Archief
Categorie: Recensies

Perron 0 (1996)

Perron 0 (1996)

In maart 1987 stond Dominee Hans Visser aan de wieg van het Rotterdamse opvangproject voor thuisloze junks naast het Centraal Station, in december 1994 sprak hij aan het graf. Dit historische overzicht laat vooral Visser zelf aan het woord (in 10 hoofdstukken van de 13). Daarmee is het ook een mooi ego-document geworden, hoewel het vooral bedoeld is als eerbewijs aan de talloze vrijwilligers. Visser toont aan dat de permanente frictie van repressieve, benauwde overheidsbemoeienis en tolerante, zelfs soms blinde menslievendheid slechts tot een halfslachtig en corrumperend drugbeleid leidt (heroïne moet overigens bij de apotheek). Resultaat: grote winst bij de drughandel, grote overlast voor de burger èn verloedering van de algemene en politieke moraal. Van die inconsequentie profiteert alleen de werkgelegenheid bij Justitie, politie, gevangenisbouwers en hulpverlening. Ondertussen is de Rotterdamse Pauluskerk nu een tijdelijk en kleinschalig baken. – Peter den Haring.

perron0

Op drift (1990)

Op drift (1990)

Driekwart jaar hield Hans Visser, op verzoek van de uitgever, een dagboek bij. Visser is als predikant werkzaam in de Rotterdamse Pauluskerk waar hij veel mensen uit de randgroepen ontmoet onder wie vluchtelingen, druggebruikers, ongeneeslijk zieken. Wat Visser met deze mensen meemaakt (en zij met hem) wordt door hem verteld enerzijds met distantie, anderszijds met overgave. Visser vertelt (in het kort) over zijn jeugd; zijn leven in gezinsverband komt regelmatig ter sprake. Mede hierdoor ontkom je aan het idee dat Visser een ‘heilige’ zou (willen) zijn. Dat leven met randgroepen je eigen positie verandert moge blijken uit het volgende citaat: ‘Wat me opvalt is dat ik me een vreemdeling voel. Ik kom toch steeds verderaf te staan van de gemeente. Het is niet zozeer een theologische vervreemding als wel een maatschappelijke. De langdurige omgang met randgroepen heeft mij toch meer en meer in hun wereld ingelijfd, hoewel ik ook daar een vreemdeling blijf.’ – Drs. van der Grijn.

Hopen tegen beter weten in (1986)

Hopen tegen beter weten in (1986)

Visser is diakonaal predikant in Rotterdam-centrum. Hij en zijn medewerkers komen daardoor dagelijks in kontakt met mensen die zijn vastgelopen. Over deze ervaringen vertelt het boek. Deze vorm van kerkelijk werk wordt door Visser zeer konkreet beschreven: over de opzet van het diakonaal werk in de Pauluskerk; over de aandacht voor druggebruikers, seksualiteit, arbeid, krakers, moslims. Hoe in crisissituaties en grenssituaties mensen worden ontmoet, aangehoord en (zo goed mogelijk) geholpen – met veel respekt voor de ander, zonder vooringenomenheid, zonder pretentie. Een boek over zon enorme concentratie van menselijke problematiek loopt het risico een overgevoelige toon te krijgen. Het bewonderenswaardige nu is dat dit hier niet gebeurt. Visser biedt inspiratie en een nieuw perspektief op kerk-zijn in de wereld: in een boeiende stijl. – J.A. Eekhof

De andere kant van de medaille

De andere kant van de medaille

Pleidooi Hans Visser voor pedofilie is aanklacht tegen kerk
Van een onzer verslaggevers– 18 december 1998

