Het oerboek van de mens

Het oerboek van de mens

Religiositeit behoort tot de standaarduitrusting van de mens. De auteurs Carel van Schaik en Kai Michel zijn agnost maar zeer gefascineerd door de verhalen uit het Oude en Nieuwe Testament. Het gaat in de bijbel om de homo sapiens. Opgravingen laten zien dat geweld onder mensen een alledaags verschijnsel werd, dat mensen kleiner werden,vaak honger leden en jonger. De auteurs maken onderscheid tussen de biologische en culturele kant van religie. Volgens de auteurs brengt de ene, enige, unieke God die beeldloos is de mens in geloofsnood.De culturele evolutie maakt dat mensen niet alleen in staat zijn uitvindingen te doen en combineert ze met andere inventies. De biologische evolutie leidt er toe dat de mens zowel fysiek als psychisch in onze leefomgeving past.

In het boek De wijsheid van Jezus Sirach maar ook in de brieven van Paulus wordt gesteld dat de vrouw(EVA) als eerste zondigde waardoor wij allen sterven. De auteurs menen dat de bijbel gelezen moet worden als een reactie op de radicale gedragsverandering van de mens.De mens moet het hoofd bieden aan problemen die voortkwamen uit het nieuwe leven op vaste woonplekken.

De rampen beschreven in het boek Genesis vertonen God als master of disaster.
De auteurs prefereren de cultuur van de jagers.Zij begrepen elkaar blindelings en brachten een grote buit naar huis. De op bezit berustende samenleving van Kain en Abel bracht concurrentie, ongelijkheid, geweld in de wereld. De auteurs vinden dat de jagers cultuur het altruïstische gedrag bevordert, ik help mijn familie, voor wat hoort wat, wederkerigheid. Er zit in de bijbel een tegenstelling tussen God als geweldenaar en God als barmhartige vader.

Religie is bepaald geen tijdsonafhankelijke, onveranderlijke entiteit. De individuele beleving van religie verschilt van mens tot mens Religie is een het resultaat van een institutionaliseerd proces. God groeide uit tot een hemelse tuchtmeester om onze dierlijke driften in toom te houden. De straffende God is een product van culturele evolutie. Goden duiken op in het verlengde van de landbouwrevolutie. Als de prooidieren zijn verdwenen moeten de mensen vechten om te overleven. Droogte en natuurrampen troffen de mensen hard omdat ze niet meer verder konden trekken. De oude sociale structuren stortten in, de nieuwe leiden tot concurrentie en geweld. Er komen meer infectieziekten. De mensen hadden nog geen ervaring met ziekten. Ze stapelden afval op afval en hun uitwerpselen besmetten het drinkwater. Mensen wisten nog niet van virussen, bacteriën. De daders van de ellende waren de geesten. De geesten werden goden. Er komen priesters die de toorn van goden moeten sussen. God wordt berekenbaar. Hij verbindt zich aan een verdrag (het verhaal van Noach). Mozes introduceert deze God die Israël uit Egypte bevrijdt. Eerst was er onbeperkte bloedwraak. Later werd dat oog om oog en tand om tand. De woorden: heb je naaste lief als jezelf is het hart van de Thora. In de brandende doornstruik openbaart God Zijn Naam: ik zal er voor u zijn. God bleek transcendent. Hij was niet van deze wereld. Hij was onzichtbaar en woonde in de hemel.. De monotheïstische God is een intellektueel meesterwerk. De mensen waren echter vertrouwd met godenbeeldjes om zwanger te worden, om kinderen te baren en melk te produceren. Volgens de auteurs ontbreekt het de monotheïstische God aan vanzelfsprekendheid. Hij is abstract en uit de wereld weggerukt. Directe communicatie met God is nagenoeg onmogelijk. De Thora is een gebruiksaanwijzing voor goed gedrag. Ze wil armoede en geweld, pijn en ziekte voorkomen. Zwakken moeten beschermd worden. Gerechtigheid wordt een goddelijke aangelegenheid. God staat niet aan de kant van de machthebbers. Niet de koningen maar de profeten zijn de sterren van de Hebreeuwse bijbel. De profeten propageren een God die voor zich zelf en de mensen gerechtigheid eist en daartoe zelfs de ondergang van hun staat voor lief neemt. God ziet niet af van geweld. Later in de bijbel ontwikkelt God zich tot een universele God die zich in heel de schepping toont.Mensen spreken met God en leggen Hem hun klachten voor. Jezus zal later psalm 22 citeren: God waarom heb je mij verlaten??

De auteurs maken een verschil tussen de God van vroeger en de God die bescherming biedt en angst verdrijft. Zij ontkennen de medische en pastorale competenties van God. De auteurs ontwikkelen een tegenstelling tussen de God van de Thora en de barmhartige God in de psalmen.

De auteurs zien in Jezus een schoolvoorbeeld van cumulatieve evolutie. Jezus vertelt het verhaal van de verloren zoon.Zijn verzoening is bij uitstek jagersmoraal.

Het bovengenoemde boek vertelt uiterst boeiende dingen over de homo sapiens. Soms doet het recht aan de bijbel. Maar de theologen die de auteurs citeren leiden hen vaak op dwaalsporen. Er worden tegenstellingen gesuggereerd. Maar in de bijbel zit ook ontwikkeling. Jahwe vecht eerst met de afgoden.Een onverbiddelijke strijd. Grote profeten als Jesaja en Jeremia ontwikkelen een godsbeeld dat ons vertrouwder voorkomt. Zij leggen de basis voor het Jahweisme dat uitloopt op God in Jezus. Geweld verdwijnt achter de horizon. Jezus roept de vijanden lief te hebben. Jezus is de lijdende knecht des Heren uit Jesaja. De God van Jezus ontmoeten we ook bij Abraham, Mozes, David. Gods gerechtigheid is alom aanwezig. Natuurlijk gaat God met Zijn tijd mee. Wij herkennen Gods barmhartigheid ook in andere wereldreligies (Islam, Hindoeïsme, denk aan Ghandi) en in het humanisme. God is de grond onder onze voeten. Hij stuwt zijn medeschepper, de mens naar de toekomst van deze wereld.

Reageren is niet mogelijk.