dan denk ik, je verwijt gelovigen van alles, maar waar heb je het over? Ja. De monotheïstisch religies kennen fases van geweld. Maar het is geen reden om religie volledig af te schrijven. Religie heeft iets verslindends. Maar het geeft ook warmte, inspiratie en power.”

Als ik God was in Rotterdam (2004)

Als ik God was in Rotterdam (2004)

De toestand op aarde baart de bekende hervormde ds. Hans Visser van de Rotterdamse Pauluskerk zorgen. Deze predikant, die als gelovige een zeer groot en door velen gerespecteerd sociaal engagement heeft met de zelfkant van de samenleving en voor wie zijn kerk daadwerkelijk een schuilkerk vormt, beschikt ook over verbeeldingskracht en een lenige pen. Daarmee schrijft hij in korte hoofdstukken de indrukken en herinneringen die straten, pleinen, havens en wijken in de stad (lees: Rotterdam) op hem maken van zich af. Het resultaat is een verrassend beeld van een boek over Rotterdam door de bril van deze schrijvende dominee die deze stad ziet als een plaats van geluk waar je God ontmoet. – Drs. A. Schipper MM
als_ik_god_was

De andere kant van de medaille

De andere kant van de medaille

Pleidooi Hans Visser voor pedofilie is aanklacht tegen kerk
Van een onzer verslaggevers– 18 december 1998

ROTTERDAM – De samenleving moet pedofilie aanvaarden, vindt dominee Hans Visser, als de seksuele handelingen maar met wederzijds respect plaatsvinden. Visser meent dat pedoseksuele liefkozingen ethisch aanvaardbaar zijn. Penetratie wijst hij af.
Kerken zouden niet alleen de pedofiele medemens, maar ook zijn of haar seksuele geaardheid moeten accepteren, schrijft Visser van de Rotterdamse Pauluskerk in de bundel ‘De andere kant van de medaille’. Het boekje, waarvoor hij geen echte uitgever kon vinden, verschijnt vandaag. Visser – bekend door zijn eigen manier van opvang van drugsverslaafden – wil nu het taboe dat op pedofilie rust, doorbreken.
De hervormde predikant stelt dat niet elke pedofiele handeling gelijk staat aan seksueel misbruik van kinderen. Wederzijds masturberen is bij pubers (vanaf 12 jaar) ethisch acceptabel, als het gebeurt in een sfeer van ‘intimiteitsbeleving’ van beide kanten.
Een pedofiel gaat volgens Visser over de schreef als hij de integriteit van een kind aantast. Hij mag geen seksueel contact opdringen of misbruik van macht maken. Penetratie is uit den boze. Toch blijken er “seksuele contacten te bestaan die voor kinderen plezierig en waardevol kunnen zijn”. Uit onderzoek is volgens Visser bovendien gebleken dat kinderen “bij gematigde seksuele contacten een zeker plezier ervaren. Vooral als ze daarbij ook genegenheid ervaren”.
Gedragscode
Visser vindt dat er een gedragscode moet komen voor pedofielen. Daarin moet staan wat wel en niet mag. Bij kinderen tot 12 jaar dienen pedofielen zich terughoudend op te stellen, omdat er geen sprake is van gelijkwaardigheid. Knuffelen mag wel, meent Visser. De predikant zegt in de afgelopen jaren meer begrip te hebben gekregen voor volwassenen die een relatie met pubers aangaan.
