De theologie van de revolutie

De theologie van de revolutie

In leven en werk was de Theologie van de Revolutie een warme inspiratiebron. We keren terug naar de zestigerjaren van de vorige eeuw. De Wereldraad van Kerken lanceerde in de jaren van 1965-1968 bijeenkomsten waar de theologie van de Revolutie werd uitgedragen. Naast de legendarische Che Guevara (Cubaanse revolutionair die revolutie wilde exporteren naar andere landen in Afrika en Zuid Amerika en in 1967 om het leven kwam) speelde de Colombiaanse priester Camilo Torres een gewichtige rol. Hij trad toe tot een guerrillabeweging in 1965. In 1966 werd hij vermoord. Na lange overwegingen kwam hij tot het inzicht dat revolutie onvermijdelijk is als daad om naastenliefde te verwezenlijken. Naastenliefde mag niet doven in passiviteit als onrechtvaardige structuren mensen onderdrukken. Christenen leren de mens als ondeelbaar geheel te aanvaarden. Lichaam en ziel, geest en natuur, menselijke factoren en sociaal economische factoren, horen bij elkaar. Torres besefte dat het onmogelijk was christen te zijn zonder zich te verdiepen in de problemen van materiële ellende. Winsten en investeringen moeten onder controle komen van de overheid. De staat moet kunnen ingrijpen in de productiemiddelen. Torres werd geïnspireerd door zijn geloof in het Koninkrijk van God. Hij achtte zich geroepen dat Koninkrijk van God in zijn eigen tijd te stichten en uit te breiden. Koninkrijk van God is de door God gewenste werkelijkheid die gekenmerkt wordt door vrede, gerechtigheid, vrijheid en betrouwbaarheid. Jezus is daarvan de demonstratie. Torres worstelde met de vraag hoe dat Koninkrijk gerealiseerd kon worden. Hij stelde vast dat geweld onvermijdelijk zou zijn. Torres hing communistische ideeën aan. Banken, verzekeringsmaatschappijen, ziekenhuizen, klinieken, fabrieken, grossiers van medicijnen, openbaar vervoer, radio en TV, exploitatie van natuurlijke rijkdommen moeten eigendom van de staat worden. Torres ergerde zich aan de kapitalistische kliek die met steun van de kerk het volk onderdrukte Torres wilde dat liefde werkzaam gemaakt werd als middel van techniek en wetenschap Hij raakte overtuigd van de noodzaak van revolutie om de hongerige te voeden, dorstige van water te voorzien, naakten kleding te geven. Torres gaf een eigentijdse uitleg aan het begrip Koninkrijk van God.

Wat betekende Torres voor ons?

Torres werd vermoord toen ik met mijn werk begon. In Leek en Marum werkte ik als functionaris ten behoeve van werk onder jongeren in het Zuid Westerkwartier van de provincie Groningen. De theologie die ik hanteerde had een hoog politiek karakter. Dat impliceerde conflicten met de kerk en samenleving. Er waren gelukkig altijd autoriteiten zoals de burgemeester van Leek J. Zwart die mij de ruimte gunde. Ook mobiliseerde ik jongeren tegen de oorlog in Vietnam. Johnson moordenaar prijkte op mijn raam. Ik werd door de politie ontboden wegens belediging van een staatshoofd. Samen met jongeren demonstreerden we tegen NAVO en WARSCHAUPACT. Ik bewonderde de jongeren uit de dorpen die scherp gevolgd werden door hun dorpsgenoten. Ze hadden durf. We propageerden de verkoop van rietsuiker om de ontwikkelingslanden te steunen. We gingen tekeer tegen de bietsuiker die elders in de provincie Groningen geproduceerd werd, We gingen het conflict aan met winkeliers die weigerden rietsuiker te verkopen. Tot ongenoegen van autoriteiten en bestuurders steunden we jongeren op scholen in hun gevecht om meer democratie. We maakten propaganda voor het weigeren van militaire dienst. Ik voelde me verwant met Torres. Ik besefte dat ik het voorrecht genoot in een democratische rechtsstaat te leven. Van Torres leerde ik om het begrip Koninkrijk eigentijds te vertalen. Gerechtigheid, vrijheid en opkomen voor de zwakken probeerde ik te koppelen aan personen, gebeurtenissen en beleid in onze eigen tijd. Ik leerde dat naastenliefde moest uitmonden in verzet Van mijn leermeester Hans Hoekendijk leerde ik dat de kerk alleen kan functioneren in de situatie van het ogenblik. Gods toekomst moet gestalte krijgen in onze tijd. De gelovigen zijn altijd onderweg. Ze zijn nog niet aangekomen De kerk dient een theo- politieke gebeurtenis van bevrijding te zijn. Wanneer Jezus nog niet is gearriveerd vindt er geen bevrijding tot menselijke waardigheid plaats. Hoekendijk leerde ons dat Jezus niet alleen present is in brood en wijn (eucharistie en avondmaal) maar ook in de hongerige, dorstige en gevangene.

