Kapitaal en ideologie | Thomas Piketty | deel 1

Kapitaal en ideologie | Thomas Piketty | deel 1

De toename van sociaaleconomische ongelijkheid die zich inde jaren 1980-1990 in de meeste landen en regio’s voordoet, behoort tot ’s werelds meest onrustbarende ontwikkelingen. De centrale vraag is: hoelang kan men de groei aan de top rechtvaardigen door te verwijzen naar de weldaden die de allerrijksten de rest van de samenleving bewijzen. Ideeën en ideologieën zijn belangrijk in de geschiedenis maar wanneer ze niet in de praktijk zijn gebracht hebben ze geen betekenis. In de jaren 2000-2020 beleven we weer een enorme inkomensongelijkheid vooral in de gebieden waar 40 a 50% van het nationaal inkomen toevalt aan de rijkste 10% en ongeveer 20% aan de rijkste 1%. De grote inkomensongelijkheid in de VS aan het begin van de 21e eeuw is gedeeltelijk het gevolg van een andere factor, nl de explosie van toch al torenhoge vergoedingen voor kaderpersoneel en ceo’s in verhouding tot de laagste inkomsten sinds de jaren 1980. Het aandeel van de rijkste 1% naderde in de jaren 2010 in de VS de 40%. In de periode 1950-1980, de gouden eeuw van de sociaaldemocratie was er aanzienlijk minder inkomensongelijkheid dan in andere periodes in de geschiedenis. Zweden is bij uitstek het land van de sociaaldemocratie. In de VS is nog nooit een algemene ziektekostenverzekering ingevoerd. Na 1952 worden grote ondernemingen verplicht om een derde van de zetels te  reserveren voor personeelsvertegenwoordigers. In Zweden bepaalt de wet van 1974, die in 1980 en 1987 is uitgebreid, dat een derde van de zetels in de raad van bestuur van alle bedrijven met meer dan 25 werknemers voor het personeel is gereserveerd.

Reageren is niet mogelijk.