De geest van het kapitalisme

De geest van het kapitalisme

De geest van het kapitalisme n.a.v. J. Sirach 11:20 e.v., Handelingen 4:32-37
2 Tess 3:10-12

Max Weber De protestantse ethiek en de geest van het kapitalisme.
In de eerste christelijke gemeente hadden de mensen alles gemeenschappelijk. Ieder verkocht zijn land of huis en deponeerde de opbrengst bij de apostelen, die dat verdeelden onder de mensen. Een staaltje van christelijk communisme. Geen eigen bezit meer maar alles gelijk verdelen. Het christendom heeft in diakonaat, zending en missie, het kloosterwezen deze gedachte levend gehouden. Maar de geschiedenis had ook een ander verloop. 1500 jaar later ontstond het calvinisme. Wij zijn als protestantse kerken afkomstig uit het calvinisme. Het calvinisme is een stuwende kracht geweest in de geschiedenis van het kapitalisme. Onder kapitaalbezitters, ondernemers en handelaren vinden wij veel calvinisten. De calvinistische geestelijke geaardheid drukte zijn stempel op de beroepskeuze. Calvinisten hechten aan de heiliging van het leven. Daarom was het gevoelig voor het economisch rationalisme. De heiliging voltrok zich op het vlak van industriele en kapitalistische ontwikkeling. De calvinistische koopmansgeest ging samen met een intensieve vorm van godvrezendheid. De calvinistische diaspora in Frankrijk, Nederland, Engeland en Noord-Amerik stonden bij de wieg van de kapitalistische economie. De kredietwaardige calvinist leerde zijn kapitaal te laten groeien. Geldverdienen is de uitdrukking van de bedrevenheid in het beroep. Calvinistisdche vrouwen waren geliefd omdat ze zo hard werkten. De calvinisten putten uit het Oude Testament. Calvijn leerde onttovering van deze wereld. Geen geesten, spoken, heksen etc maar slechts EEN God, de God van Mozes die uniek is. Mensen zijn mandatarissen op deze aarde en pakken hard aan voor wat God van hen verlangt. Paulus leert ons hard te werken. Wie niet wil werken zal niet eten. Er zijn mensen die hun werk verwaarlozen en zich niet nuttig maken. Ze houden zich onledig met nutteloze bezigheden. Paulus draagt hen op werk te doen en eigen brood te verdienen. Elk beroep (in het Engels calling) is een religieuze roeping en opdracht va Godswege. Van J/Sirach leren wij: houd je aan de verplichtingen en blijf werken tot je oud wordt. Volhard in je werk. Plichtsbetrachting maakt je God welgevallig. Beroepsarbeid is expressie van naasteliefde. De calvinist gelooft in God als Schepper en Opdracht gever. Deze wereld is er ter meerdere glorie van God. De calvinist wil zijn geloof bewijzen in het wereldse beroep. De calvinist wil hard werken. Van de zijde van de kerk staat hij onder zielzorg, tucht en prediking. Calvinisten hielden van de VOC mentaliteit. Helaas gingen de kolonialen tekeer met geweld en onderdrukking. Zij waren uit op winstbejag. Rijkdom werd nu een doel op zichzelf. De calvinist mag hard werken en geld verdienen maar hij behoort dat te doen tot glorie van God. Calvinisten leveren zich uit aan MAMMON en willen alleen maar voor zich zelf rijk worden. Rijkdom mag echter alleen als vrucht van beroepsarbeid beschouwd worden tot glorie van God. Het kapitalisme is ontspoord. Rijkdom werd doel op zich zelf. Armen werden aan hun lot overgelaten. Karl Marx ging tekeer tegen de slavenhandelaren die vaak van calvinistische komaf waren. Vooral de Hollanders blonken uit in onderdrukking. Daarom moet het calvinisme teruggeroepen worden naar Handelingen 4. Calvinisten mogen hard werken maar ze moeten bovenal omzien naar de armen. Zij moeten leren de rijkdommen met elkaar te verdelen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.