Theologie mikt op bevrijding

Van Gustavo Guetiérrez hebben we geleerd dat kennen van God(een bondgenootschappelijk relatie)inhoudt dat gerechtigheid geschiedt(recht doen aan armen en verdrukten)Wie niet zich verzet tegen onrechtvaardigheid verwerpt eigenlijk God. De spiritualiteit van bevrijding moet gericht zijn op de bekering tot  de naaste,tot de onderdrukte,tot,de uitgebuite  sociale klasse, tot het geminachte ras,het  overheerste land.. Zich bekeren betekent zich welbewust en concreet engageren in het proces van uitgebuite mensen. Edelmoedigheid is niet voldoende. Je moet leren de situatie te analyseren en een strategie te ontwikkelen voor het handelen
In de Theologie van de Revolutie worden we herinnerd aan de lofzang van Maria na de aankondiging van zijn geboorte. Het Magnificat luidt: “Hij heeft machtigen van de troon gestort en eenvoudige verhoogd. Hongerige heeft hij met goederen vervuld en rijken heeft hij ledig weggezonden”. Deze woorden getuigen van een ongekende radicaliteit van Het Koninkrijk van God (de door God gewenste werkelijkheid) dat in Jezus onder ons is gekomen. Wat ons ten slotte te wachten staat (de eschatologie) is onze drijfkracht. We handelen in de huidige actualiteit en sluiten aan op de urgentie. Ernst Bloch wordt vaak als getuige opgeroepen. De mens is degene die hoopt,
die zijn toekomst droomt, maar het gaat hier om een actieve hoop, een hoop die de bestaande orde omkeert. De hoop is een dagdroom die zich projecteert in de toekomst. Hoop is het nog niet-bewuste, de psychische voorstelling van het nog niet zijn, de Hoop doet zich kennen als de sleutel van de menselijke existentie, die zich via de transformatie van het heden op de toekomst richt. Moltmann heeft zich aan gesloten bij Bloch. De huidige orde, het zijnde wordt ten diepste uitgedaagd door de belofte dankzij de hoop op de verrezen Christus. Voor Moltmann is de transcendente hoop die maakt dat de mens de smart van het heden leert kennen. De gebeurtenis van de belofte is dus het begin van de kritiek op al het zijnde. Dood en opstanding van Jezus zijn onze toekomst omdat ze ook ons heden zijn, vol gevaren en hoop. Wie kiest voor het Rijk van God kiest voor de wereld. De christenheid heeft de mensheid niet te dienen opdat deze wereld blijft wat zij is maar opdat zij zich verandert en wordt wat haar belofte is. Hoop wordt als gave aanvaard, Deze aanvaarding betekend NEEN zeggen tegen het onrecht, protesteren tegen de vertrapping van mensenrechten. Ook Metz speelt een belangrijke rol. Politieke theologie leeft uit de hoop dat de kerk door de uitoefening van haar maatschappijkritische functie tot een nieuw zelfbewustzijn zal komen Het Koninkrijk van God is het einde van alle overheersing van de ene mens over de andere. Paus Johannes XXIII was een groot inspirator. Volgens hem dient de kerk voor de ontwikkelingslanden zich aan zoals ze is en zoals ze wil zijn als de kerk van alleen inzonderheid als de kerk van armen. Armoede is niet acceptabel. Het is een onwaardige staat die afbreuk doet aan de menselijke waardigheid. Armoede is onverenigbaar met de komst van het Rijk van God, een Rijk van liefde en gerechtigheid.

