In memoriam Sammy Ibrahim

In memoriam Sammy Ibrahim

Een van de mensen die de SOS altijd steunde was Sammy Ibrahim. Hij was van komaf Eritreeer. Ik kende hem meer dan 30 jaar. Hij was een zeldzaam aardige jongen. Politie mensen zeiden tegen mij: jammer dat hij verslaafd is aan de coke maar hij is niet crimineel. Een keer bezochten wij de Efteling. Hij viel in slaap en verscheen niet in de bus voor de terugtocht. ‘s Avonds arriveerde hij per trein in Rotterdam. De politie hield hem aan maar stuurde hem naar de Pauluskerk. Sammy was heel sociaal. Hij behoorde tot een klein groepje dat nog sliep in de Pauluskerk voordat deze afgebroken werd in 2007. Met de gezondheid ging het minder goed. Zijn longen raakten verrookt. Hij kreeg gebrek aan adem en kwam 11 jaar geleden terecht in de opvang van het Leger des Heils. Daar werd hij vele jaren verzorgd. Maar het ging langzaam maar zeker achteruit.  Hij kwam aan de zuurstofmachines. In het begin kon hij nog naar buiten maar de laatste jaren was hij bed gebonden. Ik heb hem regelmatig bezocht. Hij was spraakzaam en meelevend. Hij schikte zich in de situatie. Hij verloor niet zijn goede stemming. Hij onderhield telefonisch contact met zijn familie in Eritreea. Daarvoor was hij dankbaar. Vanuit zijn bed keek hij uit op de Schie. Er waren nog een paar mensen uit de kerk en de NAS die hem opzochten: Maria, George, Henk. Ik ben dankbaar dat ik hem mocht leren kennen. Zo’n vriendelijke, eerlijke en hartelijke jongen. Het laatste jaar ging hij hard achteruit. Dat vond hij vervelend want dan kon hij jou niet meer trakteren. Ik zal hem missen. Woensdag gaan we hem begraven en nemen voorgoed afscheid. Ik ben blij hem te hebben gekend. Ik geloof dat God zich over hem ontfermt.

Reageren is niet mogelijk.