ROTTERDAM – De samenleving moet pedofilie aanvaarden, vindt dominee Hans Visser, als de seksuele handelingen maar met wederzijds respect plaatsvinden. Visser meent dat pedoseksuele liefkozingen ethisch aanvaardbaar zijn. Penetratie wijst hij af.
Kerken zouden niet alleen de pedofiele medemens, maar ook zijn of haar seksuele geaardheid moeten accepteren, schrijft Visser van de Rotterdamse Pauluskerk in de bundel ‘De andere kant van de medaille’. Het boekje, waarvoor hij geen echte uitgever kon vinden, verschijnt vandaag. Visser – bekend door zijn eigen manier van opvang van drugsverslaafden – wil nu het taboe dat op pedofilie rust, doorbreken.
De hervormde predikant stelt dat niet elke pedofiele handeling gelijk staat aan seksueel misbruik van kinderen. Wederzijds masturberen is bij pubers (vanaf 12 jaar) ethisch acceptabel, als het gebeurt in een sfeer van ‘intimiteitsbeleving’ van beide kanten.
Een pedofiel gaat volgens Visser over de schreef als hij de integriteit van een kind aantast. Hij mag geen seksueel contact opdringen of misbruik van macht maken. Penetratie is uit den boze. Toch blijken er “seksuele contacten te bestaan die voor kinderen plezierig en waardevol kunnen zijn”. Uit onderzoek is volgens Visser bovendien gebleken dat kinderen “bij gematigde seksuele contacten een zeker plezier ervaren. Vooral als ze daarbij ook genegenheid ervaren”.
Gedragscode
Visser vindt dat er een gedragscode moet komen voor pedofielen. Daarin moet staan wat wel en niet mag. Bij kinderen tot 12 jaar dienen pedofielen zich terughoudend op te stellen, omdat er geen sprake is van gelijkwaardigheid. Knuffelen mag wel, meent Visser. De predikant zegt in de afgelopen jaren meer begrip te hebben gekregen voor volwassenen die een relatie met pubers aangaan.
Met zijn boek wil Visser de banvloek die pedofielen over zich uitgestort voelen, doorbreken. Het werkt volgens hem averechts om pedofielen te discrimineren, te stigmatiseren en af te wijzen, zoals nu vaak gebeurt. De pedofiel is erbij gebaat als de samenleving haar normen enigszins aanpast, “in de zin van een stuk noodzakelijke acceptatie”. De huidige reacties uit de samenleving noemt hij buitensporig hard. Ook worden er volgens hem onevenredig zware straffen opgelegd.
Aanvaarding van pedofielen betekent niet dat we alle gedragingen moeten goedkeuren, benadrukt Visser. Het houdt wel in dat we proberen onbegrepen intimiteiten te verstaan. Dominee Visser laat zich inspireren door een oud pamflet (1979) van de Protestantse stichting voor gezinsvorming (PVSG) en door de inmiddels overleden Ikon-pastor ds. A. Klamer die volgens Visser een pastorale hand uitstak naar pedofielen.
De PVSG en Klamer slaagden erin naar pedofielen te luisteren en met hen na te denken over wijze omgangsvormen. Het blijft volgens Visser in en in verdrietig dat de kerken deze werkwijze in onze tijd hebben opgegeven. Zijn bundel is vooral bedoeld als protest aan het adres van de hervormde en gereformeerde synodebesturen. Die lieten Visser in antwoord op zijn vragen weten de pedofiel als mens te respecteren, maar zijn geaardheid af te wijzen. Visser: “Hoe is het mogelijk om een mens te accepteren zonder zijn geaardheid?”
Pastorale aanvaarding van de pedofiel impliceert volgens Visser begrip voor zijn geaardheid. “Pastoraat betekent dat je mensen beschermt, dat je met ze in gesprek gaat, dat je luistert naar wat hen beweegt. Die bescherming houdt ook in dat je niet wegloopt, dat je je niet achter maatschappelijke vooroordelen verschuilt, want dan laat je de pedofiel in de steek.” Onbegrip leidt bij pedofielen niet zelden tot zelfdoding, weet Visser.
Schade
De predikant gaat terloops in op de schade die kinderen kunnen oplopen door seksuele contacten met volwassenen. Sommige kinderen houden er geen prettige herinnering aan over. Maar de schade kan ook worden “verdramatiseerd”. Visser is bang dat soms bepaalde schuldgevoelens worden opgedrongen.
Onder het kopje Misselijk houdt een anonieme pedofiel in de bundel een pleidooi voor een onderzoek naar de positieve kanten die een relatie van een volwassene en een kind kan hebben. De man heeft verschillende relaties met jongens achter de rug (11, 12 en 13 jaar), maar het kwam nooit tot seks. “Pedofiel word je niet, dat ben je”, meent hij.
Visser, die al eerder als pleitbezorger voor seksuele minderheden optrad, zegt niet bang te zijn voor een lawine aan negatieve reacties op zijn pleidooi. Hij verwacht geen tweede affaire-Van Drimmelen. De gereformeerde predikant ds. L. van Drimmelen pleitte begin dit jaar in Trouw voor acceptatie van pedofilie. Hij noemde zichzelf pedofiel, maar trok die bewering later in. De zaak leidde tot een ernstige crisis in het gereformeerde synodebestuur.

Bron:
Recensie in Trouw 18 december 1998

Perron 0

Perron 0

Dominee Visser schrijft fascinerend tijdsdocument over Rotterdamse drugsscene Perron Nul, kapotgegooide spiegel
Corrupte politie-agenten. Onderwereldfiguren die zich als bewaker lieten charteren en de vrouwelijke vrijwilligers vroegen te poseren voor naaktfoto’s. Vieze ouwe mannetjes die zich voor een geeltje door heroïne-hoertjes lieten pijpen…