Inspiratie gaat voort

De inspiratie die ik tijdens mijn Groningse jaren ondervond groeide verder uit tijdens mijn verblijf in Indonesië gedurende de zeventiger jaren. Ons besluit om naar Indonesië te gaan werd ingegeven door de wil om mee te werken aan de vermindering van armoede. Het gebied waar ik verbleef( Centraal Sulawesi) behoorde tot de armste gebieden van de archipel. We werden geconfronteerd met grootschalige corruptie, gebrek aan vrije pers, militair machtsmisbruik, het doordrukken van overheidsbeleid in de verkiezingen. Martelingen van mensen die van communisme werden beschuldigd. Manipulatief handelen door ambtenaren en handelaren om  boeren te verleiden tot het kappen van ebbenhout, het gedrag van handelaren die voor de oogst reeds de rijst voor voordelige prijzen voor hen zelf opkochten van boeren. Ik heb getracht in deze situaties theologie te bedrijven. Ik tekende verzet aan en probeerde bondgenoten te werven, hield kritische discussies en opperde in lezingen andere uitwegen. Dat bracht allerlei kleinere en grotere conflicten met zich mee in de relatie met ambtenaren, militairen, rijken. Ik probeerde gelijktijdig in mijn strijd ook steun te verwerven onder ambtenaren en militairen. Daar kreeg ik steun die mij goed te pas kwam indien andere ambtenaren en militairen mij ten val wilden brengen. Ik heb getracht mij zoveel mogelijk te solidariseren met de mensen en maakte nauwkeurig studie van de situatie. Voor mijn strategie koerste ik soms op eigen kompas maar vaak in overleg met anderen van wie ik steun verwachtte. Ik ontdekte ook dat armoede niet altijd herleidbaar is tot klassenstrijd. Soms wortelt armoede in culturele verhoudingen. Familieverhoudingen zijn vaak doorslaggevend. Men wordt geacht elkaar te steunen ook in financiële problemen. Daarbij treedt misbruik op. Mensen trekken elkaar financieel naar beneden. De mensenrechtensituatie was tijdens het bewind van Suharto niet optimaal. Ik heb de grenzen verkend en heb standpunten ingenomen. De conflicten met tegenstanders waren heftig. Ten slotte moest ik mij verantwoorden bij de generaal van de Merdeka divisie waaronder Centraal Sulawesi viel. De generaal prees mijn openhartigheid maar zette wel uiteen dat ik hier en daar grenzen overschreed. Maar wie hard werkt maakt fouten. Hij wilde mij niet wegsturen maar gaf de kerk adviezen over de voortzetting van mijn werk. Toen een andere bevriende generaal, die ook Gouverneur was van de provincie werd overgeplaatst, verviel mijn steun en toeverlaat en sloegen mijn vijanden genadeloos toe. Ik moest na 8 jaar Indonesië verlaten als ongewenst persoon die zich schuldig had gemaakt aan subversieve activiteiten. Ik prijs mijn collega’s die achter mij bleven staan.

