Daniël

Daniël

Het boek Daniël handelt over de ballingschap in Babel toen Nebucadnezar regeerde. Het boek zelf is echter omstreeks 170 voor Chr, geschreven toen Epifanes in Damascus de tempel in Jeruzalem liet ontwijden. Er wordt dan een forse aanslag gedaan op het geloof van Israel. Maar Daniel houdt de moed er in.Aan verhalen uit de ballingschap wordt troost en moed ontleend. De Chaldeeeen kunnen aan Nebucadnezar niet de droom uitleggen omdat deze weigert over de droominhoud te spreken. Chaldeeen zijn een groepering ten Westen van Babel die expert zijn in waarzeggerij en exorcisme. Daniel grijpt in en vraagt God om hulp. Hij vraagt de God van de hemel om barmhartigheid. Hij vraagt God de verborgenheid van de droom van Nebucadnezar te openbaren. De God van de hemel weet wat er is in de duisternis. Maar het Licht woont bij Hem. God begrenst het duister. In het duister vermoeden wij dingen die niet teruggaan op Gods goede schepping. God heeft licht van duister gescheiden. God zelf is het licht. Maar hij weet wat het duister is. In ons leven kennen we ook de duisternissen die niet tot Gods goedheid behoren: ellende, ziekte, oorlog. Ons leven wordt niet bepaald door het lot. Ons leven lijkt vaak een noodlot maar toch wordt ons leven niet geschreven in de sterren. Mensen hebben in hun wanen goden bedacht. Maar uiteindelijk bleek de God van Israël, de God van de hemel, een bondgenoot te zijn tegen het lot. Hij is en blijft het Licht. De God van Israël is over de aarde heengebogen zoals een moeder over haar kind.
In de droom van Nebucadnezar openbaren zich de verborgenheden van zijn hart. Hij bedreigt de Chaldeeen met de dood. Eigenlijk is hij bang dat zij hem onderuit zullen halen. Hij heeft gedroomd van een beeld met een gouden hoofd,borst en armen van zilver, een buik van koper, benen van ijzer en voeten van leem. Een steen verbrijzelt het beeld. Het beeld stelt de rijken voor van Babel, Perzië, Alexander de Grote en Het Romeinse Rijk. Maar dan blijkt dat de God van de hemel een koninkrijk opricht. Een koninkrijk tot in eeuwigheid. In het Nieuwe Testament wordt Jezus de grondlegger van dat Koninkrijk. Het Rijk vangt aan met Jezus. Maar het Rijk is van God./ Gods Rijk gaat niet ten onder. Liefde, goedheid, geweldloosheid blijken sterker. Wij bidden: uw Rijk kome, uw wil geschiede. Deze bede moeten wij waar maken. Daniel houdt aan God vast.God buigt zich over de aarde zoals een moeder over haar kind. Wat is dat Rijk van God? Het Rijk is waar God de dienst uitmaakt. Jezus gaf het startsein. Hij zag om naar zondaren en tollenaren. Hij vergaf de zonden. Hij beantwoordde kwaad met goed. Hij was solidair met de minsten. Het Rijk van God brak aan toen hij de boze geesten uitdreef. De toestand in onze wereld is soms precair en vreemd. Vluchtelingenstromen, bombardementen, aanslagen, Honger en dood terroriseren de wereld. Mensen worden angstig. Maar toch is er in de wereld liefde en gerechtigheid. Overal binnen en buiten de kerk zijn er plekken van barmhartigheid. Mensen voelen zich geroepen naar elkaar om te zien. Van Daniël kunnen we leren tot de God van de hemel te bidden. Bij Hem is het Licht dat ons kan helpen door het duister te gaan. Het kwaad wordt soms aan banden gelegd. Dood heeft niet het laatste woord. We mogen hopen en vertrouwen. Het noodlot regeert niet langer. Ik wens u allen de ervaring toe van God die zich over u buigt zoals een moeder over haar kind.

Reageren is niet mogelijk.