Sjema Israel

Sjema Israel

Een humaan Godsbeeld treffen we aan in de bijbel. Gods kiest voor mensen. Talrijke goden zijn ten onder gegaan. Doch die Ene God bleef van zich spreken. Mozes ontmoette God in de brandende braamstruik. Hij vraagt naar Gods Naam. Die betekent: ik zal er voor u zijn. God is bondgenoot van mensen. God kiest er voor bij de mensen te zijn. God is een humane God. Deze Gods is Bevrijder en Schepper.
God oordeelt dat het scheppingswerk goed is. Zo wil God begrepen worden. Hij doet wat goed is. Natuurlijk de schepping wordt geplaagd door rampen. Maar God blijft omzien naar zijn mensen. God reikt de helpende hand. Ook de vreemdeling is God tot zorg. De humane God ziet om naar de mens in benauwdheid. Hij redt hem daaruit. Niet altijd zoals wij willen. Je lijdt aan Altzheimer. Daarvan kun je niet genezen. De komst van ziekten en rampen is niet tegen te houden. Wat heeft God daarmee te maken. De bijbel sluit daar niet de ogen voor. Het humane van God uit zich in betrokkenheid bij de mens. Een moeder troost haar kind, zo zal God mensen troosten. God spreekt met de mensen. Dat altijd in overeenstemming met wat wij aankunnen en accepteren. God voelt met ons mee. Zo hoopt God dat wij mensen elkaar aanvoelen. God schept niet alleen licht maar ook duisternis. Hij bewerkt heil maat sticht ook onheil. God speelt niet altijd mooi weer. In het donker kan hij ook present zijn. God prefereert het licht maar toch aan duisternis valt niet te ontkomen.
Er verbleven joden in Keulen tijdens  de wereldoorlog. Zij schreven: ik geloof in de zon ook als deze niet schijnt. Ik geloof in liefde ook als ik de liefde niet voel. Ik geloof in God ook als Hij zwijgt. In het getto van Warschau schreef een jood in zijn laatsate dagen een dagboek. Hij verstopte het in een kruikje. Zijn huis wordt beschoten door de Duitsers. Vele makkers van hem komen om het leven. Hij schrijft voordat hij getroffen wordt. Op het moment van zijn sterven besluit hij met de woorden: SJEMA Israel, hoor Israel, De Eeuwige is Een God is uniek, enig in zijn soort. In uw hand leg ik mijn ziel. Hij sterft. Ook in de gaskamers spraken velen het SJEMA uit. God laat ons niet alleen. Alle sterven is rampzalig. De mens is dood. Maar God heeft in het hart van zijn mensen Zijn Wet geschreven. Gods Geest is ons nabij. Vruchten van de Geest zijn: liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid en goedheid. God spreekt met Adam, Noach en Abraham. Hij beschouwt de mens als gesprekspartner. God discussieert met Abraham over de ondergang van Sodom en Gomorra. In Psalm 8 is de mens bijna goddelijk gemaakt. Het lijkt wel of er vonken van God in ons mensen zijn. Het heil is in Chritus. Het geloof is gave en werk van de Geest. Zonder Jezus Christus en Zijn werk is er geen uitstorting en inwoning van de Geest. De Geest is uit de Vader en de Zoon. In de Logos als person zijn goddelijke en menselijke natuur verenigd. In de Geest ben ik mijzelf. Ik ben bestemd om woonstede van God in de Geest te zijn. De mens moet Israel worden. strijder met God. De Geest wordt menselijk in zijn werk maar de Geest wordt geen mens. De Geest woont bij ons in. De Geest wil volledig menselijke gestalte krijgen. Het wezen van geloof bestaat dan in zelfbeaming, aanvaarding van de wereld, geestdrift voor het zijn. God getuigt tot onze geest maar hij getuigt ook met onze geest. Gods Geest woont bij ons in. De Geest woont ook in volkeren en cultruren. Door de Geest ga ik alle dingen met God mee weten, willen en doen.
In Handelingen 17 zwerft Pauluis door Athene. Hij ontwaart de vele griekse goden. Maar hij stuit ook op een altaar voor de onbekende God. Dat wordt nu het uitgangspunt voor Pauluis prediking op de Areopagus. Deze onbekende God is de God van Israel en Jezus Christus. Deze God woont niet in en tempel en laat zich niet door mensenhanden dienen. In deze God leven, bewegen en zijn wij. Zo ontwaren wij de Enige God. Een beeld valt niet te maken van Hem. We kennen slechts zijn Naam/SJAMA Israel, hoor Israel. God is uniek en enig in zijn soort.

Reageren is niet mogelijk.