Marxisme

Uiteindelijk heb ik getracht om het communisme goed te verstaan. Ik koesterde sympathieën omdat sommige communistische ideeën strookten met mijn christelijke ideeën over het Rijk van God. Ik was minder enthousiast over de stalinistische uitwassen en gewelddadigheid van de bende van vier tijdens de culturele revolutie onder Mao. Kliekvorming, corruptie in eigen kring, ondemocratisch handelen, gebruik van geweld en de onderdrukking stonden mij tegen. Het kapitalisme verkreeg een meer menselijk gezicht maar werd niet in zijn grondslagen aangetast
Gorbatsjov. (Rusland) en Deng (China ) deden knappe pogingen tot restauratie en hervorming. Gorbatsjov overleefde zijn reformatie niet. Zijn land zakte uiteindelijk weg in een banaal kapitalisme. Deng overleefde omdat hij de economische hervormingen, die riekten naar vrije markt en kapitalisme hield binnen de perken van het communisme. Hij overleefde.
Als middelbaar scholier lazen we het Communistisch Manifest. Twee groepen worden onderscheiden. De bourgeoisie bestaat uit de klasse van kapitalisten die bezitters zijn van de productiemiddelen. De proletariërs zijn de loonarbeiders die hun arbeidskracht moeten verkopen. De kapitalisten hebben de wereldmarkt tot leven geroepen. De behoefte aan steeds uitgebreidere afzet voor haar producten jaagt de bourgeoisie in haar gewetenloze handelsvrijheid over de gehele aardbol. De communisten bepleiten de opheffing van het private eigendom. Het kapitaal is een maatschappelijke macht. Gewelddadige omverwerping van de maatschappelijke orde is geboden. De proletariërs hebben niets te verliezen dan hun ketenen. Zij hebben een wereld te winnen. Marx roept de proletariërs van alle landen op zich te verenigen. In het Westen is waarneembaar dat het socialisme als situatievariante gestalte van het communisme de onmenselijke macht van het kapitaal terugdringt en probeert tot een acceptabel vergelijk te geraken. Later heeft Adam Schaf gezegd dat het humanisme dat de mens als hoogste goed beschouwt voorwaarde schept om menselijk geluk te garanderen. De mens is de autonome smid van zijn lot. Het marxistische humanisme keert zich tegen alle verhoudingen die de mens vernederen. De mens moet zich zelf bevrijden Zij die uit naam van het privébelang het geluk van de mens in de weg staan moeten uit de weg geruimd worden.

Blootstaan aan verandering

In de jaren zestig leerde ik mijn medeauteur Reinder Hovinga kennen. Hij was afkomstig uit een klassiek communistisch milieu. Ik voelde me direct verwant met Reinder en zijn vader. We droegen een gemeenschappelijke inspiratie uit tot het organiseren van politieke acties. De Theologie van de Revolutie was een betrouwbare toegangsweg tot bevrijding en gerechtigheid. We zijn aan onze uitgangspunten trouw gebleven. De staat draagt verantwoordelijkheid voor de productiemiddelen. De staat is verankerd in parlementaire democratie. Corruptie en kliekvorming moeten worden voorkomen. Het is dus onaanvaardbaar dat arbeiders de laan worden uitgestuurd wanneer het kapitaal op is. Uiteraard kan er markt zijn indien de staat regisseur is. Niet iedereen behoeft evenveel te verdienen, maar nivellering is een probaat middel om balans te houden. Wat Marx zich niet bewust was dat de arbeider zich ook kan ontwikkelen tot kapitalist. Hij maakt zich niet meer druk om gerechtigheid voor allen. Van groot belang is het verschijnsel verdelen met elkaar. Solidariteit is het fundament van de samenleving. Mensenrechten zijn van eminent belang. In de praktijk heeft het communisme daarin niet uitgeblonken. Sinds Marx is de samenleving ingrijpend veranderd. De informatiemaatschappij heeft de wereldmarkt mogelijk gemaakt. Alleen profiteert niet iedereen daarvan. De rijkdommen zijn niet gelijk verdeeld over de wereld. Arme landen hebben vaak het nakijken. Ze worden gedwongen aan het kapitalisme mee te werken. De hulpverlener bedenkt bovenal zijn eigen broekzak.
Reinder en ik werden geïnspireerd door de zestiger jaren in de vorige eeuw. We beleven nu onze eigen zestiger jaren in de nieuwe eeuw. We zijn opnieuw teleurgesteld geraak in de het kapitalisme dat zoals gezegd een menselijker gezicht heeft aangenomen maar nog altijd erg hard is voor de armen. De economische crises in deze eeuw zijn fataal voor de voortgang van het kapitalisme. Overduidelijk is dat sommige rijken alleen wisten te graaien. Zij ontvingen bonussen en verdienden abnormaal veel. Zij gokten om zoveel mogelijk rendement te verkrijgen. Door hun onderdrukkende handelingen maakten zij mensen arm en werkloos. De overheid heeft de regie uit handen gegeven. Geld verslindende oorlogen werden gevoerd. Uiteindelijk hebben mensen hun spaarcenten verloren. Pensioenen verdampten. De werkeloosheid stortte vele burgers in de ellende. Mensen moesten hun huis verlaten. De filosofische grondleggers van het kapitalisme Paley, Smith, Bentham en Stuart Mill zouden verbijsterd raken over de huidige kredietcrises. Zij geloofden nog dat Gods wil corrigerend zou werken. Adam Smith wilde het menselijk egoïsme beteugelen. De overheid moest corruptie bestrijden en investeren in onderwijs. Onbeschaamd is het optreden van kapitalisten. Zij werden door bovengenoemde filosofen uitgescholden voor dwazen en varkens. We mogen niet vergeten dat de kapitalist leeft in ieder mens. Droefenis over de voormalige Sovjet Unie waar het bikkelharde kapitalisme toesloeg. Het is nog voorstelbaar dat iemand het belang van de ander doorberekent in zijn ei, anderen wegdrukt. Ik zou een situatie varriante vorm van communisme de wereld toewensen. Binnen strakke grenzen is marktwerking mogelijk mits de overheid waakt over het belang van alle burgers.