Met zijn boek wil Visser de banvloek die pedofielen over zich uitgestort voelen, doorbreken. Het werkt volgens hem averechts om pedofielen te discrimineren, te stigmatiseren en af te wijzen, zoals nu vaak gebeurt. De pedofiel is erbij gebaat als de samenleving haar normen enigszins aanpast, “in de zin van een stuk noodzakelijke acceptatie”. De huidige reacties uit de samenleving noemt hij buitensporig hard. Ook worden er volgens hem onevenredig zware straffen opgelegd.
Aanvaarding van pedofielen betekent niet dat we alle gedragingen moeten goedkeuren, benadrukt Visser. Het houdt wel in dat we proberen onbegrepen intimiteiten te verstaan. Dominee Visser laat zich inspireren door een oud pamflet (1979) van de Protestantse stichting voor gezinsvorming (PVSG) en door de inmiddels overleden Ikon-pastor ds. A. Klamer die volgens Visser een pastorale hand uitstak naar pedofielen.
De PVSG en Klamer slaagden erin naar pedofielen te luisteren en met hen na te denken over wijze omgangsvormen. Het blijft volgens Visser in en in verdrietig dat de kerken deze werkwijze in onze tijd hebben opgegeven. Zijn bundel is vooral bedoeld als protest aan het adres van de hervormde en gereformeerde synodebesturen. Die lieten Visser in antwoord op zijn vragen weten de pedofiel als mens te respecteren, maar zijn geaardheid af te wijzen. Visser: “Hoe is het mogelijk om een mens te accepteren zonder zijn geaardheid?”
Pastorale aanvaarding van de pedofiel impliceert volgens Visser begrip voor zijn geaardheid. “Pastoraat betekent dat je mensen beschermt, dat je met ze in gesprek gaat, dat je luistert naar wat hen beweegt. Die bescherming houdt ook in dat je niet wegloopt, dat je je niet achter maatschappelijke vooroordelen verschuilt, want dan laat je de pedofiel in de steek.” Onbegrip leidt bij pedofielen niet zelden tot zelfdoding, weet Visser.
Schade
De predikant gaat terloops in op de schade die kinderen kunnen oplopen door seksuele contacten met volwassenen. Sommige kinderen houden er geen prettige herinnering aan over. Maar de schade kan ook worden “verdramatiseerd”. Visser is bang dat soms bepaalde schuldgevoelens worden opgedrongen.
Onder het kopje Misselijk houdt een anonieme pedofiel in de bundel een pleidooi voor een onderzoek naar de positieve kanten die een relatie van een volwassene en een kind kan hebben. De man heeft verschillende relaties met jongens achter de rug (11, 12 en 13 jaar), maar het kwam nooit tot seks. “Pedofiel word je niet, dat ben je”, meent hij.
Visser, die al eerder als pleitbezorger voor seksuele minderheden optrad, zegt niet bang te zijn voor een lawine aan negatieve reacties op zijn pleidooi. Hij verwacht geen tweede affaire-Van Drimmelen. De gereformeerde predikant ds. L. van Drimmelen pleitte begin dit jaar in Trouw voor acceptatie van pedofilie. Hij noemde zichzelf pedofiel, maar trok die bewering later in. De zaak leidde tot een ernstige crisis in het gereformeerde synodebestuur.

