Op verzoek van hare majesteit (deel 1)

Op verzoek van hare majesteit (deel 1)

In Dachau droeg hij een strofe op van Geerten Gossaerts:
Wijs is, wie zonder wederstreven
Gelaten zijn geluk ontzegt
Want wat het leven heeft gegeven
Ontneemt het naar zijn heilig recht
>Maar werwaarts het Lot te morgen
Ver in de wereld,dringt en drijft:
Al wat aan Liefde is geborgen
in s harten schatvertrek: dat blijft

Ed Hoornik beschreef zijn ontmoeting met Becknan (want Over Wiardi Beckman handelt dit boek) : Hij stond in de lange rij gevangenen, het etenspannetje onder de arm, ik kwam juist van de bibliotheek waar ik een roman van Mauriac had gehaald. Een minuut na onze vreugde volle kennismaking voerden we terwijl we in de overvolle slaapzaal, staande tussen de bedden, onze soep aten, een gesprek over den Fransen schrijver. De communist ROST raakte ontroerd door het gedicht dat Beckman voor zijn dochter Suze schreef en hem het liet lezen:
Mijn kind, zullen wij ooit nog verzen lezen
Je groeide allemver was je vader
Het zal iets goeds, innigs prachtigs wezen
Dat ik, ontroering mannend, voor je zeg
En als ik niet meer bij je terug mag keren
Dan heb je, kind, de verzen in je bloed
Het schoone woord, dat pijn noch dwang kan deeren
Dat soms mij troost, te vaak nog snikken doet

Reageren is niet mogelijk.