Gods revolutie

In de jaren zestig was Harvey Cox een vermaard en inspirerende theoloog. Hij solidariseerde zich met de armen n Amerika en verwierf populariteit in Europa. Cox ziet de doop van Jezus als een daad van Gods revolutie. In de Jordaan wordt Jezus door een ongeciviliseerde profeet uit de rimboe Johannes gedoopt. Deze doop impliceert een verwerping van de traditionele tempel cultus in Jeruzalem. Jezus, verkiest het anti klerikalisme en vereenzelvigt zich met het gespuis van zijn dagen dat buiten de wet staat. In de jaren zestig riep de Wereldraad van Kerken op om kerk te zijn voor anderen. Niet de gerichtheid op zich zelf als kerk maar wel diep geïnteresseerd in de lotgevallen van de naaste in nood. De Amerikaanse theoloog Shaul met uitgebreide ervaringen in Zuid Amerika is ervan overtuigd geraakt dat de beslissende vragen van humanisering en onthumanisering van het menselijk leven worden beslecht aan de fronten van de revolutie. Volgens hem kan participatie van christenen in revolutionair geweld geboden zijn. Shaul ziet de revolutie in messiaans licht. Ten onzent heeft iemand als Bert ter Schegget zich daarvoor warm voor gemaakt. De christen graaft zich niet in in de gevestigde orde maar kijkt naar de orde aan gene zijde van de verandering.

In ons verhaal gebruiken we vaak de term revolutie. Wat is revolutie precies?Arthur Rich heeft revolutie als volgt gedefinieerd: onder revolutie worden verstaan alle technische, sociale en politieke veranderingen, die door de mensen met opzet in een actief engagement en in een snel handelen tot stand worden gebracht en die in het teken staan van een nieuwe opvatting van de gehele samenleving. In de revolutionaire bewegingen van onze tijd komen bepaalde tendensen aan het licht die corresponderen met de gerechtigheid die in de komst van Jezus Christus van Gods wege gestalte krijgt. In de jaren zestig heeft de Nederlandse Hervormde Kerk gesteld dat geweld als enige weg wordt aanvaard waar het afzien van geweld het afzien van recht betekent. Volgens Shaull moet liefde ingaan op de structuren waaronder de mens leeft. Met goed overleg wordt veel niet echt opgelost. Er is soms geen andere weg dan revolutie. Sperna Weiland meent ook dat het theologiseren in revolutionaire situaties er van uit gaat dat het ten diepste gaat om vrijheid en humaniteit van de samenleving. Shaull als een van de grondleggers van de Theologie van de Revolutie geloofde er stellig in dat God present was in de revolutie.