HANS HORSTEN 16 maart 1996

Van onze verslaggever ROTTERDAM
Het is nauwelijks verwonderlijk dat dominee Hans Visser, schutspatroon van de zelfkant van Rotterdam, op een nacht in mei 1994 tijdens zijn zoveelste rondgang over Perron Nul verzuchtte: ‘Ik waan me in een aflevering van Miami Vice.’ Het Zwitserse Zürich heeft zijn Spritzpark. Rotterdam had zijn Perron Nul. Tussen maart 1987 en december 1994 hielden Visser en zijn vrijwilligers en hulpverleners bij het Centraal Station met veel moeite een open drugsscene in stand. In aanvang stond Perron Nul symbool voor de solidariteit van een grote stad met zijn meest kwestsbare randgroep. In een eigen wereldje in het centrum konden problematische drugsgebruikers even op adem komen en zich warmen aan wat menselijkheid. In de loop der jaren werd Perron Nul echter een steeds groter koekoeksjong in het Rotterdamse nest. Verloedering, zelfdodingen, doodslag en moord veroorzaakten zoveel turbulentie dat het wel slecht moest aflopen. En waar de dominee als een wanhopige vocht voor zijn geesteskind, vond het gezag het wel prima zo. Eigenlijk viel het doek al in 1993 toen burgemeester Peper en korpschef Hessing achter de schermen op de ontmanteling van Perron Nul aanstuurden om hun gemeente van deze anti-reclame te bevrijden. In zijn vrijdag verschenen boek Perron Nul, opgang en ondergang laat dominee Visser de gebeurtenissen uit die woelige jaren nog eens uitgebreid de revue passeren. Waar de Leidse onderzoeker prof. dr U. Rosenthal een half jaar terug de politieke en bestuurlijke besluitvorming rond Perron Nul tegen het licht hield, kiest Visser voor een chronologisch verhaal waarin niet de Coolsingel en het beleid centraal staan, maar de drugsverslaafden en hun medestanders. Dat levert een fascinerend tijdsdocument op, want de Rotterdamse geestelijke is een gedreven verteller die de zelfkritiek niet schuwt. Visser is eerlijk genoeg om toe te geven dat Perron Nul ook hem na enkele jaren als los zand door de vingers glipt. In de maanden mei en juni 1994 (de gemiddelde populatie van Perron Nul is dan in de loop der tijd uitgedijd van 75 tot vierhonderd à zeshonderd junks) constateert hij bitter: ‘Ik verlies de strijd met de groeiende verloedering. Sommige gebruikers blijven 24 uur op Perron Nul. De sfeer is om te snijden. Soms voel ik me een dompteur in een circus waar alle dieren losgebroken zijn en zich in de piste bevinden. Ik wil niet bezwijken voor dit onheil.’Visser komt er in het boek rond voor uit dat de vergroving van het dagelijks leven op Perron Nul ook zijn idealen over geloof, hoop en liefde aantastte. ‘Ik betrap me erop dat ik ’s nachts bij controle een stuk hout met me meedraag om deze of gene onder handen te nemen’, schrijft hij. Een paar dagen later speelt hij zelfs eigen rechter. ‘Ik koel mijn woede op een illegale Marokkaan die zich schuldig heeft gemaakt aan een laffe roofoverval en geef hem een pak slaag.’ Perron Nul en dominee Visser mogen lang op krediet van Rotterdam en zijn bevolking rekenen. Dat verandert als op Perron Nul doden vallen en het opvangproject criminelen en dubieuze dealers aantrekt. Visser staat steeds meer als een roepende in de woestijn met zijn verzoeken om hulp bij zijn strijd tegen de demonisering van de drugsgebruikers. In een gesprek met burgemeester Peper op 16 augustus 1994 legt hij uiteindelijk het moede hoofd in de schoot; het signaal waarop Peper jaren heeft gewacht. Opheffing van Perron Nul weet de burgemeester vervolgens vlot op de politieke agenda te krijgen. Als de bulldozers in december van dat jaar hun werk hebben gedaan, loopt dominee Visser nog een keer over het terrein van Perron Nul en mijmert: ‘Het echte leven van ruigheid, liefde, haat, lust en onlust werd hier geleefd. Deze plek hield ieder een spiegel voor: zo ben jij ook. Maar we hebben de spiegel kapot gegooid. ‘Bijna anderhalf jaar na dato kampt Rotterdam nog altijd met de naweeën. De populatie van Perron Nul is bij gebrek aan alternatieven over de oude wijken uitgewaaierd. Zelfs de arrestatiegolven in het kader van Operatie Victor doen hier niets aan af.En de charismatische dominee? Die roeit nog steeds tegen de stroom in met zijn pleidooi voor het vrijgeven van drugs en het reguleren van de handel in verdovende middelen. Want, zo schrijft hij: ‘We kunnen niet verachten de kleinen en de mensen die verloren zijn.

‘Hans Horsten Hans Visser: Perron Nul, opgang en ondergang. Uitgeverij Meijnema; € 21,50. ISBN 90 211 3638 4.

Bron:
Over Perron 0 in de Volkskrant