Op drift (1990)

Op drift (1990)

Driekwart jaar hield Hans Visser, op verzoek van de uitgever, een dagboek bij. Visser is als predikant werkzaam in de Rotterdamse Pauluskerk waar hij veel mensen uit de randgroepen ontmoet onder wie vluchtelingen, druggebruikers, ongeneeslijk zieken. Wat Visser met deze mensen meemaakt (en zij met hem) wordt door hem verteld enerzijds met distantie, anderszijds met overgave. Visser vertelt (in het kort) over zijn jeugd; zijn leven in gezinsverband komt regelmatig ter sprake. Mede hierdoor ontkom je aan het idee dat Visser een ‘heilige’ zou (willen) zijn. Dat leven met randgroepen je eigen positie verandert moge blijken uit het volgende citaat: ‘Wat me opvalt is dat ik me een vreemdeling voel. Ik kom toch steeds verderaf te staan van de gemeente. Het is niet zozeer een theologische vervreemding als wel een maatschappelijke. De langdurige omgang met randgroepen heeft mij toch meer en meer in hun wereld ingelijfd, hoewel ik ook daar een vreemdeling blijf.’ – Drs. van der Grijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.