Inspiratie moet nooit uitdrogen maar telkens weer gevoed worden

In de jaren tachtig kwam ik in contact met echte oercommunisten zoals Joop M Met hem samen spanden wij ons locaal en landelijk in voor werklozen en WAO’ers Het waren de jaren dat ik besloot te kiezen voor groepen die in de knel geraakten: daklozen, druggebruikers, seksuele minderheidsgroepen als transseksuelen en pedofielen, illegalen, allochtonen en vluchtelingen. Ik maakte van de Pauluskerk in die dagen een herberg, meditatie centrum en actiefront voor al deze groepen. Ik zorgde ervoor dat mijn inspiratie uit de zestiger jaren niet opdroogde, Ik besefte dat de tijden veranderden. De geschiedenis stond niet stil. Ik ontdekte dat de balans in onze verzorgingsstaat verstoord raakte. Teveel mensen koesterden zich in de verzekering van wieg tot graf in onze verzorgingsstaat Mensen leerden hun hand op te houden maar oefenden zich onvoldoende in eigen verantwoordelijkheid. In de jaren zeventig hadden de socialisten in ons land onder leiding van Joop den Uyl communistische grondidealen op eigentijdse wijze gerealiseerd. We moesten ontdekken dat de arbeider zelfgenoegzaam werd. Als hij zelf de buit binnen had dan voelde hij niets meer voor ontwikkelingshulp. Autochtone en allochtone arbeiders gaven elkaar niet de ruimte. Er kwam afwijzing. We ontdekten de illegaal die dreigde ons werk af te pikken.
In die jaren ontdekte ik Manuel Castells. Hij had behoefte aan een correctie van het marxisme. Castells vond klassenstrijd niet meer zo actueel. Hij vroeg meer aandacht voor sociale bewegingen die probeerden te geraken tot invulling van stedelijke zingeving. Sociale bewegingen mobiliseren mensen aan de basis en proberen hun sociale verlangens om te zetten in politieke eisen waarbij ze in botsing komen met het dominante kapitalistische ethos van accumulatie van kapitaal, concurrentie en winst. Sociale bewegingen proberen de overheid te winnen voor de door hen gewenste veranderingen. Op locaal stedelijk nivo heb ik getracht  in  de geest van Castells de sociale bewegingen te mobiliseren (ontwikkeling van strategie, analyse van problemen, winnen van bondgenoten en proberen locale patijen te strikken) Sociale bewegingen moeten hun eigen zingeving toekennen aan de stedelijke samenleving. Druggebruikers mobiliseerden zich voor de legalisering van drugs, Kaapverdianen boksten met de Ned-Lloyd over onterechte ontslagen, illegalen spanden zich in voor verblijfsvergunningen etc. Vaak lukte het om locale -politieke partijen te winnen. Verbazingwekkend vond ik de samenwerking met VVD ers. Maar ik moest ook vaststellen dat het kapitalisme niet ten onder ging. Vakbonden werden soms uitgeschakeld De staat deed een stap terug. De staat begon bepaalde activiteiten te dereguleren. Privatisering sloeg als een bom in. De staat liet nutsvoorzieningen (gas en elektriciteit en telefoon) gezondheidszorg, en openbaarvervoer verprivatiseren. Privatisering ging gepaard met verinternationalisering.
Mijn sociale bewegingen kwamen toch in de knel. In het huidige kapitalisme gaan groei en neergang samen. Castells wilde revolutie onttrekken aan de communistische partijen. Hij gaf de revolutie terug in handen van de mensen zich zelf bevrijden. Sociale bewegingen organiseren zich rondom bepaalde onderwerpen en worden actief met partijen, zonder partijen, en boven partijen. Sociale bewegingen ontwikkelen zich tot tegenculturen, een alternatief in de door hen gewenste stad. Ik heb het met  succes en mislukking getracht dit te realiseren. Maar locaal werden we gedwarsboomd door nationale en internationale politiek. Ik hoopte op doorbraak die uitbleef. De revitalisering van locaal bestuur bleef uit. Rechtse populistische krachten kregen op de duur de overhand Tot mijn verdriet moest ik steeds meer vaststellen dat de nationale staat niet langer de toeverlaat was voor de burgers. We zien tot onze verbijstering dat de markt in plaats van de staat treedt. De privatisering kent geen grenzen meer. Zelfs politie, veiligheid en gevangeniswezen wenst men te privatiseren. De markt regeert. We hebben het gevecht verloren. De globale economie wordt gekenmerkt door flexibel management, decentralisatie en wereldwijde netwerken. Kapitalisten horen niet meer tot een bepaalde klasse, Kapitalisme is nu een netwerk bestaande uit kapitaalstromen die elektronisch door de wereld geleid worden. De globale economie stoot mensen af. Zij tellen niet meer mee. Zij vallen uit de boot. Ze worden rechteloos. Ze zijn werkloos en hebben nauwelijks inkomen.
