Dialoog Rotterdam Lezing Burgerzaal Stadhuis

Dialoog Rotterdam Lezing Burgerzaal Stadhuis

Het beschavingsoffensief om van ons WIJ te maken is mislukt omdat ik graag ik wil blijven en jij graag jij wilt zijn…………………totdat ik en jij ontdekken dat we met lege handen tegenover elkaar staan en elkaar nodig hebben om verder te gaan. Lieve mensen, ik moet u teleurstellen. Het debat over integratie, de discussie over identiteit, de hunkering naar Rotterdam gevoel, dat doen wij allemaal zo rationeel. Onze wereld van emoties, driften, angsten, onzekerheden is toch van meer doorslaggevende betekenis. Er wordt gevraagd naar een nieuw WIJ. Maar we hebben geen gemeenschappelijke geschiedenis die ons verbindt. Affiniteit met de stad is er niet. Ons verlangen naar eenheid in identiteitsbeleving als Rotterdammer is een rationele moralisering die buitengewoon gevaarlijk is als beleidsinstrument van de overheid. De overheid kan geen maatschappelijke samenhang scheppen. De overheid kan geen cultuur voortbrengen. Wij zijn hier bijeen op de verkeerde plaats. We moeten de straat op en de pleinen bevolken. Dan wordt duidelijk dat er een ingrijpend conflict gaande is. Ik wil ik blijven en jij wilt jij blijven. Wij botsen op elkaar. De vreemdeling raakt op tilt door wat hem opgelegd wordt aan visie op het gezin, de bedoeling van arbeid, het nut van onderwijs. De oorspronkelijke bewoners van de stad voelen zich vreemdeling in hun eigen stad. Ze ontvluchten de stad en gaan in Berkel wonen om daar mijn Somalische vriend te ontmoeten die snel doorheeft dat hij als inwoner van Berkel niet welkom is. Vervreemding is het woord. Er geschieden in onze stad onomkeerbare veranderingen. De kampioen van onze integratiediscussie, Paul Scheffer, lanceert rationele argumenten. Hij wil niet horen van gedoogbeleid en cultuurrelativisme. Hij wordt geïnspireerd door negatieve stadsbeelden. Altijd gaat het weer om desintegratie, multicultureel drama, verval van cultuur. De parlementaire commissie dacht er toch ook goede dingen plaats vonden onder de mensen in de wijken werd weggehoond. Laten we eerlijk zijn. Het leven is onredelijk. We staan met lege handen tegenover elkaar. We hebben elkaar niets te zeggen en niets voor te schrijven. Ons leven wordt niet alleen door de rede geleid. Daar is in ons de wereld van gevoel, emotie, drift, daar zijn de ontoegankelijke wegen, daar is geloof in Allah=God, daar is godloosheid, daar is verlies van contact met jezelf. Daar is dood, onzekerheid en zorg. Daarom vlucht ik in eerwraak, homohaat, ik voel me slachtoffer, ik haar die kanker Hollanders die mij en mijn ouders de weg blokkeren. Maar zij die mij wegjagen zullen van de troon gestoten worden. Zij willen scoren in de politiek. Dan verschijn de overheid ten tonele die de boodschap verkondigt: ” Wij gaan elkaar bijschaven om tot een WIJ te geraken”. Dat is het WIJ van anderen. Niet mijn WIJbeleving. Het stadsburgerschap wordt een farce omdat ieder zich miskend voelt, inbegrepen en onveilig. Laten wij erkennen dat we met lege handen tegenover elkaar staan. Laten wij onze onmacht en ons onvermogen aanvaarden. Wij vragen elkaar wat onze beweegredenen zijn waarom we in deze stad zijn. Welke zijn de betekenissen die wij toekennen aan de toekomst van onze stad.?Wat is het solidaire gevoel dat ons samen kan binden? Als we kiezen voor het doel van samenzijn, in warmte en menselijkheid, dan ontdekken wij het waarachtige veiligheidsgevoel: ik heb de ander nodig die mij nodig heeft. Laten we wederzijds afhankelijk van elkaar willen zijn. We willen van deze stad iets moois maken. Laten we in vreemdheid het eigene zoeken dat ons bijeenhoudt. Identiteit is wat jou en mij uniek maakt. Ik wil niet langer een democratie die met de helft plus een uitmaakt wat goed is voor voor mij. Ik wil gehoord worden. Naar mij zal moeten worden geluisterd. Maar dat geldt ook voor de ander. Ik wil niet geconfronteerd worden met repressie,mariniers,task forces, interventieteams, camera’s etc. Ik wil vrij zijn. De godloze kan kiezen voor humaniteit. De zoeker van Allah=God weet dat openbaring een pijl is die het hart van de mens raakt. Dan komt er een mens-cultuur-en tijdgebonden proces op gang. Religie staat altijd aan verandering bloot. Die openbaring kan ons helpen homo’s te accepteren, wraakgevoelens te relativeren, ons individualisme te begrenzen ( niet alles moeten mogen en kunnen), vrouwen te waarderen op basis van gelijkwaardigheid(het gelijk van Hirsi Ali die alleen een verkeerde strategie en partij koos) etc. Met zijn allen vertegenwoordigen we patronen van cultuur en identiteit. Soms zijn deze toegankelijk, soms zijn ze onbegrijpelijk. Er zijn lange wegen van debat, dialoog en conflict te gaan. De overheid kan spelregels ontwerpen om het mozaïek van patronen bijeen te houden in een raamwerk. Kinderen zijn onze gemeenschappelijke toekomst. Voorrang aan de kansarme kinderen. Let op hun opvoedingsachterstand, taalachterstand, scholingskansen, werkmogelijkheden, hun gezondheid, hun financiën. Uiteraard zullen onze kinderen ook weer geconfronteerd met onmacht en onbegrip. Ze zullen van zich af leren bijten. Ze zullen knokken maar de overheid zal aan hun kant staan. Zij worden niet buitengesloten. Een politieman die in de wijk de kleur aanneemt van de omgeving en zijn instructies soepel en vrijzinnig hanteert zal bondgenoot worden van de kut Marokkaan en de rot Antilliaan. We trotseren de storm op de Erasmusbrug. Ons wacht de uitdaging aan de andere kant. We gaan er tegen aan en houden de voeten op de grond. We kijken omhoog naar de pyloon van de brug. Deze symboliseert onze hoop en ons vertrouwen in elkaar ondanks alles.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.