Bron:
Recensie in Trouw 18 december 1998

Perron 0

Perron 0

Dominee Visser schrijft fascinerend tijdsdocument over Rotterdamse drugsscene Perron Nul, kapotgegooide spiegel
Corrupte politie-agenten. Onderwereldfiguren die zich als bewaker lieten charteren en de vrouwelijke vrijwilligers vroegen te poseren voor naaktfoto’s. Vieze ouwe mannetjes die zich voor een geeltje door heroïne-hoertjes lieten pijpen…

HANS HORSTEN 16 maart 1996

Van onze verslaggever ROTTERDAM
Het is nauwelijks verwonderlijk dat dominee Hans Visser, schutspatroon van de zelfkant van Rotterdam, op een nacht in mei 1994 tijdens zijn zoveelste rondgang over Perron Nul verzuchtte: ‘Ik waan me in een aflevering van Miami Vice.’ Het Zwitserse Zürich heeft zijn Spritzpark. Rotterdam had zijn Perron Nul. Tussen maart 1987 en december 1994 hielden Visser en zijn vrijwilligers en hulpverleners bij het Centraal Station met veel moeite een open drugsscene in stand. In aanvang stond Perron Nul symbool voor de solidariteit van een grote stad met zijn meest kwestsbare randgroep. In een eigen wereldje in het centrum konden problematische drugsgebruikers even op adem komen en zich warmen aan wat menselijkheid. In de loop der jaren werd Perron Nul echter een steeds groter koekoeksjong in het Rotterdamse nest. Verloedering, zelfdodingen, doodslag en moord veroorzaakten zoveel turbulentie dat het wel slecht moest aflopen. En waar de dominee als een wanhopige vocht voor zijn geesteskind, vond het gezag het wel prima zo. Eigenlijk viel het doek al in 1993 toen burgemeester Peper en korpschef Hessing achter de schermen op de ontmanteling van Perron Nul aanstuurden om hun gemeente van deze anti-reclame te bevrijden. In zijn vrijdag verschenen boek Perron Nul, opgang en ondergang laat dominee Visser de gebeurtenissen uit die woelige jaren nog eens uitgebreid de revue passeren. Waar de Leidse onderzoeker prof. dr U. Rosenthal een half jaar terug de politieke en bestuurlijke besluitvorming rond Perron Nul tegen het licht hield, kiest Visser voor een chronologisch verhaal waarin niet de Coolsingel en het beleid centraal staan, maar de drugsverslaafden en hun medestanders. Dat levert een fascinerend tijdsdocument op, want de Rotterdamse geestelijke is een gedreven verteller die de zelfkritiek niet schuwt. Visser is eerlijk genoeg om toe te geven dat Perron Nul ook hem na enkele jaren als los zand door de vingers glipt. In de maanden mei en juni 1994 (de gemiddelde populatie van Perron Nul is dan in de loop der tijd uitgedijd van 75 tot vierhonderd à zeshonderd junks) constateert hij bitter: ‘Ik verlies de strijd met de groeiende verloedering. Sommige gebruikers blijven 24 uur op Perron Nul. De sfeer is om te snijden. Soms voel ik me een dompteur in een circus waar alle dieren losgebroken zijn en zich in de piste bevinden. Ik wil niet bezwijken voor dit onheil.’Visser komt er in het boek rond voor uit dat de vergroving van het dagelijks leven op Perron Nul ook zijn idealen over geloof, hoop en liefde aantastte. ‘Ik betrap me erop dat ik ’s nachts bij controle een stuk hout met me meedraag om deze of gene onder handen te nemen’, schrijft hij. Een paar dagen later speelt hij zelfs eigen rechter. ‘Ik koel mijn woede op een illegale Marokkaan die zich schuldig heeft gemaakt aan een laffe roofoverval en geef hem een pak slaag.’ Perron Nul en dominee Visser mogen lang op krediet van Rotterdam en zijn bevolking rekenen. Dat verandert als op Perron Nul doden vallen en het opvangproject criminelen en dubieuze dealers aantrekt. Visser staat steeds meer als een roepende in de woestijn met zijn verzoeken om hulp bij zijn strijd tegen de demonisering van de drugsgebruikers. In een gesprek met burgemeester Peper op 16 augustus 1994 legt hij uiteindelijk het moede hoofd in de schoot; het signaal waarop Peper jaren heeft gewacht. Opheffing van Perron Nul weet de burgemeester vervolgens vlot op de politieke agenda te krijgen. Als de bulldozers in december van dat jaar hun werk hebben gedaan, loopt dominee Visser nog een keer over het terrein van Perron Nul en mijmert: ‘Het echte leven van ruigheid, liefde, haat, lust en onlust werd hier geleefd. Deze plek hield ieder een spiegel voor: zo ben jij ook. Maar we hebben de spiegel kapot gegooid. ‘Bijna anderhalf jaar na dato kampt Rotterdam nog altijd met de naweeën. De populatie van Perron Nul is bij gebrek aan alternatieven over de oude wijken uitgewaaierd. Zelfs de arrestatiegolven in het kader van Operatie Victor doen hier niets aan af.En de charismatische dominee? Die roeit nog steeds tegen de stroom in met zijn pleidooi voor het vrijgeven van drugs en het reguleren van de handel in verdovende middelen. Want, zo schrijft hij: ‘We kunnen niet verachten de kleinen en de mensen die verloren zijn.

‘Hans Horsten Hans Visser: Perron Nul, opgang en ondergang. Uitgeverij Meijnema; € 21,50. ISBN 90 211 3638 4.

Bron:
Over Perron 0 in de Volkskrant