De Theologie van de Revolutie was een inspiratiebron. Binnen de politieke situaties waarin ik mij bevond heb ik getracht de in mijn ogen gewenste werkelijkheid van God vorm en inhoud te geven. Nu ben ik gekomen aan het einde van mijn zestiger in deze eeuw. Aan gevoelens van teleurstelling valt niet te ontkomen. De twee wereldmachten de VS en China verblijden ons niet. Chinezen proberen communisme en kapitalisme met elkaar te verbinden. Men is uiterst bekwaam in kapitaalvergaring. Maar de situatie rondom mensenrechten stemt tot bedroevendheid. De communistische revolutie droomde van vrijheid. Dat werd niet het kostbaarste goed. In de VS is de situatie rondom mensenrechten bevredigender. Maar de economische situatie maakt verdrietig. President Obama die als democraat zijn socialistische dromen probeert te realiseren stuit op heftig verzet van liberale kapitalisten die elke overheidsbemoeienis afwijzen. Er wordt altijd een beroep gedaan op eigen verantwoordelijkheid. Maar miljoenen Amerikanen creperen van armoede. Afhankelijkheid van charitatieve initiatieven (gaarkeukens) schiet wortel. In Europa raak je de weg kwijt. Arbeiders die profiteren van welvaart hebben een hekel aan buitenlanders, wijzen asielzoekers de deur uit, houden niet van migranten, willen genadeloos optreden tegen mensen aan de zelfkant, scheppen overvolle gevangenissen etc. Zij hebben van de oorspronkelijke idealen van het communisme niets begrepen. De rechtse populistische partijen roepen bij mij diep ongenoegen op. Hun bekrompenheid, hun nationalisme, hun aversie tegen moslims doen mij walgen. Dat roept bij verzet op. Soms denk je ook aan mogelijkheden van gewelddadig verzet. Maar ik besef dat geweld zich tegen me zelf keert. De parlementaire democratieën bieden de mogelijkheid om lui weg te stemmen en een voorkeur te geven aan partijen die zich bekommeren om ontwikkelingshulp, arme mensen die ziek zijn, werkelozen, asielzoekers, moslims etc. Deze weg moeten we eerst volgen. Wel zou ik hopen als in ons parlement krachtig wordt opgetreden tegen politici die onder mom van vrijheid van meningsuiting de gruwelijkste beledigingen uiten aan het adres van medeburgers. Als gepensioneerde sta je soms machtelozer. Wat rest mij buiten het stemmen om? In geschriften, lezingen, preken en discussies kan ik de revolutie levend houden. Castells heeft me voldoende inspiratiegegeven om locaal te ondernemen wat mogelijk is. Maar bekrompen nationale politiek en internationale crises in de financiële wereld zetten mij buiten spel. Ik volg vaak de economische rubriek van RTL TV. Dat is een wereld waar ik buiten sta, ik begrijp er soms niets van, ik wil het weten, ik heb geen geld en vermogen. Ik blijf van mening dat delen met elkaar de uiteindelijke oplossing is. In het Kapitaal windt Marx zich op over de Hollandse slavernij. Ongekend bruut en weerzinwekkend wat wij in VOC tijden gedaan hebben met medemensen. Die opwinding blijf ik voelen. In deze wereld zijn de vluchtwegen geopend naar maffia, nationalisme en fundamentalisme. Dat veroorzaakt veel onheil. Toch heeft de Theologie van de Revolutie mij geleerd dat solidariteit het cement is van onze samenleving. Solidair met de minsten hier en de armen ver weg. Solidariteit spoort ons aan met elkaar te delen. Hoe besteed ik mijn geld. Ik moet ook bondgenoten zoeken, alleen red ik het niet.
Shaull geloofde dat God in de revolutie is. We zullen niet nalaten God te zoeken waar de minsten zijn. Zij zullen voorop gaan.

Hans Visser

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.