Tegenover mijn graf

Tegenover mijn graf

In Tando Bone
In Tando Bone (gelegen aan het Poso meer, oostkust, tussen Tentena en Peura in Centraal Sulawesi,Indonesie) zit ik neer bij het strand van het Posomeer. Ik zit hier tegenover mijn graf dat ik hier geplanned heb. Mijn geliefden mogen hier eens een deel van mijn as uitstrooien over het meer. Het is nu meer dan 33 jaar na mijn gedwongen vertrek uit Indonesie. Mijn gehele generatie met wie ik in de zeventiger jaren samenwerkte en leefde begint weg te vallen door overlijden.Straks zullen we elkaar niet meer heinneren. De mens is als het gras: het komt op,groeit,bloeit en verwelkt weer.De wind gaat er over heen. Alles voorbij. Het water van het meer kabbelt nu rustig. Wolken en zon overdekken het meer. Ik bewaar goede herinneringen. Fantastisch zwemwater. Ik maakte vele boottochten tussen Tentena en Pendolo. De vis uit het meer was overheerlijk. Dat schone,heldere en heerlijke water’ Hier zal ik rusten.Wachten tot de Eeuwige zijn belofte nakomt. Ik besef dat ik door het geloof in Jezus reeds participeer in het eeuwige leven. We hebben onsleven ingezet op Jezus.Met Hem gaat de band nooit verloren. Ik hoor het lied van de zwaluwen. Af en toe zie ik een bootje.Ik herinner mij de boomstammen in de zagerij die ik eens runde met Tobondo. Het meer ademt een weldadige rust. In de verte liggen de bergen waarachter de valleien van Rampi,Bada,Besoa en Napoe liggen.In onze tijd was dat nog 2 tot 5 dagen lopen door de ju ngle. Prachtige tournees met dierbare collega’s. Zware tochten die beloond werden met enerverende ontmoetingen met leden van onze kerk de GKST. Ik beroem me er op dat ik de bergen heb bedwongen Maar bovenal heb ik van de mensen gehouden. Later hebben we met MAFvliegtuigen de bergen bedwongen. Heerlijk en zalig was de ochtend dat we landden in de prairie van Besoa, een preek hielden, koffie dronken, napraatten en in de middag terugkeerden naar Tentensa. Van stof tot stof, van as tot as. Zo zal het hier zijn als ik in de vergetelheid wegzink in het meer. Al die goede mensen:Lumentut, Gosal,Tampake,Papasi,Perinzie, Tayaya, Peruge, Ruagadi, Ruru, Rundubelo, Mocodompis, Tanggerahi, Kadoawu, Merangga, Mononutu, Wibowo, Lagarenze en zovele anderen. Zij zijn allen ook in vergetelheid weggezonken. Indonesie was mijn tweede vaderland. Een deel van mijn as kan in de Maas gestrooid worden. De andere helft hier. Het leven was hier bewogen, vulkanisch en schoon. Om niet te vergeten. Het is goed hier te rusten. Hoe zal de Eeuwige ons werk voltooien? Gisteren sprak ik nog met Papasi over geloven met mijn hersenen. We laten God geen dingen doen die ons toekomen. God kan niet zomaar willekeurig ingrijpen. Papasi oppert mirakelen en wonderen Ik wil ze niet ontkennen maar ik blijf het willekeurig vinden als Hij de ene mens helpt en de ander niet. Zeker,ik moet mijn kop buigen voor het misterie hoewel ik mijn brein blijf gebruiken. Niet echter de rust van de ratio bij Kant maar met Nietzsche kiezen we de volle zee.God is immers ook in het water, symbool van de dood, Ook uit dit meer is opstanding mogelijk
Tando Bone, 1 april 2011,
Hans Visser

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.