Welke God eigenlijk?

Welke God eigenlijk?

Over welke God hebben we het eigenlijk? De God die zonden vergeeft. De God die wil dat mensen rechtvaardig handelen. De God die oorlog voert.. Er is in de geschiedenis veel nagedacht over het OPPERWEZEN. In de Ontdekking van de hemel beschrijft Harry Mulisch God als de chef in de hemel. Deze beschikt over leven en dood. Maar deze bizarre God verwijs ik naar zijn eigen hiernamaals .Ik wil met hem niets van doen te hebben. De wereld is is volgens Mulisch een reusachtige door mensen geimproviseerde chaos waar het noodlot telkens toeslaat. Volgens hem is het leven gelijk aan het weer dat elk ogenblik kan omslaan. Met deze chef in de hemel wil ik niets te maken hebben. Deze God is een voortbrengsel van onze geest. Maar de joodse God werpt een ander licht op de chef in de hemel. Hij draagt een NAAM die vertelt hoe deze God zich gedraagt. Zijn NAAM luidt”Ik zal er voor u zijn “. Hij ziet in de mens geen bedreiging en is BONDGENOOT tegen het lot dat telkens toeslaat. Hij beschouwt de mens als medeschepper,sluit een contract met hem en geeft de tien geboden als spelregels om te overleven. “Zie om naar de minste en doe gerechtigheid.”. De bondgenoot walgt van religieuze cultus. Volgens Jesaja 1 haat hij offers en feesten. Hij roept op recht te doen aan weduwe en wees,om het geweld in toom te houden.C orruptie en omkoperij worden afgewezen. Het gaat om eerlijke rechtspraak . Geen geknoei. De filosoof Slavoy Zizek hekelt de manier waarop mensenrechten gehanteerd worden.. De staten die dat voorstaan wikkelen zich in oorlogen in Irak en Afganistan om de mensenrechten te herstellen. Maar dan worden die mensenrechten vreselijk geschonden. Zizek wijst op de schaamteloze behandeling van arme rechteloze vluchtelingen. Hij hekelt de bizarre rijkdommen van sommige mensen
Jezus verlangt geen offers maar barmhartigheid.
Opnieuw stellen we de vraag: om welke God gaat het toch? We staan stil bij het boekje DE GROTE ZAAL van Jacoba van der Velde dat verschenen is ter gelegenheid van NEDERLAND LEEST. Het boekje gaat over een oudere dame die na een beroerte wordt opgenomen in een verzorgingshuis en over haar dochter Helena ,die met haar man in Parijs woont. Het boekje dateert uit 1953 maar is zeer up to date. Het beschrijft de verwarring waarin een mens kan terecht komen,de gevoelens van eenzaamheid en de angst voor de dood. Het boek vertelt boeiend over de relaties tussen de vrouwen die bij haar op zaal verkeren. Er zijn opmerkbare zinnen in het boek; “HET HEEFT ALLEMAAL GEEN ZIN, WE VECHTEN, WE HATEN EN WE HEBBEN LIEF EN HET ENIGE WAT WE TENSLOTTE BEREIKEN IS DE DOOD”.
De dochter Helena heeft zich onafhankelijk ontwikkeld. Ze bemint haar moeder maar wil niet afhankelijk zijn.Zij heeft duidelijkheid geschapen. Zij wil niet dat zij en haar moeder zich blind staren op elkaar.

Zij stelt het scherp:”Zoek een doel in je leven maar zoek het niet in mij”. Hard maar toch waar. Moeder vindt het jammer dat zij niet gelijktijdig met haar man is overleden. Ze had een dierbare relatie met hem. Jacoba van der Velde was bevriend met Samuel Becket.Ze heeft zijn werken vertaald. In haar geloof is ze beinvloed door het ontnuchterende denken van Becket over God. Jacoba vraagt zich af:”Jezus wordt gekruizigd,gaat dood,God doet geen bal. Wat heb ik allemaal te verwachten als God alles kan maar niets doet”. Op nieuw de chef in de hemel die over alles beschikt,die oppermachtige Goochelaar die alles kan.
De vrouw is haar huis kwijt. Het verblijf in het tehuis is onherroepelijk. Ze heeft intens verdriet. Alle gevoelens zijn dood behalve de wanhoop:ik ben een vrouw alleen. Triest. Niemand wacht meer haar. Zij hoeft ook niet op iemand te wachten. herinner mij een vrouw die ik tot haar dood bezocht. Ze verloor haar vriendin en zei tegen mij:”Nu roept niemand meer mij bij mijn naam”. De vrouw mist de liefde van mensen die haar begrijpen. Zij komt te sterven. e vecht vergeefs tegen de zwakte. Het heeft geen zin meer. Ze ligt in bed. De pijn is heftig. Ze is radeloos. Ze wil niet sterven. Zij zou het ondoordringbare willen doordringen. “Waar ga ik naartoe?Is er een hemel,is er een hel?Ik ben in een zwarte tunnel waar ik niet het einde zie. Wat zal daar zijn. Ik ben bang. Is er dan niets wat me kan helpen. Ik ben alleen. Geen mens kan nog iets voor me doen,God,help me. Laat mij niet dwalen in het duister”. Zij sterft.

Becket laat twee mannen wachten op GODOT die maar niet komt. Becket wil alleen nog de zee horen. Woorden zijn leeg. Het leven is een lange verwarde emotie.
De bondgenoot is een spelbreker die ons dwarsboomt.Hij schudt ons wakker en roept ons tot de orde. Ik zal er voor jou zijn maar nu aan de slag in mijn schepping: let op het klimaat,waak over het milieu,sticht vrede ,let op de hongerigen,doe recht. In het uur van onze dood zal God ons aflossen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.